Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

BNP voorspelt ook sterfte in patiënten zonder hartfalen

B-Type Natriuretic Peptide Levels and Mortality in Patients With and Without Heart Failure

York MK, Gupta DK, Reynolds CF, et al. - J Am Coll Cardiol 2018;71:2079–88

Introductie en methoden

B-type natriuretisch peptide (BNP) concentratie is een prognostische marker voor recidief hartfalen (HF) hospitalisatie en sterfte en HF patiënten, maar informatie ontbreekt over de prognostische waarde van BNP niveaus in individuen zonder HF [1,2]. Deze retrospectieve analyse van elektronische dossierdata onderzocht daarom het risico op sterfte door alle oorzaken op basis van BNP-niveaus en naar HF-status.

De Vanderbilt University Medical Center Synthetic Derivative omvat 2.5 miljoen patiëntendossiers die meer dan 20 jaar beslaan [3]. Ten eerste werden volwassenen geïdentificeerd van wie plasma BNP-concentratiebepalingen waren gedaan. Vervolgens werd het risico op sterfte op basis van BNP-niveaus berekend in patiënten met en zonder HF. HF werd geïdentificeerd door gebruik te maken van de International Classification of Diseases-9th Revision code voor of na de BNP-meting. De dood werd bevestigd door koppeling met de Social Security Administration’s Death Master File. De follow-upperiode werd gedefinieerd als de tijd die was verstreken vanaf de datum van BNP-meting tot de sterftedatum.

Belangrijkste resultaten

Conclusie

BNP is een sterke voorspeller van sterfte in patiënten met en zonder HF. Het risico op sterfte geassocieerd met verhoogde BNP niveaus is vergelijkbaartussen patiënten met en zonder HF. Deze data suggereren dat verhoogde BNP-niveaus belangrijk zijn in de klinische praktijk, ook in mensen zonder HF.

Redactioneel commentaar

In hun redactioneel commentaar, merken Vodovar en Logeart [4] op dat in de studie door York en collega’s HF werd geïdentificeerd op basis van de International Classification of Diseases-9th Revision code, voor of na de BNP meting, “een eigenschap die de detectie van patiënten met hartdysfunctie maar zonder HF beperkt.” Bovendien wijzen zij erop dat BNP-metingen waarschijnlijk werden gedaan als er verdenking bestond op HF of andere CV ziekte, en ze bespreken de waarschijnlijke redenen voor BNP stijging in patiënten in HF, waaronder asymptomatische hartziekte, of slechte cardiale reserve in niet-cardiale ziekten.

De auteurs besluiten met: “Ten slotte bevestigt de studie van York et al., dat het BNP-niveau een krachtige voorspellende tool is, en het werpt de belangrijke vraag op wat te doen met patiënten met verhoogd BNP in afwezigheid van duidelijke HF. York et al. moeten worden geprezen voor hun werk, dat hopelijk de aanleiding vormt voor vele studies naar dit onderwerp om standaardmanagement in te vullen voor deze patiënten.

Referenties

Toon referenties

Vind dit artikel online op J Am Coll Cardiol