Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

SGLT2-remmers beschermen tegen MACE, volgens meta-analyse

Wu JHY et al., Lancet Diabetes Endocrinol 2016

Effects of sodium-glucose cotransporter-2 inhibitors on cardiovascular events, death, and major safety outcomes in adults with type 2 diabetes: a systematic review and meta-analysis
 

Wu JHY, Foote C, Blomster J, et al.
Lancet Diabetes Endocrinol 2016; published online ahead of print
 

Achtergrond

In patiënten met diabetes type 2 (T2DM), beïnvloeden sodium-glucose cotransporter-2 (SGLT2)-remmers bepaalde intermediaire markers van vasculair risico ten positieve, zoals glucoseconcentraties, gewicht, albuminuria, bloeddruk. Aan de andere kant zouden ze toename van LDL-c kunnen veroorzaken, en genito-urinaire infecties, metabole acidose en botfracturen [1-5]. Momenteel is veel onduidelijk over de effecten van SGLT2-remmers op klinische uitkomsten en het is onbekend of er verschillen bestaan tussen verschillende SGLT2-remmers.
In dit systematische review en meta-analyse werd het bewijs van relevante gerandomiseerde studies en indieningen bij regulerende instanties met betrekking op belangrijke klinische effectiviteit- en veiligheidsuitkomsten geëvalueerd in volwassenen met T2DM, zowel over het algemeen, als apart voor individuele SGLT2-remmers. Het review includeerde data van 57 studies, over 33385 deelnemers, die waren blootgesteld aan zeven verschillende SGLT2-remmers, en uit zes documenten ingediend bij regulerende instanties, die data voor 37525 individuen leverden.
 

Belangrijkste resultaten

SGLT2-remmers beschermden tegen risico op:
  • Ernstige nadelige CV events (MACE): RR: 0.84; 95% CI: 0.75–0.95; P = 0.006
  • CV sterfte: RR: 0.63; 95% CI: 0.51–0.77; P < 0.0001
  • Hartfalen: RR: 0.65; 95% CI: 0.50–0.85; P = 0.002
  • Sterfte door alle oorzaken: RR: 0.71; 95% CI: 0.61–0.83; P < 0.0001
Er werd geen duidelijk effect van gebruik van SGLT2-remmers gezien op:
  • niet-fataal MI: RR: 0.88; 95% CI: 0.72–1.07; P = 0.18
  • angina: RR: 0.95; 95% CI: 0.73–1.23; P = 0.70
Gebruik van SGLT2-remmers vergrootte het risico op niet-fatale stroke: RR: 1.30; 95% CI: 1.00–1.68; P = 0.049.
Er was geen duidelijk bewijs voor verschillende effecten van individuele SGLT2-remmers op CV uitkomsten of sterfte (alle I2 < 43%), maar het moet worden opgemerktd dat effectiviteitsresultaten met name gedreven warden door de EMPA-REG OUTCOME studie (empagliflozine).
 
Gebruik van SGLT2-remmers leidde tot een toegenomen risico op genitale infecties. Ten aanzien van andere veiligheidsuitkomsten, werden verschillende definities en rapportagemethodes gebruikt, afhankelijk van de gebruikte SGLT2-remmer en de bron van de data. Dit maakte analyse van bijwerkingen moeilijk (zie artikel voor details).
 

Conclusie

In patiënten met T2DM met een hoog risico op CV events, leveren de momenteel beschikbare gegevens bewijs voor een klinisch voordeel van SGLT2-remmers en hun beschermende effect tegen MACe, met uitzondering van niet-fatale beroerte. Data over bijwerkingen van deze medicijnklasse zijn minder duidelijk, en behoeven verdere opheldering.
Vind dit artikel online op Lancet Diab Endocrinol
 

Referenties

1 Nauck MA. Update on developments with SGLT2 inhibitors in the management of type 2 diabetes. Drug Des Devel Ther 2014; 8: 1335–80
2 Vasilakou D, Karagiannis T, Athanasiadou E, et al. Sodium-glucose cotransporter 2 inhibitors for type 2 diabetes: a systematic review and meta-analysis. Ann Intern Med 2013; 159: 262–74
3 Erondu N, Desai M, Ways K, et al. Diabetic ketoacidosis and related events in the canaglifl ozin type 2 diabetes clinical program. Diabetes Care 2015; 38: 1680–86
4 Rosenstock J, Ferrannini E. Euglycemic diabetic ketoacidosis: a predictable, detectable, and preventable safety concern with SGLT2 inhibitors. Diabetes Care 2015; 38: 1638–42
5 Taylor SI, Blau JE, Rother KI. Possible adverse eff ects of SGLT2 inhibitors on bone. Lancet Diabetes Endocrinol 2015; 3: 8–10