Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Geen verbetering klinische stabiliteit in HFrEF door behandeling met GLP-1 receptoragonist

9 nov. 2015 - nieuws

A Randomized Trial of Liraglutide for High-Risk Heart Failure Patients With Reduced Ejection Fraction

 
Gepresenteerd op de AHA Scientific Sessions 2015 door: Kenneth B Margulies (NHLBI Heart Failure Clinical Research Network)
 

Achtergrond

Het hart consumeert meer energie per gram gewicht dan welk orgaan dan ook, en is continue afhankelijk van ATP synthese. Als hartfunctie faalt, vermindert het vetzuurmetabolisme en wordt ATP-synthese meer afhankelijk van glucose. In vergevorderd hartfalen (HF) wordt het myocard insulineresistent, hetgeen de glucose-opname beperkt en ATP-productie verder beperkt. Op dit moment is er geen HF-behandeling die direct op deze metabole verstoringen aangrijpt.
Glucagon-like peptide-1 (GLP-1) vergroot de glucose-opname door insulinesecretie en –gevoeligheid te vergroten. In een pilotstudie met 12 patiënten met vergevorderd HF en verminderde ejectiefractie (EF) verbeterde 5 weken behandeling met continue GLP-1 de LVEF, inspanningscapaciteit en kwaliteit van leven, ten opzichte van controles.
Liraglutide is een GLP-1 receptoragonist die eenmaal daags wordt genomen. In de FIGHT studie werd de hypothese getest dat voortdurende behandeling met liraglutide, gestart tijdens de post-acute HF periode na ontslag, geassocieerd is met een verbeterde klinische stabiliteit tot na 180 dagen, zoals geschat met een klinisch eindpunt samengesteld uit drie hiërarchische groepen: tijd tot dood, tijd tot HF hospitalisatie, tijd-gemiddelde proportionele verandering in NT-proBNP. Er werd een gemiddelde rank score bepaald, waarbij een lagere score een slechtere situatie weerspiegelt.
300 Volwassenen met HF die werden opgenomen voor een acuut HF syndroom (AHFS) werden geïncludeerd (LVEF<40% in de voorafgaande 3 maanden), die evidence-based HF medicatie ontvingen. Zowel diabetici als niet-diabetici werden geïncludeerd. De dosering van liraglutide of placebo werd opgetitreerd in de eerste maand van de studie.
 

Belangrijkste resultaten

  • Er werd geen significant verschil gezien in de gemiddelde global rank score (155 op placebo vs. 146 op liraglutide, P=0.309). 11% van de patiënten op placebo stierven, ten opzichte van 12% op liraglutide, en respectievelijk 28% vs. 34% van de patiënten werden gehospitaliseerd zonder te sterven.
  • Een niet significant verschil in het risico op sterfte of HF hospitalisatie werd gezien tussen behandeling met liraglutide vs. placebo (HR: 1.296, 95%CI: 0.92-1.83, P=0.142).
  • Van de secundaire eindpunten bleek de verandering in cystatin C, een marker van nierfalen, significant groter te zijn in liraglutidebehandelde patiënten dan in de placebogroep. Liraglutide-behandelde patiënten lieten een tendens zien richting betere gewichtsdaling en HbA1c.
  • In gestratificeerde analyses lieten patiënten met diabetes op liraglutide significante gewichtsreducties zien na 30 en 90 dagen, en een tendens naar een grotere daling op 180 dagen, in vergelijking met patiënten op placebo. Bij niet-diabeten werd geen verschil in gewicht gezien op deze tijdstippen tussen patiënten behandeld met liraglutide en placebo.
  • Het enige significante verschil in veiligheidseindpunten tussen de twee behandelgroepen betrof een lager aantal hyperglycemische events met liraglutide (10%) ten opzichte van placebo (18%, OR: 0.51, P=0.048).
     

Conclusie

De GLP-1 agonist liraglutide verbeterde de klinische stabiliteit na ontslag uit het ziekenhuis niet in patiënten met vergevorderd HF en verminderde LVEF. Onder diabetici met vergevorderd HF was behandeling met liraglutide geassocieerd met een milde gewichtsdaling en verbeterde bloedglucosecontrole. Er werd een niet-significant numeriek verschil in het optreden van het eindpunt van sterfte en HF hospitalisatie gezien ten gunste van placebo. Grotere studies moeten de veiligheid van liraglutide of andere GLP-1 agonisten voor diabetesmanagement of gewichtsreductie voor patiënten met vergevorderd HF verder vaststellen.
 
- Onze berichtgeving is gebaseerd op de op het AHA congres verstrekte informatie –

Het AHA Journaal 2015 wordt mede mogelijk gemaakt door MSD