Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Behandeling met PCSK9-remmer kan frequentie van lipoproteïne-aferese verlagen in FH-patiënten

ESC - 2016 Rome

30 aug. 2016 - nieuws

ESCAPE - Effect of alirocumab on the frequency of lipoprotein apheresis: a randomised Phase III trial

Gepresenteerd op het ESC congres 2016 door: Patrick Moriarty (Kansas City, KA, USA)
 

Achtergrond

Onbehandeld familiair hypercholesterolemia (heFH) is geassocieerd met ernstig verhoogde LDL-c niveaus en een hoog risico op vroegtijdig CHD. Ondanks LDL-verlagende therapie bereiken veel patiënten met FH hun LDL-c-doelwaarden niet. Lipoproteïne-aferese (LA) verlaagt LDL-c met ongeveer 50-75% en wordt gezien als lipidenverlagende optie als LDL-c niet voldoende verlaagd zijn na maximaal getolereerde medicatie. De procedure is echter tijdrovend (tot 4 uur, wekelijks of tweewekelijks) en duur, en kan alleen in gespecialiseerde klinieken worden uitgevoerd.
De ODYSSEY-ESCAPE is ontworpen om te onderzoeken of toevoegen van het volledig humane monoclonale antilichaam gericht tegen PCSK9 alirocumab aan LA-behandeling, aferese kan verminderen of onnodig maken. Mannelijke en vrouwelijke HeFH patiënten van ten minste 18 jaar oud die wekelijks of tweewekelijks LA ondergingen, werden gerandomiseerd naar behandeling met alirocumab 150 mg Q2W s.c. of placebo Q2W s.c. gedurende 18 weken (dubbelblind). Tijdens de eerste 6 weken van deze behandelperiode stond de frequentie van LA vast, en in de 12 weken daarna werd LA alleen uitgevoerd als LDL-c minder dan 30% lager was dan bij baseline (pre-aferese). Tijdens een 8-weken durende follow-up periode kregen alle patiënten alirocumab 150 mg Q2W s.c..
Patiënten ontvingen stabiele achtergrondtherapie en hadden consequent LA ontvingen voor ten minste 4 weken in geval van wekelijkse behandeling en voor ten minste 8 weken bij een tweewekelijks regime. Het primaire eindpunt was frequentie van aferesebehandeling gedurende 12 weken, genormaliseerd volgens het aantal geplande sessies.
 

Belangrijkste resultaten

  • 63.4% van de patiënten op alirocumab onderging geen enkele aferesebehandeling tussen week 7 en week 18. Van de placebobehandelde patiënten sloeg niemand alle behandeling over in deze periode.
  • 17.1% van de patiënten op alirocumab had een standaard aferese rate tussen 0 en 0.25.
  • 12.2% van de patiënten op alirocumab en 14.3% op placebo had een standaard aferese rate tussen 0.25 en 0.5.
  • 2.4% van de patiënten op alirocumab en 23.8% op placebo had een standaard aferese rate tussen 0.5 en 0.75.
  • 2.4% van de patiënten op alirocumab en 33.3% op placebo had een standaard aferese rate tussen 0.75 en 1.
  • 2.4% van de patiënten op alirocumab en 28.6% op placebo had een standaard aferese rate van 1.
  • Least-square mean van tijd-gemiddeld percentage verandering vanaf baseline was -53.7 (SE: 2.3) met alirocumab en 1.6 (SE: 3.1) met placebo in week 6 (P<0.0001 voor het verschil) en respectievelijk -42.5 (SE: 4.7) en 3.9 (SE: 6.3) in week 18.
  • Behandeling-geïnduceerde bijwerkinge (AEs) werden gezien in 31 van de 41 patiënten op alirocumab (75.6%) en in 16 van de 21 op placebo (76.2%). Ernstige AEs warden gezien in 4 patiënten op alirocumab (9.8%) en in 2 op placebo (9.5%).
 

Conclusie

In de ODYSSEY ESCAPE verminderde alirocumab de frequentie van lipoproteïne-aferese significant in patiënten met HeFH, die zonder deze behandenling niet hun LDL-streefwaarde bereikten. LA werd gestopt in 63.4% van de patiënten die alirocumab ontvingen, die eerder regelmatig LA ondergingen. 92.7% van de patiënten op alirocumab onderging maximaal de helft van hun gebruikelijke LA-sessies.

Deze studie is gelijktijdig gepubliceerd in Eur Hear J
 
- Onze berichtgeving is gebaseerd op de op het ESC congres verstrekte informatie -
 
Het ESC Journaal 2016 is mede mogelijk gemaakt door een unrestricted educational grant van Amgen en Novartis.