Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Statinebehandeling geeft lichte daling van risico op hospitalisatie voor hartfalen

Preiss D et al., Eur Heart J 2015

The effect of statin therapy on heart failure events: a collaborative meta-analysis of unpublished data from major randomized trials
 

Preiss D, Campbell RT, Murray HM, et al.
Eur Heart J 2015 36: 1536-1546
 

Achtergrond

De meest voorkomende oorzaak van hartfalen (HF) is coronaire hartziekte (CHD) [1]. Aangezien statinetherapie het risico op myocardinfarct (MI) verlaagt in primaire en secundaire preventiepopulaties [2], zou het ook de ontwikkeling van HF moeten verminderen. Statinebehandeling kan ook de ontwikkeling van HF via andere mechanismen beïnvloeden.
Studies hebben de relatie tussen statinebehandeling en HF uitkomsten onderzocht, maar het soort HF eindpunten dat werd gebruikt varieert. Deze heterogeniteit in de categorieën HF uitkomsten heef veelomvattende pooling en analyse van HF data in de weg gezeten.
De huidige analyse beoogde uitvoerige en geharmoniseerde data te verkrijgen voor ernstige HF events (niet-fatale hospitalisatie, sterfte, en een composiet van beiden) in grote statinetrials. Zodoende evalueert deze studie of statinetherapie het aantal ernstige HF events vermindert, en zo ja, of dit met name wordt gedreven door een daling van niet-fataal MI. Ongepubliceerde data van tot wel 132568 deelnemers in 17 studies werden geïncludeerd in de hoofdanalyse, met follow-updata voor gemiddeld 4.3 jaar. Gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 63 jaar, 29% was vrouw.
 

Belangrijkste resultaten

  • In de 16 studies die data bevatten over niet-fataal MI, was dit event vermindert met 26% met statinetherapie (2287 eerste events in 65438 deelnemers op statines vs. 3107 in 65530 in controles: RR: 0.74, 95%CI: 0.70-0.78).
  • Op basis van 17 studies verminderden statins eerste niet-fatale HF hospitalisaties met 10% (RR: 0.90, 95%CI: 0.84-0.97), met numbers needed to treat (NNT) van 1454 (niet-significant: NS) in de primaire preventiestudies, 552 (NS) in gemengde studies en 200 in secundaire preventie studies gedurende 5 jaar.
  • HF sterfte werd niet beïnvloed door statinetherapie (RR: 0.97, 95%CI: 0.80-1.17).
  • De samengestelde HF uitkomst was verminderd met 8% met statinetherapie, op basis van 14 studies (RR: 0.92, 0.85-0.99).
  • Slechts 10-15% van de eerste composiet HF uitkomsten en niet-fatale HF hospitalisaties werden voorafgegaan door een gedocumenteerd niet-fataal MI (niet inclusief HF events binnen 30 dagen na MI). Statinebehandeling had geen effect op het risico op een eerste HF event, wel of niet voorafgegaan door een MI tijdens de studie.  

Conclusie

Deze analyse laat zien dat statinetherapie leidde tot minder deelnemers met HF events in grote primaire en secundaire preventiestudies, met ongeveer 4 jaar follow-up. Het risico op de samengestelde uitkomst van niet-fatale hospitalisatie en HF sterfte was ~10% lager, met name gedreven door een daling van niet-fatale hospitalisaties.
Het voordeel van statines voor HF uitkomsten leek niet afhankelijk van of patiënten eerder een MI hadden doorgemaakt. De grote meerderheid van deelnemers die een HF event doormaakten, had geen within-trial MI voorafgaand aan het event.
 
Vind dit artikel online bij Eur Heart J
 

References

1. Rich MW. Epidemiology, pathophysiology, and etiology of congestive heart failure in older adults. J Am Geriatr Soc 1997;45:968–974.
2. Baigent C, Blackwell L, Emberson J, et al. Efficacy and safety of more intensive lowering of LDL cholesterol: a meta-analysis of data from 170,000 participants in 26 randomised trials. Lancet 2010;376:1670–1681.