Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Metabole status belangrijker voor risico dan BMI

Nieuws - Sep. 3, 2013

In een sessie op het ESC congres werden diverse studies gepresenteerd die de obesitas paradox onderzochten: de observatie dat obese mensen in meerdere prospectieve studies in diverse klinische subgroepen een overlevingsvoordeel bleken te hebben ten opzichte van mensen met een normaal gewicht. De belangrijkste conclusie van deze sessie was dat BMI geen goede maat is voor het inschatten van CV risico. Tailleomtrek blijkt een betere maat.
De studies worden hieronder kort in meer detail besproken.
 
Prof Tabassome Simon (Hôpital St Antoine, Paris, France) sprak over ‘Big belly increases death risk in heart attack survivors’. Zij onderzocht de langetermijn prognostische waarde van BMI en tailleomtrek in patiënten die de acute fase van myocardinfarct (AMI) hebben overleefd, gebruikmakend van het FAST-MI 2005 register.
Ze zagen dat de meest slanke patiënten de laagste overleving hadden. In de groep mensen met BMI>35 trad de verlaagde overleving pas na 3 jaar in. Zowel BMI<22 kgm2 en ernstige obesitas (BMI>35kg/m2) bleken onafhankelijke voorspellers van een hogere 5-jaars mortaliteit. Overgewicht en minder ernstige obesitas bleken geen onafhankelijke voorspellers. Eenzelfde U-curve voor overleving werd gezien voor tailleomtrek. Abdominale obesitas, gedefinieerd als het bovenste kwartiel van tailleomtrek in iedere BMI categorie, had ook onafhankelijke prognostische waarde.

Publieke gezondheidszorg zou daarom meer aandacht moeten vestigen op de meest ernstige vormen van obesitas en op abdominale obesitas, dan op overgewicht en milde obesitas.
In de discussie werd gevraagd waarom BMI nog steeds wordt gebruikt, aangezien tailleomtrek een betere en ook gemakkelijker maat is. De bovenste regionen van tailleomtrek zijn ook een betere maat voor conditie. Immers, wanneer iemand veel sport, ontwikkelt hij/zij meer spieren, waardoor de BMI stijgt. Het is dus goed mogelijk een hoog BMI te hebben en erg fit te zijn, terwijl een persoon met een erg hoge tailleomtrek zeer waarschijnlijk minder actief is.
 
Dr Michelle Schmiegelow (Gentofte Hospital, Hellerup, Denmark) gaf een presentatie getiteld ‘Metabolically healthy women have same CVD risk regardless of BMI’. Haar studie onderzocht of obesitas kan verklaren waarom de algemene dalende tendens in CV mortaliteit niet wordt gezien in vrouwen onder de 45 jaar.

Gevonden werd dat de metabole status belangrijker is dan BMI voor het eindpunt van hartaanval en ischaemische beroerte. Overgewicht of obesitas blijkt weinig verschil te maken voor het eindpunt in metabool gezonde vrouwen, terwijl metabool ongezonde vrouwen een verhoogd risico hebben op het eindpunt, waarbij BMI niet veel verschil maakt.
Dr. Schmiegelow concludeerde dat dit een kans biedt voor vrouwen met overgewicht of obesitas om hun risico op het ontwikkelen van een metabole stoornis te beperken, om daarmee hun cardiovasculaire risico te verlagen.
 
Dr Takanori Nagahiro (Nagoya University Hospital, Nagoya City, Japan) presenteerde ‘Low BMI is a risk factor for CVD in hypertensive patients with diabetes’. In zijn onderzoek werd BMI aan CV uitkomsten gerelateerd in patiënten met hypertensie en diabetes.
Het primaire eindpunt van acuut MI, beroerte, ziekenhuisopname door hartfalen, coronaire revascularisatie of plotselinge hartdood kwam het vaakst voor in de laagste BMI-categorie (<23.0), terwijl de mensen in de hoogste BMI-categorie het laagste risico liepen.
De obesitas-paradox blijkt dus ook te gelden voor patiënten met hypertensie en glucose-intolerantie. Mogelijk is dit te verklaren omdat de patiënten in de laagste BMI-categorie een meer ernstige vorm van diabetes mellitus hebben, omdat het percentage van insulinetherapie hoger is in deze groep.

Ook deze studie lijkt dus aan te tonen dat de metabole status belangrijker is voor het CV risico dan BMI.
 
Dr Aziza Azimi (Gentofte Hospital, Hellerup, Denmark) sprak over ‘Being underweight increases death risk of CAD women by two-fold’. Zij keek naar gewichtsverandering en overleving bij vrouwen met coronair vaatlijden, aangezien veel richtlijnen gewichtsverlies aanbevelen bij patiënten met overgewicht en obesitas.
Verhoogde risico’s op sterfte door alle oorzaken werden gezien in patiënten met gewichtsverlies, ongeacht of zij obees waren, overgewicht of een normaal gewicht hadden. Gewichtstoename in obese patiënten leverde ook een verhoogd risico, maar dit was minder sterk.

Een belangrijk verschil tussen deze en de vorige studies is dat het hier een dynamische maat betreft, te weten verandering in gewicht, ten opzichte van een stabiele maat als BMI of tailleomtrek. Dit was een registergebaseerde studie, die geen inzicht had in de redenen voor gewichtsverlies. Het is hierbij belangrijk te beseffen dat het hier zeer waarschijnlijk vaak ongewenst gewichtsverlies betrof, hetgeen vaak een prognostisch slecht teken is.
 
     
     
     
     

Deel deze pagina met collega's en vrienden: