Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Primair eindpunt behaald in veiligheidsstudie met DPP-4 remmer

8 juni 2015 - nieuws

Behandeling met sitagliptine, een DPP-4 remmer, gedurende een mediane duur van 3 jaar, bleek niet-inferieur voor het primaire samengestelde veiligheidseindpunt, in vergelijking met placebo, in 14671 patiënten met type 2 diabetes (T2DM) en bekend met cardiovasculaire (CV) ziekte, in de TECOS studie.
Onderzoekers van de University of Oxford Diabetes Trials Unit (DTU) en Duke Clinical Research Institute (DCRI) vonden dat in deze patiënten, toevoeging van sitagliptine aan standaardzorg geen effect had op het risico op ernstige nadelige CV events, ziekenhuisopname voor hartfalen of complicaties.

In de studie werd gestreefd naar vergelijkbare controle van de bloedglucose tussen beide behandelarmen, zodat het effect van sitagliptine op hart- en vaatziekten onafhankelijk van de glucose-verlagende effecten kon worden bepaald. Het nut van sitagliptine als glucoseverlagend middel werd bevestigd door het meer frequent starten van insulinetherapie en grotere noodzaak voor aanvullende antihyperglycaemische middelen in de placebogroep dan in de sitagliptinegroep. 
Het primaire eindpunt was tijd tot het eerste bevestigde optreden van een event van CV-gerelateerde sterfte, niet-fataal myocardinfarct, niet-fatale beroerte, of ziekenhuisopname voor onstabiele angina (PP analyse HR: 0.98, 95%CI: 0.88-1.09, P<0.001), ITT HR: 0.99, 95%CI: 0.89-1.10, P=0.84). Ook werd geen toename gezien in het aantal ziekenhuisopnames voor hartfalen in de sitagliptinegroep (HR: 1.00, 95%CI: 0.83-1.20, P=0.983). Ernstige hypoglycaemie kwam in vergelijkbare mate voor in de behandelgroepen (sitagliptine vs. placebo: 2.2% vs. 1.9%, ITT HR: 1.12, 95%CI: 0.89-1.40, P=0.33). Sterfte door alle oorzaken was vergelijkbaar in beide groepen (7.5% vs. 7.3%, ITT HR: 1.01, 95%CI: 0.90-1.14, P=0.88).
Resultaten voor het primaire samengestelde eindpunt waren consistent in bijna alle vooraf gespecificeerde subgroepanalyses, met uitzondering van een verschil in effect voor patiënten met een BMI kleiner of groter dan 30 kg/m2.

Eerder zijn zorgen over een mogelijk verband tussen incretine-gebaseerde therapie en effecten op de pancreas geuit. In TECOS kwamen acute pancreatitis en alvleesklierkanker weinig voor en verschilde de frequentie niet significant tussen de behandelgroepen. Numeriek waren er meer patiënten in de sitagliptinebehandelde groep met acute pancreatitis (0.23% vs. 0.2%, ITT HR: 1.93, 95%CI: 0.96-3.88, P=0.065) en minder patiënten met alvleesklierkanker (0.1% vs. 0.2%, ITT HR: 0.66, 95%CI: 0.28-1.51, P=0.32) dan in de placebogroep.

Professor Rury Holman van Oxford University, Joint Chair of the study, zei dat “TECOS geruststelling biedt dat sitagliptine veilig gebruikt kan worden om bloedglucoseniveaus te verbeteren in een brede groep T2DM patiënten met hoog CV risico, zonder de frequentie van CV complicaties of hartfalen te beïnvloeden.”
 
Bron:
Persbericht American Diabetes Association Scientific Sessions 8 juni 2015
De TECOS resultaten zijn 8 juni in New England Journal of Medicine gepubliceerd.