Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Nieuw hartfalenmiddel vermindert zowel plotse hartdood als fatale verslechtering hartfalen

Literatuur - Desai AS et al., Eur Heart J. 2015

Effect of the angiotensin-receptor-neprilysin inhibitor LCZ696 compared with enalapril on mode of death in heart failure patients


Desai AS, McMurray JJ, Packer M et al.
Eur Heart J. 2015 May 28. pii: ehv186. [Epub ahead of print]
 

Achtergrond

In patiënten met hartfalen (HF) kunnen conventionele medicijnen de incidentie van sterfte door progressief HF verbeteren, maar niet door myocardinfarct, beroerte of niet-cardiovasculaire oorzaken. Van de first-in-class angiotensine-receptor-neprilysine remmer (ARNI) LCZ696 [1,2] is aangetoond dat het het samengestelde primaire eindpunt van CV sterfte of HF ziekenhuisopname verlaagde, evenals CV mortaliteit en sterfte door alle oorzaken, in de PARADIGM-HF studie [3].
Deze studie analyseerde de manier van sterven in PARADIGM-HF, om beter de mortaliteitsreductie te begrijpen die is geassocieerd is met behandeling met LCZ696. In de prospectieve, gerandomiseerde, dubbelblinde PARADIGM-HF studie werd LCZ696 vergeleken met enalapril in 8399 patiënten met chronische hartfalen (NYHA klasse II-IV) en linker ventrikel ejectiefractie <40%, die werden behandeld met richtlijn-conforme therapie.
 

Belangrijkste resultaten

  • Van de CV sterftes werd de meerderheid gecategoriseerd als plots (44.8%) of HF-gerelateerd (26.5%). Beide doodsoorzaken werden minder vaak gezien in LCZ696 vs. enalapril-behandelde patiënten (plotse dood: HR: 0.80, 95%CI: 0.68-0.94, P=0.008, dood door verslechterend HF: HR: 0.79, 95%CI: 0.64-0.98, P=0.034).
  • Gereanimeerde plotse dood, resulterend in een overlevende patiënt kwam 16 keer voor in de LCZ696-arm, ten opzichte van 28 keer met enalapril (HR: 0.57, 95%CI: 0.31-1.04, P=0.07).
  • Wanneer gereanimeerde en niet-gereanimeerde plotse dood events werden gecombineerd was het risico op plotse dood 22% lager in diegenen die met LCZ696 werden behandeld (HR: 0.78, 95%CI: 0.66-0.92, P=0.002).
    De grootte van het behandeleffect was vergelijkbaar (P=0.17) voor patiënten met (HR: 0.49, 95%CI: 0.25-0.98) en zonder (HR: 0.82, 95%CI: 0.69-0.98) en geïmplateerde defibrillator.
  • Fatale MI trad op in <1% van de patiënten; 3.% van alle sterftegevallen. Een vergelijkbare, maar niet statistisch significant verschil tussen de behandelarmen werd gezien aan dat gezien in HF sterfte en plotse dood.
  • Minder dan 1% van de patiënten maakte een fatale beroerte door, wat 4.1% van alle sterftes betekende, zonder een verschil tussen de behandelarmen.

Conclusie

Deze gegevens suggereren dat het mortaliteitsvoordeel van LCZ696 ten opzichte van enalaprilbehandeling zoals gezien in de PARADIGM-HF studie met name toe te schrijven is aan een lagere incidentie van zowel plotse hartdood en sterfte door progressief hartfalen. Eerdere placebogecontroleerde studies met renine-angiotensine systeemremming in hartfalen lieten grotere dalingen van ziekenhuisopnames voor verslechtering van hartfalen zien dan in CV sterfte. Het mechanisme via welke LCZ696 CV mortaliteit beïnvloedt verdient verder onderzoek.
Vind dit artikel online bij European Heart Journal
 

References

1. Vardeny O, Tacheny T, Solomon SD. First-in-class angiotensin receptor neprilysin inhibitor in heart failure. Clin Pharmacol Ther 2013;94:445–448.
2. Gu J, Noe A, Chandra P, et al. Pharmacokinetics and pharmacodynamics of LCZ696, a novel dual-acting angiotensin receptor-neprilysin inhibitor (ARNi). J Clin Pharmacol 2010; 50:401–414.
3. McMurray JJ, Packer M, Desai AS, et al. PARADIGM-HF Investigators and Committees. Angiotensin-neprilysin inhibition versus enalapril in heart failure. N Engl J Med 2014;371:993–1004.
 

Deel deze pagina met collega's en vrienden: