Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Leefstijlinterventies zijn gunstig voor HFpEF patiënten

Kitzman DW, et al. JAMA. 2016

Effect of Caloric Restriction or Aerobic Exercise Training on Peak Oxygen Consumption and Quality of Life in Obese Older Patients With Heart Failure With Preserved Ejection Fraction
A Randomized Clinical Trial


Kitzman DW, Brubaker P, Morgan T, et al.
JAMA. 2016;315(1):36-46
 

Achtergrond

Obesitas is een onafhankelijke risicofactor voor hartfalen [1,2]. Een recente studie rapporteerde dat oudere patiënten met hartfalen met een behouden ejectiefractie (HFpEF) meer dijbeen intermusculair dijbeenvet hebben en een hogere ratio intermusculair vet – skeletspier, vergeleken met gezonde vrijwilligers [3]. Deze parameters waren significant gerelateerd aan verminderde piek VO2 in HFpEF patiënten [3], een sterke determinant van de prognose en een verminderde kwaliteit van leven (QoL) bij deze patiënten [4].
De waarde van het gewichtsverlies met een dieet voor patiënten met hartfalen is controversieel [5], en de huidige richtlijnen bevatten geen aanbevelingen voor dieet [6], hoewel in zwaarlijvige ouderen zonder hartfalen gewichtsverlies de diastolische functie en inspanningscapaciteit verbetert [7, 8].
Het doel van deze studie was om de effecten te onderzoeken van dieet, lichaamsbeweging, of beide, op inspanningscapaciteit en levenskwaliteit, bij obese oudere patiënten met HFpEF.
 

Belangrijkste resultaten

• De piek VO2 was significant verhoogd door beide interventies:
  - lichaamsbeweging : 1,2 ml/kg lichaamsgewicht/min (95% CI: 0.7-1.7), P<0.001
  - dieet: 1,3 ml/kg lichaamsgewicht/min (95% CI: 0.8-1.8), P<0.001
• Het effect van de combinatie van lichaamsbeweging en voeding was additief. (piek VO2 gezamenlijke effect: 2,5 ml/kg/min).
• De verandering in de piek VO2 was positief gecorreleerd met
  - De verandering in procenten vetvrije massa (r=0.32; P=0.003)
  - De verandering in de verhouding dijspier - intermusculair vet (r=0.27; p=0.02)
• Lichaamsgewicht daalde met
  - 7% (7 kg [SD: 1]) in de dieetgroep
  - 3% (4 kg [SD: 1]) in de lichaamsbeweging-groep,
  - 10% (11 kg [SD: 1] in de lichaamsbeweging + dieet groep en
  - 1% (1 kg [SD: 1]) in de controlegroep
• Er was geen statistisch significante verandering in de Minnesota Living With Heart Failure totaalscore met lichaamsbeweging en met dieet:
  - lichaamsbeweging: -1 unit [95% CI: -8 tot 5], P=0.70
  - dieet: -6 eenheden [95% CI: -12 tot 1], P=0.08
• andere parameters voor kwaliteit van leven: Dieet verbeterde aanzienlijk
  - De KCCQ score, een QoL maat specifiek voor hartfalen, met 7 eenheden (95% CI: 2.6-12.3, P=0.004)
  - De algemene kwaliteit van leven SF-36 fysieke component score door 4 eenheden (95% CI:1-7), P=0.02
 

Conclusie

Dieet of lichaamsbeweging leidde tot een verbeterde inspanningscapaciteit bij oudere obese patiënten met HFpEF. De combinatie van dieet en lichaamsbeweging kan een additief voordeel hebben. Noch dieet, noch lichaamsbeweging verbeterde de kwaliteit van leven volgens de Minnesota Living with Heart Failure questionnaire; dieet verbeterde echter de resultaten van de KCCQ en SF-36 scores aanzienlijk.
 

Redactioneel commentaar [9]

Bij HFpEF patiënten is cardiovasculaire pathofysiologie verminderd, zowel centraal als in de periferie. Dit laatste is niet aan de orde als therapeutische doel in deze patiënten.
Voedingsinterventies in HF
pEF hebben momenteel voornamelijk betrekking op natriumbeperking, hoewel er bewijs is van een gunstig effect van caloriebeperking.
Dit rapport geeft aanvullend bewijs dat een meer uitgebreide dieetinterventie met of zonder lichamelijke oefening de inspanningscapaciteit bij oudere en
obese HFpEF patiënten verbetert, en dat de combinatie van beide interventies een additief effect heeft. De hypothese is bijzonder interessant en moet worden getest in een grotere populatie. De toekomstige implementatie van dieetinterventie en lichaamsbeweging in HFpEF patiënten kan onder meer omvatten het gebruik van moderne en high-tech benaderingen, zoals digitale technologieën (smartphone-toepassingen, pols gedragen bewegingsmonitors, enz.). Financiële aspecten en de integratie van deze methoden in hartfalen management programma's moeten ook worden onderzocht.

 

Vind deze publicatie online
 

Referenties

1. Morkedal B, Vatten LJ, Romundstad PR, et al. Risk of myocardial infarction and heart failure among metabolically healthy but obese individuals. J AmColl Cardiol.2014;63(11):1071-1078.
2. Kenchaiah S, Evans JC, Levy D, et al. Obesity and the risk of heart failure. N Engl J Med. 2002;347(5):305-313.
3. Haykowsky MJ, Kouba EJ, Brubaker PH, et al. Skeletal muscle composition and its relation to exercise intolerance in older patients with heart failure and preserved ejection fraction. Am J Cardiol. 2014;113(7):1211-1216.
4. Upadhya B, Haykowsky MJ, Eggebeen J, et al. Exercise intolerance in heart failure with preserved ejection fraction: more than a heart problem. J Geriatr Cardiol. 2015 May; 12(3): 294–304.
5. Haass M, Kitzman DW, Anand IS, et al. Body mass index and adverse cardiovascular outcomes in heart failure patients with preserved ejection fraction. Circ Heart Fail. 2011;4(3):324-331.
6. Yancy CW, Jessup M, Bozkurt B, et al. 2013 ACCF/AHA guideline for the management of heart failure. J AmColl Cardiol. 2013;62(16):e147-e239.
7. Normandin E, Houston DK, Nicklas BJ. Caloric restriction for treatment of geriatric obesity. Curr Nutr Rep. 2015;4(2):143-155.
8. Villareal DT, Chode S, Parimi N, et al. Weight loss, exercise, or both and physical function in obese older adults. N Engl J Med. 2011;364(13):1218-1229.
9. Wenger NK. Lifestyle Interventions to Improve Exercise Tolerance in Obese Older Patients With Heart Failure and Preserved Ejection Fraction. JAMA. 2016;315(1):31-33.