Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Veelzijdig programma en levendige discussie op de 6e CVC

14 mrt. 2016 - nieuws

Ede, 10-11 maart 2016

 

Technology update

Tijdens deze 6e Cardiovasculaire Conferentie werden de toehoorders eerst bijgepraat over technologische ontwikkelingen.
Zo vertelde prof. dr. Anton Jan van Zonneveld (LUMC, Leiden) over de mogelijkheden van nieuwe, geavanceerde chips waarmee microcirculatie gesimuleerd kan worden. De toegenomen complexiteit van de organ-on-a-chip modellen maakt ze geschikt voor diagnostische studies, drug screening, maar ook voor mechanistische studies naar vasculaire homeostase. Bovendien zullen ze in toenemende mate kunnen worden gebruikt als platform voor ontwikkeling van gepersonaliseerde geneeskunde. Van Zonneveld toonde hoe de microvessels on a chip als functioneel model kunnen fungeren in onderzoek naar vasculaire lekkage.
 
Dr. Rafael Kramann (Aachen University, Germany) deelde zijn inzichten in Gli1-positieve cellen: cellen die om de capillairen heen liggen. Deze cellen kunnen differentiëren, bijvoorbeeld in myofibroblasten. Onder invloed van schade blijken ze te differentiëren in gladde spiercellen. Er werd gedacht dat dit een rol zou kunnen spelen in calcificatie, bijvoorbeeld in situaties van chronische schade zoals bij diabetes en chronische nierziekte. Inderdaad bleken Gli1-positieve cellen de calcificerende vasculaire cellen te zijn in het proces van athero- en arteriosclerose. Of dit gebeurt via een directe route of via een contractiele vorm van gladde spiercellen is onderwerp van verder onderzoek.
 
Dr. Jingyuan Fu (UMC Groningen) liet toepassing van deep sequencing van het microbioom zien. In de populatiegebaseerde prospectieve Lifelines studie wordt gepoogd te begrijpen welke bacteriestammen wat doen, en waarom ze relevant zijn. Hiertoe wordt van 167000 deelnemers (18-81 jaar) elke 5 jaar velerlei data verzameld, voor onder andere genotypering, methylatieanalyse en een faecesmonster voor microbioomanalyse. Hoewel de interindividuele variatie van de microbioomsamenstelling groot is, laten regionale cohorten vergelijkbare variatie zien.
Onderzoeksvragen omvatten de interactie van het microbioom en (epi)genetische factoren, dieet en metabolieten van medicatie. Ook de relatie met CV risicofactoren is bekeken: het microbioom, in aanvulling op een model met leeftijd, geslacht en genetica, blijkt voor een substantieel deel variatie van BMI, triglyceriden en HDL te kunnen verklaren, terwijl dat voor LDL en totaal cholesterol niet geldt. Als te zijner tijd therapieën worden overwogen op basis van microbioomdata, moet goed in acht worden genomen dat het een ecosysteem is, waarin een verandering van één speler gevolgen kan hebben voor een andere.
 

Game changers in CVD-therapy

In een sessie gewijd aan game changers sprak dr. Bram Kroon (Maastricht UMC) hoopvol over de nieuwe generatie baropacers voor de behandeling van refractoire hypertensie. De eerste lichting baropacers die bilateraal geplaatst werd, en met vier vingers om het vat greep, bleek regelmatig zenuwschade op te leveren. Het nieuwe device wordt unilateraal geplaatst en is veel kleiner. Dit maakt het moeilijker om effectief te plaatsen, maar het levert geen neurale schade meer op.
De Pivotal studie liet zien dat het geen effect heeft op nierfunctie. Eindpunten van de Pivotal laten nog op zich wachten. Gezien de veiligheid en veelbelovende bloeddrukverlagende effecten in refractoire hypertensie beschouwt Kroon het als klaar voor de kliniek.
 
Prof. dr. Erik Stroes (AMC, Amsterdam) ziet 3 lipidenverlagende middelen die de term game changer waardig zijn: PCSK9-remmers, Apo(a) antisense en mogelijke ApoCIII antisense. Het meest overtuigend zijn vooralsnog antilichamen gericht tegen PCSK9. Deze veroorzaken tot wel 60% extra LDL-c verlaging in aanvulling op standaard therapie en blijken zelfs een groot deel van de familiaire hypercholesterolemie-patiënten op behandeltarget te krijgen. Langere termijn uitkomstenstudies kunnen definitief hun status als game changer bevestigen.
Een andere kandidaat is Apo(a) antisense, om Lp(a) niveaus te verlagen. Niveaus van dit lipoproteïne zijn grotendeels genetisch bepaald en tot nog toe niet modificeerbaar. Wel hebben ze een grote invloed op het CV risico. Verbeterde technologie in de productie van antisense moleculen maakt dat meer Apo(a) antisense tegelijk geïnjecteerd kan worden dan bij een eerste generatie van het middel het geval was. Daardoor kan de benodigde frequentie van toedienen omlaag (naar bijvoorbeeld 1x per 2-4 weken), wat de eerder problematische bijwerkingen zal verminderen. De eerste resultaten zijn veelbelovend.
 
