Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

CardioVasculaire Conferentie weer een bruisende ontmoetingsplek voor wetenschappers en clinici

Ermelo 6-7 maart 2014

Nieuws - Mar. 10, 2014

Voor de vierde keer bleek de CardioVasculaire Conferentie een mooie combinatie van basaal en klinisch onderzoek en daarmee een bruisende ontmoetingsplek voor wetenschappers en clinici uit alle hoeken van cardiovasculair Nederland.
 
In de eerste sessie werden nieuwe inzichten in ziektemechanismen uit de doeken gedaan, inclusief wat dit op termijn voor de kliniek kan betekenen.
Patrick Rensen sprak over de rol die bruin vet (Brown adipose tissue: BAT) blijkt te hebben in volwassenen, in tegenstelling tot het vroegere idee dat het alleen functioneel is bij neonaten. BAT verhoogt niet-rillende thermogenese en draagt bij aan klaring van triglyceriden uit het bloed. Aan de hand van resultaten van studies in muizen liet Rensen zien dat activatie van BAT als doelwit kan dienen om obesitas te behandelen. Bovendien zijn er aanwijzingen dat BAT activatie atherogenese vermindert.
Sascha David zette uiteen waarom een vasculaire focus logisch is bij het ontwikkelen van behandeling voor sepsis. Angiopoïetine 2 is al vroeg meetbaar bij sepsis en voorspelt de klinische uitkomst. In muizen medieert Ang2 microvasculaire en hemodynamische veranderingen bij sepsis en inmiddels zijn fase I trials gepland om het effect van remmen van Ang2 te testen in mensen. Ang2 lijkt dus niet alleen relevant als biomarker bij sepsis, maar ook als therapeutisch doelwit.
Tom Seijkens besprak de mogelijkheden van het beïnvloeden van de interactie tussen CD40 en CD40-ligand als therapeutisch doelwit in atherosclerose. Een small compound screen leverde een middel op dat het adaptoreiwit TRAF6 remt dat nodig is voor deze interactie. In muizen vermindert de compound plaqueburden en inflammatie. Ook in obesitas lijkt het remmen van de CD40-CD40L signaalroute gunstige metabole effecten te sorteren.
Peter Carmeliet liet zien dat endotheelcellen hun energie grotendeels uit glycolyse halen. Antiglycolytische behandeling kan daarom werkzaam zijn tegen angiogenese. Volledige blokkade van glycolyse is toxisch, maar remming van PFKFB3 blijkt glycolyse minder dan de helft te verminderen. Dit geeft minder sprouting, terwijl normale vaatfunctie behouden blijft. In diverse ziektemodellen werkt deze strategie en wordt het vaatbed genormaliseerd. 
 
In de volgende sessie beklommen specialisten uit andere klinische disciplines het podium, om te vertellen hoe zij in hun vakgebied worden geconfronteerd met cardiovasculaire risico’s. Zowel kankerpatiënten, reumapatiënten, als HIV-besmette patiënten blijken een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen te hebben, dat niet verklaard kan worden door traditionele risicofactoren.
Joop Lefrandt besprak de situatie van patiënten met testiskanker, nadat zij chemotherapie hebben ondergaan. Deze patiënten ontwikkelen metabool syndroom en andere risicofactoren, maar de chemotherapie kan ook directe toxische effecten hebben.
Mike Nurmohamed besprak welke middelen het optreden van CV events gunstig kunnen beïnvloeden in patiënten met reumatoïde artritis met of zonder inflammatoire activiteit.
Nu AIDS geen dodelijke ziekte meer is, worden HIV-geïnfecteerde patiënten steeds ouder. Desondanks is er nog steeds een survival gap ten opzichte van HIV-ongeïnfecteerden. Marc van de Valk zette de gevolgen van HIV-infectie op lipidenhuishouding en het vaatbed uiteen, en hoe de veelal CV-gerelateerde comorbiditeit in HIV-geïnfecteerden het best behandeld kan worden.
Alle sprekers in deze sessie riepen op tot aandacht voor en gedegen monitoring van de cardiovasculaire risico’s in deze patiëntengroepen, en behandeling van de risicofactoren waar mogelijk. Ontwikkeling van betere risicomodellen kan hierbij helpen.
 
