Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Ontbijt overslaan geeft hogere glycemische respons in T2DM

Jakubowicz et al., Diabetes Care 2015

 
Fasting Until Noon Triggers Increased Postprandial Hyperglycemia and Impaired Insulin Response After Lunch and Dinner in Individuals With Type 2 Diabetes: A Randomized Clinical Trial

 
Jakubowicz D, Wainstein J, Ahren B et al.
Diabetes Care published ahead of print July 28, 2015, doi:10.2337/dc15-0761
 

Achtergrond

Postprandiale hyperglycemie (PPHG) beïnvloedt in sterke mate HbA1c waarden in diabetes type 2 (T2DM). Zelfs wanneer glycemische controle is hersteld, is het sterk geassocieerd met toekomstige ontwikkeling van vasculaire complicaties [1-3]. Het dempen van glycemische pieken zou kunnen fungeren als belangrijke doelstelling in initiële stadia van de ziekte.
Omdat de meeste metabole signaalroutes die betrokken zijn bij postprandiale glycemie, worden gereguleerd door de circadiane klok [4], laat PPHG een circadiaan ritme zien. Omdat het tijdstip van de maaltijd krachtig de circadiane klok synchroniseert, beïnvloedt het de dagelijkse variatie van postprandiale glycemie in gezonde individuen en in mensen met T2DM [4-7]. Het tijdstip van de maaltijd kan daarom een manier zijn om glycemische pieken te dempen.
Het is aangetoond dat ontbijt belangrijk is voor de 24-uurs regulatie van glucose [8]. Terwijl de voordelen van het eten van ontbijt op PPHG in het algemeen en HbA1c niveaus redelijk duidelijk zijn, is de relatie tussen het overslaan van ontbijt en glycemische excursies gedurende de dag minder duidelijk.
deze gerandomiseerde, open-label, cross-over-within-subject klinische studie onderzocht de postprandiale glycemische respons op identieke lunch en dinner maaltijdtesten, met (YesB) of zonder (NoB) ontbijt, in patiënten met T2DM. Patiënten werden getest op twee dagen, één die met een ontbijt begon, en één zonder.
 

Belangrijkste resultaten

  • Area under the curve (AUC) van de gehele maaltijdrespons (AUC(0-180min)) waren 35.7%, 68.6%, 62.1% en 52.9% hoger voor glucose, insuline, C-peptide en iGLP-1, respectievelijk na ontbijten vs. ontbijt overslaan.
  • Plasmaniveaus waren 16.5%, 45%, 50% en 33% hoger voor glucose, insuline, C-peptide en iGLP-1 vóór de lunch in de YesB vs. NoB groep.
  • De AUC(0-30: vroege responsinterval) waarde voor glucagon was hoger na het ontbijt, terwijl de late respons (AUC(60-180min)) waarde hoger was, op de YesB vs. de NoB dag.
  • Over het algemeen leidde het overslaan van ontbijt tot langduriger hoge niveaus van glucagon en vrije vetzuren (FFA), en lagere niveaus van glucose, insuline, C-peptide en iGLP-1, en het eten van ontbijt leverde de tegenovergestelde metabole status.
  • Pieken in plasmaglucose na lunch en avondeten waren 39.8% en 24.9% hoger op de NoB dag dan op de YesB dag. De AUC(0-180min) waarden voor glucose waren 36.8% n 26.6% hoger na lunch en avondeten op NoB vs. YesB, en lager voor insuline (17% en 7.9%). C-peptideniveaus spiegelden die van insuline na lunch en avondeten.
  • iGLP-1 liet op the NoB vs. YesB dag 60 min later een piek zien, en was 21.5% lager.
  • Glucagonniveaus stegen na lunch en avondeten, hetgeen hogere AUC(0-180min) waarden opleverde op de NoB dag.
  • Over het algemeen leidde het overslaan van ontbijt tot een hogere glycemische index respons en hogere niveaus van glucagon en FFA, evenals lagere niveaus van insuline, C-peptide, en iGLP-1 na lunch en avondeten, terwijl ontbijten het tegenovergestelde effect had.

Conclusie

Het overslaan van ontbijt door patiënten met T2DM is geassocieerd met een significant hogere glycemische respons na lunch en avondeten, dan wanneer deze maaltijden worden gegeten nadat 's ochtends ontbijt is genuttigd. Insulinesecretie was ook verstoord na het overslaan van ontbijt, aangezien de piek later optrad en de plasmaconcentries van insuline en C-peptide lager waren. Dus, het ontbijt is belangrijk voor glucosehomeostase en het voorkomen van PPHG gedurende de hele dag.
 
Vind dit artikel online bij Diabetes Care
 

Referenties

1. Monnier L, Lapinski H, Colette C. Contributions of fasting and postprandial plasma glucose increments to the overall diurnal hyperglycemia of type 2 diabetic patients: variations with increasing levels of HbA(1c). Diabetes Care 2003; 26:881–885
2. Cavalot F, Petrelli A, Traversa M, et al. Postprandial blood glucose is a stronger predictor of cardiovascular events than fasting blood glucose in type 2 diabetes mellitus, particularly in women: lessons from the San Luigi Gonzaga Diabetes Study. J Clin Endocrinol Metab 2006;91: 813–819
3. Ceriello A, Colagiuri S, Gerich J, Tuomilehto J; Guideline Development Group. Guideline for management of postmeal glucose. Nutr Metab Cardiovasc Dis 2008;18:S17–S33
4. Froy O. Metabolism and circadian rhythms–implications for obesity. Endocr Rev 2010;31:1–24
5. Morgan LM, Shi JW, Hampton SM, Frost G. Effect of meal timing and glycaemic index on glucose control and insulin secretion in healthy volunteers. Br J Nutr 2012;108:1286–1291
6. Saad A, Dalla Man C, Nandy DK, et al. Diurnal pattern to insulin secretion and insulin action in healthy individuals. Diabetes 2012;61:2691–2700
7. Jakubowicz D, Wainstein J, Ahr ´en B, et al.High-energy breakfast with low-energy dinner decreases overall daily hyperglycaemia in type 2 diabetic patients: a randomised clinical trial.Diabetologia 2015;58:912–919
8. Mekary RA, Giovannucci E, Willett WC, van Dam RM, Hu FB. Eating patterns and type 2 diabetes risk in men: breakfast omission, eating frequency, and snacking. Am J Clin Nutr 2012; 95:1182–1189