De CVC-bezoekers verdeelden zich vervolgens over parallelsessies, ingevuld door de deelnemende verenigingen: Internistisch Vasculair Genootschap (IVG), Dutch Atherosclerosis Society (DAS), Dutch Endothelial Biology Society (DEBS) en Dutch Society for Microcirculation and Vascular Biology (MiVab).
 

Lessons from atherosclerotic tissue studies

In de middag kwam het publiek weer samen voor de laatste plenaire sessie, waarin prof.dr. Esther Lutgens (AMC, Amsterdam) vertelde over het belang van immunologische processen in atherosclerose. CD40ligand-CD40 interacties blijken atherosclerose te stimuleren. CD40-signalling is celtype-specifiek, dus Lutgens’ laboratorium richtte de pijlen op de membraangebonden CD40-TRAF6 interactie, bovenin de pathway. Blokkeren van deze interactie voorkwam atherosclerose in een muismodel, en verminderde bestaand atherosclerose. Ze identificeerden een compound die de CD40-TRAF6-interactie blokkeert, die ook atherosclerose vermindert. De halfwaardetijd is echter slechts 8 uur, dus er wordt gewerkt aan dosering en delivery, bijvoorbeeld met nanodeeltjes. De eerste resultaten daarmee in muizen zijn positief. De ontwikkeling van dit veelbelovende middel in ontwikkeling is dus ver gevorderd, maar er blijft ook nog genoeg te doen.
 
Sander van der Laan (UMC Utrecht) presenteerde inzichten uit de Athero Express Biobank studie, waarin verbanden worden onderzocht tussen genetische variatie (SNPs en expressie) en lipidenmetabolisme en plaquekarakteristieken. Ze vonden dat 19 van 57 varianten die in verband zijn gebracht met CAD risico, geassocieerd waren met plaque eigenschappen. Ook liet Van der Laan zien dat de methylatiestatus van sommige CpGs in plaques wordt beïnvloed door roken. Dit effect bleek geassocieerd met secundaire samengestelde eindpunten. Mogelijk dragen epigenetische processen dus bij aan secundaire effecten.
 
Tot slot mochten jonge onderzoekers, van wie hun abstract uit alle inzendingen was geselecteerd, hun werk presenteren. Sophie Bernelot Moens (AMC, Amsterdam) liet zien dat monocyten van FH patiënten een hogere migratoire capaciteit hebben dan controles, mogelijk door vetopstapeling in deze cellen. Dit cellulaire inflammatie-fenotype werd onderdrukt met een PCSK9-remmer, onafhankelijk van een effect op CRP. Cellulaire inflammatie lijkt dus ook relevant, naast inflammatie die vaak aan CRP-niveaus wordt afgelezen.
Jan-Freark de Boer (UMC Groningen) vertelde over een bijzonder onderzoeksmodel. Gebruikmakend van een systeem dat de galcirculatie van twee levende ratten aan elkaar verbindt, bestudeert hij continue galuitwisseling tussen de ratten, om te onderzoeken of hepatobiliaire cholesterolsecretie en/of transintestinale cholesterolexcretie bijdragen aan macrofagen reverse cholesterol transport. Experimenten met gelabeld cholesterol toonden aan dat beide processen erbij betrokken zijn, met de grootste rol voor het hepatobiliaire pathway.
Marnix Lameijer (AMC, Amsterdam) onderzoekt de macrofaag-content van plaques. De mTOR- en S6K1-patways blijken belangrijk voor proliferatie van macrofagen. Remmen van een van deze factoren (compounds toegediend met HDL-nanoparticles) vermindert het aantal macrofagen in plaques. Middels laser capture microdissection gevolgd door RNA sequencing willen ze meer targets zoeken, om compounds tegen te ontwikkelen en te testen.

Door stemming bepaalde de zaal dat Marnix Lameijer de beste plenaire presentatie had gegeven. In de parallelsessies hebben de voorzitters van de sessies bepaald wie een prijs verdiende.
 

- Binnenkort zullen korte interviews met de plenaire sprekers op CVGK.nl worden geplaatst -