Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Biomarkers voor betere afstemming medicatie bij hartfalenpatiënten

2 mrt. 2015 - nieuws

Gebruik van een biomarker die de benodigde dosis medicatie voor een individuele patiënt kan voorspellen kan behandeling van hartfalen efficiënter maken en draagt tevens bij aan het terugdringen van eventuele bijwerkingen en het aantal ziekenhuisopnames. Dat stelt Sandra Sanders-van Wijk naar aanleiding van promotieonderzoek aan het Maastricht UMC+ naar de toepassing van biomarkers bij de behandeling van hartfalen.

Sanders-van Wijk onderzocht onder andere Brain Natriuretic Peptide (BNP). Het BNP-niveau in bloed is een maat voor de prognose van een hartfalenpatiënt. Hoe hoger de druk op het hart, des te hoger het BNP-niveau. "Op basis van de hoeveelheid BNP kunnen we precies de medicatie afstellen", zegt Sanders-van Wijk. "De patiënten die een slechtere prognose hebben, zijn namelijk gebaat bij een intensievere therapie. De onderzoeksresultaten leveren het bewijs dat de overleving toeneemt en het aantal ziekenhuisopnames afneemt als we eerst een BNP-bepaling uitvoeren alvorens de medicatie te optimaliseren." Sanders-van Wijk toonde tevens aan dat deze strategie kosteneffectief en veilig is.

Een andere veelbelovende biomarker die mogelijk kan helpen in het selecteren van het juiste type geneesmiddel is galectine-3, omdat het een goede indicator lijkt van de hoeveelheid littekenweefsel. Voor hartfalenpatiënten zijn er drie groepen medicatie op de markt, waarvan er één bijzonder effectief is als zich littekenweefsel op het hart vormt. Niet alle patiënten hebben daar echter in dezelfde mate last van en dat maakt het kiezen van het juiste geneesmiddel moeilijk. Sanders-van Wijk: "Door galectine-3 te meten in het bloed zouden we patiënten kunnen selecteren die zeer waarschijnlijk baat zullen hebben bij de specifieke groep medicijnen."

"Door de toenemende vergrijzing zal hartfalen meer en meer voorkomen", zegt Sanders-van Wijk. "Omdat de aandoening zo complex is, heeft iedere patiënt andere zorg nodig. Een individueel behandeltraject wordt daarom steeds belangrijker. Als we met behulp van biomarkers de therapie op de patiënt kunnen afstemmen, kan dat in de toekomst leiden tot gezondheidswinst en kostenbesparing. Alleen op die manier kunnen we de hartfalenproblematiek in de groeiende populatie het hoofd bieden."

Sandra Sanders-van Wijk promoveerde begin februari aan de Universiteit Maastricht op haar proefschrift: 'Biomarkers in heart failure: towards individualized therapy.'

Bron: persbericht Maastricht UMC+, 26 februari 2015