De laatste sessie op donderdag werd gewijd aan vasculaire diagnostiek. Raphaël Duivenvoorden besprak de interpretatie van de Coronaire arteriecalcium (CAC)-score. Hoewel de CAC-score een imperfecte surrogaatmarker is voor plaqueburden, verbetert het de risicostratificatie. Voorlopig is het dus de beste beschikbare methode, ondanks gebrek aan kennis over of CAC-scoring de klinische uitkomst verbetert en of het kosteneffectief is.
Erik Serné toonde de mogelijkheden van capillaire microscopie van de nagelriem, om vast te stellen of Raynaud’s fenomeen (verkleuring van de vingers) als primaire of secundaire aandoening optreedt. Deze kwantitatieve beoordeling van het vaatbed kan ook de diagnose versterken van pulmonale hypertensie, in combinatie met ANA-serologie. Serné is dus van mening dat de vasculaire specialist ook toegang tot deze techniek zou moeten hebben.
Jaap Deinum sprak over een zeldzame vorm van echt therapieresistente hypertensie: hersenstamgeassocieerde hypertensie. Decompressie van de betrokken hersenkernen kan de bloeddruk verlagen, maar succesvolle historische voorbeelden zijn niet in een systematische studieopzet bevestigd. Hoewel oude ideeën soms met succes nieuw leven in wordt geblazen, blijft de toepassing van decompressie beperkt, aangezien het een behoorlijk invasieve ingreep is en het vooralsnog onbekend is welke patiënten er het beste op zullen reageren.
 
Niels Riksen was gevraagd een blik op de toekomst te werpen en te spreken over de rol van epigenetische processen bij inflammatoire aandoeningen en atherosclerose in 2020. Riksen voorspelt dat epigenetica zal bijdragen aan beter cardiovasculair risicomanagement. Inflammatie in de atherosclerotische plaque gaat gepaard met epigenetische aanpassingen in bijvoorbeeld endotheelcellen. Meer inzicht in dit soort mechanismen zal ziekte-events kunnen voorspellen en therapeutische targets opleveren. 2020 is hiervoor waarschijnlijk echter nog wat optimistisch.
 
Vrijdagochtend werd de zaal door Joost Hoekstra gewekt met een quiz met vragen van goed geïnformeerde patiënten over behandelopties bij diabetes. Na de eerste vraag of langdurig intensief afvallen zinvol is, diskwalificeerden velen zich direct voor verdere deelname van de quiz. Ieder antwoord werd onderbouwd met recente wetenschappelijke inzichten, waardoor een update werd gegeven over de stand van zaken in het veld.
Daniël Bos deelde de lessen geleerd in de Rotterdam studie, namelijk dat intracraniële calcificaties een belangrijke risicofactor zijn voor beroerte. Intracraniële calcificaties zijn niet sterk gecorreleerd met calcificaties in andere vaatbedden, en beeldvorming ervan geeft betere risicoclassificatie, wanneer uitgevoerd in aanvulling op de Framingham risicoscore.   
Michiel Voskuil vatte de onderzoeksresultaten van en de recente ontwikkelingen rondom renale denervatie samen. In een persbericht over de SYMPLICITY HTN-3 trial is gemeld dat het primaire effectiviteitseindpunt niet is behaald, maar precieze data zijn vooralsnog onbekend. Voskuil acht de rationale van renale denervatie nog steeds levensvatbaar, maar mogelijk meer als toepassing voor sympathisch gedreven ziekten dan specifiek voor hypertensie.
 
In een sessie over familiaire  hypercholesterolemie (FH) gaf Erik Stroes een update van de organisatie en inspanningen van LEEFH, door de Stichting Landelijk Expertisecentrum Erfelijkheidsonderzoek Familiaire Hart- en vaatziekten. LEEFH is een voortzetting van StOEH, dat moest stoppen omdat de geldkraan door de overheid is dichtgedraaid.
Eric Sijbrands besprak de mogelijke toepassing van microsomal triglyceride transfer protein (MTP) remming in de behandeling van FH. MTP is een chaperonne bij de opbouw van lipoproteïnes, en remming kan LDL-c niveaus verlagen. Verder illustreerde hij de ernst van de aandoening door bespreking van enkele klinische casus.
John Kastelein besloot de sessie met de stand van zaken in de ontwikkeling van PCSK9-remmers: een behandeling die op veilige wijze LDL-c niveaus verlaagt. Fase 3 studies hebben al veelbelovende resultaten laten zien in heterozygote FH patiënten, maar de veiligheid op de lange termijn is nog onbekend. PCSK9-remmers worden ook getest in hypercholesterolemische patiënten en mogelijk blijken ze ook nuttig in hoogrisico patiënten die een myocardinfarct hebben ondergaan. Een nieuwe vraag die zich voordoet bij deze effectieve LDL-c-verlagende middelen, is wat de gevolgen zijn van zeer lage LDL-c niveaus.
 
In de laatste sessie mochten de inzenders van de beste abstracts hun werk presenteren. Maarten Brandt onderzoekt de rol van de Frizzled 5 receptor in angiogenese, en ziet hierin een potentiële toekomstige therapeutische target. Sander van der Laan liet zien dat bepaalde genetische varianten geassocieerd blijken met het fenotype van de atherosclerotische plaque, namelijk met het optreden van intraplaque-bloedingen en vaatdichtheid. Fleur van der Valk vond dat monocyten van patiënten met hoge lipoproteïne(a)-niveaus een pro-inflammatoir fenotype hebben (t.a.v. cytokinenproductie en migratoire activiteit), hetgeen waarschijnlijk bijdraagt aan het CV risico van deze patiënten. Erik van der Veer onderzoekt de veelzijdige rol van RNA-bindend eiwit Quaking 1 in de differentiatie van monocyten naar macrofagen, en vond dat zowel Quaking 1 mRNA als eiwit extra tot expressie komen in vergevorderde atherosclerose.
 
Terwijl de stemmen voor de beste presentatie werden geteld, gaf Erik Stroes een klinische update over hypertriglyceridemie (HTG). Ernstige HTG is een indicatie voor genetisch testen omdat de uitslag gevolgen heeft voor de behandeling, terwijl bij matige HTG genetisch testen naast functionele testen niet is geïndiceerd. Hij besprak de eerste resultaten en uitdagingen van opkomende therapieën met DGAT-remmers, apoCIII mRNA antisense en lipoproteïne lipase gentherapie in meer detail.
Pieter Willem Kamphuisen gaf tot slot een overzicht van de antistollingsbehandelopties bij veneuze trombo-embolie en atriumfibrilleren, met een focus op kwetsbare ouderen. Vitamine K antagonisten  werken goed, maar hebben veel praktische bezwaren. De directe orale anticoagulantia (DOACs) bieden uitkomst door hun effectiviteit en patiëntvriendelijkere toepassing en minder interactie met voedingsmiddelen en andere medicatie. Desondanks loopt het gebruik van DOACs in Nederland erg achter op bijvoorbeeld België en Duitsland. Kamphuisen besprak mogelijke verklaringen voor de trage adoptie in Nederland.
 


Door stemming bepaalde het publiek dat Fleur van der Valk de prijs voor de beste presentatie had verdiend. Er werden ook prijzen toegekend aan de beste posterpresentaties en de beste presentaties in de parallelsessies van de deelnemende verenigingen.


Binnenkort zullen meer webcasts met en presentaties van de sprekers op deze site beschikbaar komen.

 
   



Een aantal sprekers stelde de slides van hun presentatie beschikbaar


Slides • 24-3-2014

The endothelial Angiopoietin/Tie2 system in microvascular disease

CVC 2014 Ermelo Dr. Sascha David (Medical school Hannover, Germany)

Slides • 23-3-2014

NOACs: first choice in the frail and elderly, other high-risk bleeding groups, only in other countries?

CVC 2014 Ermelo Prof.dr. P.W. Kamphuisen (UMC Groningen)

Slides • 20-3-2014

Pleiotropics of renal denervation; are benefits beyond BP lowering for real?

CVC 2014 Ermelo : Dr. Michiel Voskuil (UMC Utrecht)

Slides • 20-3-2014

FH clinical care 2014: MTP inhibition

CVC 2014 Ermelo : Prof.dr. Eric Sijbrands (ErasmusMC, Rotterdam)

Slides • 20-3-2014

Turning up the heat: brown adipose tissue as a new target in metabolic disease

CVC 2014 Ermelo Prof. dr. Patrick C.N. Rensen (LUMC Leiden)

Slides • 20-3-2014

Vascular risk management in rheumatoid arthritis patients with/without inflammatory activity

CVC 2014 Ermelo Mike T. Nurmohamed, reumatoloog (VUmc, Amsterdam)

Slides • 24-3-2014

Capillary Microscopy Under the Magnifying Glass

CVC 2014 Ermelo Erik Serné (VU medisch centrum, Amsterdam)

Slides • 20-3-2014

Inhibition of PCSK9: The Birth of a New Therapy

CVC 2014 Ermelo: Prof.dr. John J.P. Kastelein (AMC, UvA, Amsterdam)

Deel deze pagina met collega's en vrienden: