Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Griepprik geassocieerd met minder ziekenhuisopnames in patiënten met hartfalen

Nieuws - May 23, 2016

De griepprik is geassocieerd met een lager risico op hospitalisatie in patiënten met hartfalen, volgens een trialsessie op het ESC Hartfalencongres 2016 en het 3rd World Congress on Acute Heart Failure. De studie in ongeveer 60000 patiënten beëindigt de controverse over griepvaccinatie in hartfalenpatiënten en levert robuuster advies voor de huidige aanbevelingen.
 
Van een significant deel van ziekenhuisopnames van HF patiënten wordt gedacht dat ze worden uitgelokt door griepinfecties. Het is onduidelijk of griepvaccinaties het aantal nadelige events kan verminderen in patiënten met HF, dus zijn meer studies nodig. Een voordeel zou de huidige aanbevelingen van gezondheidsbeleidsmakers bevestigen, en een stimulans betekenen om het aantal vaccinaties te vergroten. Als geen voordeel gevonden zou worden, zou dit suggereren dat die richtlijnen die gebruik expliciet aanbevelen in hartfalen, heroverwogen moeten worden.
 
Professor Kazem Rahimi, Deputy Director of The George Institute for Global Health, University of Oxford, Verenigd Koninkrijk (VK) zei: “Opname van de griepvaccinatie in hartfalenpatiënten is relatief laag, variërend van minder dan 20% in laag- en middeninkomenslanden, tot 50-70% in hoog-inkomenslanden zoals het VK. Dit kan deels het gevolg zijn van dat er geen sterk bewijs is om de aanbeveling te ondersteunen in deze patiënten. Er is beperkt bewijs dat suggereert dat vaccinatie minder effectief is in hartfalen dan in de algemene populatie, als gevolg van hun verminderde immuunrespons.”
 
Het uitvoeren van een gerandomiseerde gecontroleerde studie zou significante praktische en in sommige aspecten ethische problemen opleveren. De onderzoekers gebruikten daarom patiëntdossiers voor de studie.
 
Eerstelijns- en ziekenhuisdossiers van 4.9 miljoen volwassenen van het UK Department of Health’s Clinical Practice Research Datalink van 1990 tot 2013 werden gebruikt om de impact in te schatten van griepvaccinatie op het risico op oorzaak-specifieke hospitalisatie in hartfalenpatiënten. Een aangepaste eigen-controle case-serie opzet werd toegepast. Het risico op ziekenhuisopname voor CV ziekte, respiratoire aandoeningen en alle oorzaken werd vergeleken tussen een jaar waarin een patiënt werd gevaccineerd en een aangrenzend jaar waarin ze niet werden gevaccineerd, exclusief de peri-vaccinatieperiode, om het risico op confounding te minimaliseren (patiënten droegen meer dan 1 paar jaren bij).

De onderzoekers identificeerden 59202 HF patiënten in de database. Griepvaccinatie was geassocieerd met 30% lager risico op ziekenhuisopname voor CV ziekten (HR: 0.70, 95%CI: 066-0.74), 16% lager risico op hospitalisatie als gevolg van luchtweginfecties (HR: 0.84, 95%CI: 0.78-0.90), en 4% lager risico op hospitalisatie ongeachte de oorzaak (HR: 0.96, 95%CI: 0.95-098) in de periode van 31 tot 300 dagen na vaccinatie, in vergelijking met de corresponderende periode in een naastgelegen vaccinatie-vrij jaar.
 
De geobserveerde associaties tussen vaccinatie en hospitalisatie waren het grootste 31 tot 120 dagen na vaccinatie, en in jongere patiënten (jonger dan 66). Er was geen verschil tussen mannen en vrouwen.
 
In de afwezigheid van gerandomiseerde studies, levert deze studie in 59202 HF patiënten het meest overtuigende bewijs tot op heden voor het beschermende effect van griepvaccinatie op ziekenhuisopnames.
 
“Deze bevindingen geven geen aanleiding te denken dat griepinfectie myocardinfarct veroorzaakt op andere CV events,” zei professor Rahimi.  “Een meer waarschijnlijke verklaring voor de daling van het risico op CV hospitalisatie is dat vaccinatie de waarschijnlijkheid op een infectie vermindert, die vervolgens CV achteruitgang zou kunnen uitlokken. Het relatieve effect lijkt kleiner voor luchtweginfecties, wat het gevolg kunnen zijn van het feit dat de grote meerderheid van deze ziekenhuisopnames niet gerelateerd is aan influenza en in onze studie konden we geen onderscheid maken tussen de verschillende typen luchtweginfectie.”
 
Behandeling was suboptimaal: zelfs in de meer recente jaren kreeg maar ongeveer de helft van de HF patiënten in deze setting een jaarlijkse influenzavaccinatie. Hogere opname van de jaarlijkse vaccinatie in HF patiënten zou de last van griep-gerelateerde ziekenhuisopnames mogelijk kunnen helpen verlichten.
 
Rahimi voegde toe: “We verwachtten een sterkere relatie in jongere patiënten omdat we keken naar relatief risico. Oudere patiënten hebben meerdere uitlokkende factoren voor een CV hospitalisatie, dus de relatieve impact van influenza-infectie zou kleiner kunnen zijn. Het absolute voordeel is waarschijnlijk echter groter in oudere patiënten omdat ze een groter risico lopen op ziekenhuisopname.”
 
De onderzoekers valideerden de bevindingen door naar de associatie tussen vaccinatie en ziekenhuisopname door kanker te kijken; een niet correlerende uitkomst. Zoals verwacht was er geen associatie, hetgeen de validiteit van de analyse ondersteunt. Tijdens de discussie werd geopperd dat het interessant kan zijn te onderzoeken of een ander resultaat behaald wordt in de jaren dat de vaccinatie een placebovaccinatie is gebleken, omdat de verkeerde virusstam werd gebruikt. Deze analyses kunnen nog worden gedaan.
 
Professor Rahimi zei: “Ondanks de genomen maatregelen, kunnen we de mogelijkheid van resterende confounding die ten minste een deel van de geobserveerde associatie verklaart niet geheel uitsluiten. Maar de bevindingen leveren wel verder bewijs dat er waarschijnlijk gunstige voordelen zijn en op basis daarvan zijn meer inspanningen vereist om te verzekeren dat HF patiënten een jaarlijkse griepprik ontvangen.”
 

Bron

Persbericht ESC May 23, 2016 en Late Breaking Clinical Trials Session III
 

Deel deze pagina met collega's en vrienden: