Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Betere klinische uitkomst na complete revascularisatie dan bij behandeling van infarctlaesie alleen

ESC - Barcelona - 2014

Nieuws - Sep. 1, 2014

 

Complete versus Lesion only PRimary -PCI Trial (CvLPRIT): Treat the infarct related artery only or all lesions

Gepresenteerd op het ESC Congres 2014 door: Anthony H GERSHLICK (Leicester, GB)
 

Achtergrond

Er is onduidelijkheid over hoe te handelen ten aanzien van stenose in een niet-infarct-gerelateerde arterie bij multivessel coronaire arterieziekte, bij gebrek aan genoeg gerandomiseerde studies. Retrospectieve registry-data en een meta-analyse suggereert een verbetering ten aanzien van mortaliteit wanneer ook de niet-infarct-gerelateerde laesie wordt behandeld tijdens primaire percutane coronaire interventie (PCI). Vooralsnog is er veel debat en controverse, onder andere over het beste moment van een dergelijke behandeling.
De CvLPRIT studie was een open-label studie die behandeling van alleen de infarct-gerelateerde arterie (IRA) vergeleek met complete revascularisatie tijdens de index opname. Primair eindpunt was MACE (totale mortaliteit, terugkerend myocardinfarct, hartfalen, en ischaemie-gedreven revascularisatie na 12 maanden).
 

Belangrijkste resultaten

  • Bij niet behandelen van de niet-infarct-gerelateerde arterie wordt MACE in 20% van de patiënten gezien. Complete revascularisatie (10.0%) verlaagt het risico op MACE ten opzichte van IRA alleen (21.2%, HR: 0.45, 95%CI: 0.24-0.84, P=0.009).
  • De MACE curves voor complete revascularisatie en IRA alleen liepen al vroeg uiteen, en al na 30 dagen was het risico op MACE lager na complete revascularisatie (HR: 0.45, 95%CI: 0.19-1.04, P=0.055) .
  • Harde eindpunten (sterfte, MI, HF) waren op vergelijkbare wijze verminderd (5 vs. 13% als herhaalde revascularisatie (4.7% vs. 8.2%), dus herhaalde revascularisatie was niet de enige component van het primaire eindpunt dat het verschil in risico op MACE veroorzaakte.
  • Er waren geen signalen dat gelijktijdige behandeling van de niet-IRA nadelige gevolgen heeft, ondanks dat de proceduretijd langer was (55 vs. 41 mins, P<0.0001) en de contrastvolumeload hoger (250 vs. 190 mls, P<0.0001). Patiënten hadden niet vaker een beroerte, ernstige bloeding of contrast-geïnduceerde nefropathie na complete revascularisatie.

Conclusie

Deze studie suggereert dat het direct behandelen van de niet-infarct-gerelateerde arterie bij patiënten die primaire PCI ondergaan resulteert in een betere klinische uitkomst dan wanneer alleen de IRA wordt behandeld. In de meeste gevallen werden alle laesies in dezelfde sessie behandeld, maar in ieder geval voor ontslag uit het ziekenhuis. Het klinisch voordeel van complete revascularisatie werd al na 30 dagen gezien. Er zijn geen aanwijzingen voor nadelige gevolgen van deze strategie en de onderzoekers denken dat deze bevindingen moeten worden overwogen wanneer nieuwe STEMI richtlijnen worden opgesteld. Traditioneel gezien werd de niet-infarct-gerelateerde arterie wat later behandeld. Hoewel dit een kleine studie was, suggereren de uitkomsten dat het beter is om deze laesie snel aan te pakken. Die observaties moeten worden bevestigd.

- Onze berichtgeving is gebaseerd op de op het ESC congres verstrekte informatie -

3 minuten educatie • 1-9-2014, ESC - Barcelona, 2014, Freek Verheugt

PCI bij STEMI-patiënt: naast culpritvat ook andere zieke vaten behandelen

ESC Journaal Prof. Freek Verheugt (Amsterdam) bespreekt de CULPRIT waaruit duidelijk blijkt dat het beter is om bij STEMI-patiënten niet alleen het culpritvat te behandelen, maar ook andere zieke bloedvaten. CULPRIT was overtuigend, maar te klein om het effect op de mortaliteit aan te tonen.

Het ESC Journaal 2014 is mede mogelijk gemaakt door een unrestricted educational grant van MSD.

Deel deze pagina met collega's en vrienden: