Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Pacemakers kunnen atriumfibrilleren opsporen waardoor beroertepreventie gestart kan worden

19 okt. 2015 - nieuws

“Ongeveer een derde van de patiënten met atriumfibrilleren (AF) heeft geen symptomen en weet niet dat zij AF hebben en een hoog risico op beroerte hebben,” zegt dr. Denham, cardioloog in Warrington Hospital, Verenigd Koninkrijk. Pacemakers kunnen asymptomatische AF opsporen maar worden niet routinematig met dit doel gemonitord. Deze studie onderzocht of pacemaker-controles gebruikt kunnen worden om patiënten met asymptomatische AF te identificeren, aan wie dan antistolling kan worden gegeven voor beroertepreventie.
De studie includeerde retrospectief 223 patiënten die een pacemaker hadden gekregen in een periode van 5 jaar, en die geen diagnose AF hadden voor implantatie. Tijdens follow-up kliniekbezoeken werd de informatie van de pacemaker over batterijduur en dergelijke uitgelezen. De onderzoekers analyseerden hoeveel patiënten momenteel AF doormaakten, en hoeveel mensen episodes van AF hadden gehad en daarna naar sinusritme terugkeerden.
 
In patiënten van wie gevonden werd dat ze AF hadden, berekenden de onderzoekers hun beroerterisico met de CHA2DS2-VASc score om te zien hoeveel antistolling zouden moeten ontvangen. ESC richtlijnen bevelen aan dat patiënten met AF en een score van 2 of hoger orale antistolling zouden moeten krijgen om beroerte te voorkomen.
Tijdens de follow-up periode hadden 36 patiënten ten minste één episode van gedetecteerde AF, van wie bij 27 AF werd opgemerkt tijdens een routinematige pacemaker check (12% van de studiepopulatie). Slechts één derde van de 27 patiënten had de pacemaker gekregen voor sick sinussyndroom, waarvan bekend is dat het in verband staat met AF, terwijl twee derde atrioventriculaire knoop-block. Met uitzondering van 1 patiënt hadden alle 27 patiënten antistolling nodig op basis van hun CHA2DS2-VASc score om beroerte te voorkomen.
 
Dr. Denham zie: “Het aandeel pacemakerpatiënten met ongediagnosticeerd AF was hoger dan verwacht. Bijna iedereen had al antistolling moeten ontvangen voor beroertepreventie. Pacemakercontroles zijn gemakkelijk uit te voeren en onze studie toont aan dat het de moeite waard is om ze te gebruiken om patiënten te identificeren die risico lopen.”
De gemiddelde tijd tussen pacemaker checks en AF diagnose was 6 maanden. Iets meer dan een derde van de patiënten wachtte 12 maanden tussen controles om te ontdekken dat zij AF hebben. Dr. Denham zei: “Stabiele patiënten hebben elke 12 maanden pacemakercontroles maar onze resultaten ondersteunen meer frequente monitoring om AF op te sporen. Anders hebben patiënten een hoger beroerterisico en blijven ze onbeschermd.”
 
Telemonitoring op afstand zou het mogelijk maken om vaker pacemakercontroles te doen zonder dat patiënten naar het ziekenhuis moeten reizen. Patiënten hebben daarvoor een computer nodig die met draadloze technologie informatie van hun pacemaker verzameld. De data kunnen dan worden verstuurd naar een ziekenhuiscomputer.
“Telemonitoring zou AF veel vroeger kunnen opsporen, zodat antistolling kan worden gestart,” zei Dr. Denham. “het feit dat we zo’n hoog aandeel van patiënten vonden met AF die eigenlijk al antistolling hadden moeten krijgen suggereert dat telemonitoring de moeite waard is van het proberen. Hoewel we dat niet op basis van deze studie kunnen concluderen, kan het zijn dat de kosten van telemonitoring worden gecompenseerd door besparingen door preventie van strokes.”
 

Bron:

Persbericht ESC 17 Oktober, 2015