Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Genotypering verbetert tijd in therapeutische range van warfarine ten opzichte van bloedtesten

AHA 2013 - LBCT.5

Nieuws - Nov. 19, 2013


A Randomized Trial Comparing Genotype-Guided Dosing of Warfarin to Standard Dosing: The EU Pharmacogenetics of Anticoagulant Therapy (EU-PACT) Warfarin Study: EU-PACT Warfarin

 
Gepresenteerd op het AHA congres 2013 door Dr. Munir Pirmohamed (University of Liverpool, Liverpool, Verenigd Koninkrijk)
LBCT V - New Strategies for Atrial Fibrillation Patients: Rhythm and Thrombosis 
                                              

Achtergrond

De respons van patiënten op warfarine loopt erg uiteen. Het kan lastig blijken de juiste dosering te vinden. De onderzoekers van de EU Pharmacogenetics of Anticoagulant Therapy (EU-PACT) Warfarin Study onderzochten twee genen die zijn geassocieerd met het stollingsproces (CYP2C9 en VKORC1). De resultaten van de genetische point-of-care test kunnen na twee uur beschikbaar zijn.
De EU-PACT Warfarin studie includeerde 454 Europese patiënten om het gebruik van genetische testen om de warfarinedosering te sturen met traditionele methodes, waarbij het warfarineniveau wordt gemonitord op basis van regelmatige bloedtesten. Patiënten met atriumfibrilleren of veneuze trombo-embolie werden drie maanden gevolgd, en gecontroleerd op dag vier, zes, acht, vijftien, 22, 57 en 85 van de studie. De warfarinedosering werd aangepast wanneer nodig, op basis van genetische testen of standaard bloedbepalingen.
 

Belangrijkste resultaten

  • Genotypering voor aanvang van warfarinebehandeling vergrootte de tijd in therapeutische range met ongeveer 7% (ITT-analyse: 67.4% in gegenotypeerde arm vs. 60.3% in niet-gegenotypeerde groep, P<0.001).
  • Genotypering verminderde overmatige antistolling.
  • Genotypering verkortte de tijd die nodig was om de therapeutische range te bereiken (na 4 weken: genotypering: 55.72% vs. 46.96% tijd in therapeutische range (P<0.001) zonder genotypering en na 8 weken: genotypering: 74.36% vs. 64.19% tijd in therapeutische range (P<0.001) zonder genotypering en verbeterde de tijd die nodig was om een stabiele dosis te bereiken. Na 12 weken werd eenzelfde %tijd in therapeutische range gezien in beide groepen (genotypering: 75.47% vs. 74.11%, P=0.607).
  • Genotypering verminderde het aantal warfarine doseringsaanpassingen.
 

Conclusie

Genetisch testen voor het starten van warfarinebehandeling kan de tijd in therapeutische range verbeteren met 7%, ten opzichte van doseringstrategie bepalen op basis van bloedtesten, terwijl het risico op overmatige antistolling en inadequate dosering vermindert, en de noodzaak voor aanpassingen in de dosering van warfarine kan voorkomen.
“Deze studie past goed binnen het concept van gepersonaliseerde geneeskunde”, zegt Pirmohamed, hoofdauteur van de studie. “Er is grote potentie in het cardiovasculaire veld voor het personaliseren van behandeling op basis van genetische of niet-genetische testen. Bij sommige genetische testen is het mogelijk deze aan het bed van de patiënt of tijdens operatie uit te voeren, de zogeheten point-of-care testen zoals gebruikt in onze studie. We moeten het nut van genetische testen nu bevestigen in gerandomiseerde klinische trials.”
 
Disclaimer
Onze berichtgeving van het AHA congres 2013 is volledig gebaseerd op de door de AHA beschikbaar gestelde informatie tijdens persconferenties en op de website.
 
Agenda • 20 november 2013, 18:45 uur, Dallas, Texas

AHA InterReview 2013

Op woensdagavond 20 november a.s. organiseert MSD BV in samenwerking met Benecke de AHA InterReview® 2013. Onder voorzitterschap van prof. dr. J.W. Jukema (cardioloog, LUMC Leiden) vatten vier vooraanstaande cardiologen de laatste ontwikkelingen in de klinische cardiologie op het AHA-Congres 2013 voor u samen.

Webcast • AHA, Dallas

CSI: Dallas - Belang genetische variatie voor dosering warfarine

AHA Journaal In twee studies, de EU-PACT en COAG, werd gekeken naar het belang van genetische variatie voor de optimale dosering van warfarine. Marco Alings zag de presentatie van de resultaten en wordt ondervraagd door Lotte Kaasenbrood en Lotte Koopal (UMC Utrecht).

Deel deze pagina met collega's en vrienden: