Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Kwart minder CV events door intensievere bloeddrukverlaging in oudere hypertensiepatiënten

10 nov. 2015 - nieuws

 
SPRINT Trial Results: Latest News in Hypertension Management - Systolic Blood Pressure Intervention Trial (SPRINT) 


Gepresenteerd op de AHA Scientific Sessions 2015 door: Paul Whelton (Tulane University, New Orleans, LA, USA)
 

Achtergrond

Observationele studies hebben een sterk verband aangetoond tussen bloeddruk (BP) en risico op cardiovasculaire aandoeningen (CVD), zonder aanwijzingen voor een drempelwaarde voor deze relatie. Klinische studies hebben aangetoond dat antihypertensieve medicatie het risico op CVD verlaagt, maar het is onduidelijk wat de optimale doelstelling is voor het verlagen van de systolische BP (SBP).
De SPRINT studie evalueerde het effect van intensievere bloeddrukverlagende behandeling dan momenteel wordt aanbevolen. Hiertoe werden patiënten van 50 jaar en ouder met SBP tussen 130-180 mmHg (behandeld of onbehandeld) en ten minste één CVD risicofactor gerandomiseerd naar intensieve behandeling met als doel-SBP <120 mmHg (n=4679), of naar standaardbehandeling (doel: SBP <140 mmHg, n=4683). Bloeddruk werd maandelijks gemeten in de eerste 3 maanden, en daarna driemaandelijks. Bij meting werd het gemiddelde van drie metingen genomen, waarop medicatie-titratiebesluiten werden gebaseerd. Het primaire eindpunt was een samenstelling van het eerste optreden van myocardinfarct (MI), niet-MI acuut coronair syndroom (ACS), beroerte, acuut decompensatoir hartfalen (HF) of CVD sterfte.
Op 20 august werd besloten de SPRINT studie voortijdig te stoppen als gevolg van gunstige resultaten, na een mediane follow-up tijd van 3.26 jaar, op advies van DSMB.
 

Belangrijkste resultaten

  • Gemiddelde SBP tijdens follow-up was 134.6 mmHg bij standaardbehandeling en 121.5 mmHg bij intensieve behandeling. De bloeddruk was stabiel gedurende follow-up in beide groepen.
  • Het risico op het primaire eindpunt was 25% lager in de intensief behandelde groep dan bij standaardbehandeling (HR: 0.75, 95%CI: 0.64-0.89, P<0.001), met een number needed to treat (NNT) om een primaire uitkomstevent te voorkomen van 61.
  • Van de componenten van het primaire eindpunt waren alle HF (HR: 0.62, 95%CI: 0.45-0.84, P=0.002) en CVD sterfte (HR: 0.57, 95%CI: 0.38-0.85, P=0.005) significant lager in intensief behandelde patiënten.
  • Het cumulatieve risico op sterfte door alle oorzaken was lager bij intensieve behandeling (HR: 0.73, 95%CI: 0.60-0.90), met een NNT om een sterfte te voorkomen van 90.
  • Het doormaken van het primaire eindpunt verschilde niet in de vooraf gespecificeerde subgroepen, op basis van wel/niet bestaande chronische nierziekte (CKD), leeftijd >75, geslacht, Afrikaans-Amerikaans, eerder CVD of SBP<132 of >145 of ertussenin.
  • In patiënten met CKD bij baseline werd geen verschil gezien in nieruitkomsten. In patiënten zonder CKD bij baseline, werd vaker >30% daling van eGFR gezien bij intensieve vs. standaardbehandeling (HR: 3.48, 95%CI: 2.44-5.10, P<0.0001).
  • Over het algemeen werden er evenveel serieuze complicaties (SAEs) gerapporteerd in beide behandelgroepen (HR: 1.04, P=0.25). Van SAEs geassocieerd met specifiek relevante condities werden vaker hypotensie (HR: 1.67, p=0.001), electrolytafwijkingen (HR: 1.35, P=0.02) en acute nierschade of acuut nierfalen (HR: 1.66, P<0.001) gezien.
 

Conclusie

Zowel in de intensief als de standaard behandelde groep werd snel en duurzaam een daling van SBP bereikt. Na een mediane follow-up van 3.26 jaar werd de studie voortijdig gestaakt, vanwege positieve bevindingen. De incidentie van het primaire eindpunt was 25% lager in de intensief behandelde groep in vergelijking met standaard behandelde individuen. Sterfte door alle oorzaken was 27% lager in de intensief behandelde groep. Het behandeleffect was vergelijkbaar in alle geanalyseerde subgroepen. Enkele complicaties werden vaker gezien in intensief behandelde patiënten, maar over het algemeen waren de positieve effecten van intensieve bloeddrukverlaging groter dan de mogelijkheid op schade.
 
- Onze berichtgeving is gebaseerd op de op het AHA congres verstrekte informatie –

Het AHA Journaal 2015 wordt mede mogelijk gemaakt door MSD