Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Tien geboden voor optimaal management van hartfalen

21 mei 2016 - nieuws

Bij de presentatie van de nieuwe ESC Heart Failure Guidelines formuleerde Professor Ponikowski (Wroclaw, Polen), voorzitter van de guidelines Task Force, de take home samenvatting van de nieuwe richtlijnen HF in de vorm van tien geboden.
 
1. Pas een nieuw algoritme toe voor de diagnose van HF in de niet-acute fase gebaseerd op klinische waarschijnlijkheid van de ziekte (afgeleid uit medische voorgeschiedenis, lichamelijk onderzoek en ECG in rust), de beoordeling van circulerende natriuretische peptiden en transthoracale echocardiografie.

2. Gebruik transthoracale echocardiografie bij patiënten met vermoede of vastgestelde HF voor het beoordelen van myocardstructuur en functie samen met de meting van LVEF om de diagnose van HF met een verminderde (HFrEF, LVEF <40%), mid-range (HFmrEF, LVEF : 40-49%) of behouden ejectiefractie (HFNEF, LVF≥50%) vast te stellen.

3. Om de start van HF te voorkomen of te vertragen en leven te verlengen, wordt behandeling van arteriële hypertensie, gebruik van statines bij patiënten met of een hoog risico op coronaire hartziekte, gebruik van ACE-I bij patiënten met een symptomatische linkerventrikeldisfunctie en bètablokkers bij individuen met asymptomatische linkerventrikeldisfunctie en een voorgeschiedenis van myocardinfarct aanbevolen.

4. Implementeer levensreddende farmacotherapie bij patiënten met symptomatische HFrEF, die een combinatie van een ACE-I (of ARB als ACE-I niet wordt verdragen), een bètablokker en een MRA. Als een patiënt nog symptomatisch blijft, wordt sacubitril-valsartan aanbevolen ter vervanging van ACE-I. Gebruik diuretica om de symptomen en de inspanningscapaciteit bij patiënten met tekenen en/of symptomen van congestie te verbeteren.

5. Wees zeker van een ICD implantatie bij HF patiënten die hetzij zijn hersteld van een ventriculaire aritmie die hemodynamische instabiliteit veroorzaakt of bij patiënten met symptomatische HF, LVEF<35% (ondanks tenminste 3 maanden OMT), om het risico van plotselinge sterfte te verminderen en sterfte door alle oorzaken. ICD implantatie wordt niet aanbevolen binnen 40 dagen na een MI als implantatie op dit moment de prognose niet verbetert.

6. Implanteer een cardiale resynchronisatietherapie bij symptomatische patiënten met HF, LVEF≤35% (ondanks tenminste 3 maanden OMT), bij sinusritme met een QRS duur ≥130 msec en LBBB QRS morfologie, ter verbetering van de symptomen en morbiditeit en mortaliteit te verminderen. CRT is gecontra-indiceerd bij patiënten met een QRS-duur <130 msec.

7. Bij de behandeling van een patiënt met een vermoedelijke acute HF, probeer om alle diagnostische en therapeutische beslissingen te verkorten. Wees tijdens een eerste fase er zeker van dat circulatoire en/of ventilatoire steun wordt verleend in het geval van respectievelijk hetzij cardiogene shock en/of ventilatoir falen.

8. Identificeer tegelijkertijd onmiddellijk gelijktijdig bestaande levensbedreigende klinische aandoeningen en/of gevolgen (volgens het CHAMP acroniem: acute Coronary syndrome, Hypertension emergency, Arrhythmia, acute Mechanical cause, Pulmonary embolism) en introduceer een specifieke behandeling die door richtlijnen wordt aanbevolen.

9. Pas in een vroeg stadium van AHF voor een optimaal management het algoritme gebaseerd op ziektebeelden toe dat de aanwezigheid van congestie en perifere hypoperfusie evalueert. Vergeet niet dat hypoperfusie niet synoniem is met hypotensie, maar vaak gaat hypoperfusie gepaard met hypotensie.

10. Includeer patiënten met HF in een multidisciplinair zorg management programma om het risico van HF hospitalisatie en mortaliteit te verminderen.

Bron: presentatie Professor Ponikowski, ESC Heart Failure congress, Florence, 21 mei 2016