Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Hoge HDL-c niveaus geassocieerd met hoger CV risico in T2DM patiënten met laag LDL-c

Sharif S et al., Diabetes Care. 2016

 

HDL Cholesterol as a Residual Risk Factor for Vascular Events and All-Cause Mortality in Patients With Type 2 Diabetes


Sharif S, van der Graaf Y, Nathoe HM, et al, on behalf of the SMART Study Group
Diabetes Care. 2016; published online ahead of print
 

Achtergrond

Huidige cardiovasculaire (CV) preventierichtlijnen focussen met name op behandeling van LDL-c met statinetherapie in patiënten met type 2 diabetes (T2DM), hoewel de dyslipidemie geassocieerd met T2DM met name gekarakteriseerd wordt door hoge triglyceriden, laag HDL-c en hogere small-dense LDL-c deeltjes [1-3].
Na effectieve LDL-c verlaging in patiënten met T2DM, blijft een aanzienlijk residueel risico over, en het is gehypothetiseerd dat dit residuele risico kan worden verminderd als plasma HDL-c stijgt [4-6]. Echter, of HDL-c een onafhankelijke risicofactor zijn voor CV aandoeningen, zelf na effectieve LDL-c verlaging, blijft onderwerp van discussie [7,8].
Deze studie evalueerde of lage HDL-c niveaus een resterende risicofactor voor CV ziekte en sterfte blijven in patiënten met T2DM wanneer lage LDL-c behandeldoelen worden bereikt of wanneer LDL-c wordt behandeld met intensieve lipidenverlagende therapie. Voor dit doel werden data van 1829 T2DM patiënten met klinisch manifeste vasculaire ziekte of met bekende belangrijke risicofactoren van de prospectieve SMART (Second Manifestations of ARTerial disease) cohortstudie [8] gebruikt. Totaal traden 335 nieuwe CV events en 385 sterftes op tijdens een mediane follow-up duur van 7.0 jaar (IQR: 3.9-10.4).
 

Belangrijkste resultaten

  • In alle patiënten met T2DM, nam het risico op myocardinfarct (MI) af met 7% per 0.1 mmol/L stijging van HDL-c (adjusted HR: 0.93; 95% CI: 0.87–1.00), maar er was geen duidelijke associatie met een van de andere CV eindpunten. Er werd geen associatie gevonden tussen plasma HDL-c  sterfte door alle oorzaken (HR: 0.99; 95% CI: 0.96–1.03).
  • In patiënten met LDL-C niveaus <2.0 mmol/L, bleek hoger HDL-C gerelateerd aan hoger risico op sterfte door alle oorzaken (HR: 1.14; 95% CI: 1.07–1.22). Een 0.1 mmol/L hoger HDL-C was geassocieerd met een hoger risico op vasculaire mortalitet (HR: 1.12; 95% CI 1.03–1.22). Hogere HDL-C was gerelateerd aan een hoger risico op CV events (HR: 1.10; 95% CI: 1.02–1.18).
  • In patiënten met LDL-C niveaus tussen 2.0 en 2.5 mmol/L, stond hogere HDL-C in verband met een lager risico op CV events (HR: 0.85; 95% CI: 0.75–0.95). 
  • Er werd geen aanwijzing gezien voor effectmodificatie van de relatie tussen HDL-c en CV events of sterfte door lipidenverlagende therapie of de intensiteit ervan.
  • In patiënten op intensieve lipidenverlagende therapie, was een 0.1 mmol/L stijging van HDL-C geassocieerd met 17% hoger risico op MI (HR: 1.17; 95% CI: 1.00–1.37), terwijl een 15% lager risico voor MI (HR: 0.85; 95% CI: 0.74–0.99) werd gezien in patiënten op gebruikelijke dosering lipidenverlagende therapie.
 

Conclusie

In hoog-risico T2DM patiënten is het verband tussen HDL-c niveaus en CV event risico afhankelijk van het LDL-niveau. Wanneer LDL-c niveaus lager zijn dan 2.0 mmol/L, was HDL-c geassocieerd met een hoger risico op CV events en sterfte door alle oorzaken. In T2DM patiënten met LDL-c tussen 2.0 en 2.5 mmol/L daarentegen, was hoog HDL-c gerelateerd aan een lager risico op CV events.
 
Vind dit artikel online op Diabetes Care
 

References

1. Mooradian AD. Dyslipidemia in type 2 diabetes mellitus. Nat Clin Pract Endocrinol Metab 2009;5:150–159
2. Stone NJ, Robinson JG, Lichtenstein AH, et al.; American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines. 2013 ACC/AHA guideline on the treatment of blood cholesterol to reduce atherosclerotic cardiovascular risk in adults: a report of the American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines. Circulation 2014;129(Suppl. 2):S1–S45
3. Reiner Z, Catapano AL, De Backer G, et al.; European Association for Cardiovascular Prevention & Rehabilitation; ESC Committee for Practice Guidelines (CPG) 2008-2010 and 2010-2012 Committees. ESC/EAS Guidelines for the management of dyslipidaemias: the Task Force for the management of dyslipidaemias of the European Society of Cardiology (ESC) and the European Atherosclerosis Society (EAS). Eur Heart J 2011;32:1769–1818
4. Colhoun HM, Betteridge DJ, Durrington PN, et al.; CARDS investigators. Primary prevention of cardiovascular disease with atorvastatin in type 2 diabetes in the Collaborative Atorvastatin Diabetes Study (CARDS):multicentre randomised placebo-controlled trial. Lancet 2004;364:685–696
5. Ginsberg HN, Elam MB, Lovato LC, et al.; ACCORD Study Group. Effects of combination lipid therapy in type 2 diabetesmellitus. N Engl J Med 2010;362:1563–1574
6. Keech A, Simes RJ, Barter P, et al.; FIELD study investigators. Effects of long-term fenofibrate therapy on cardiovascular events in 9795 people with type 2 diabetes mellitus (the FIELD study): randomised controlled trial. Lancet 2005;366:1849–1861
7. Landray MJ, Haynes R, Hopewell JC, et al.; HPS2-THRIVE Collaborative Group. Effects of extended-release niacin with laropiprant in high-risk patients. N Engl J Med 2014;371:203–212
8. van de Woestijne AP, van der Graaf Y, Liem AH, et al; SMART Study Group. Low high-density lipoprotein cholesterol is not a risk factor for recurrent vascular events in patients with vascular disease on intensive lipid-lowering medication. J Am Coll Cardiol 2013;62:1834–1841