Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Ook laag-risico atriumfibrilleren patiënten hebben baat bij orale antistolling

Fauchier L et al., Stroke. 2016

 

Should Atrial Fibrillation Patients With Only 1 Nongender-Related CHA2DS2-VASc Risk Factor Be Anticoagulated?


Fauchier L, Clementy N, Bisson A, et al.
Stroke. 2016;47: published online ahead of print
 

Achtergrond

Het gebruik van antistollingsmiddelen (OAC’s) verlaagt het risico op stroke/systemische embolie (SSE) significant in patiënten met atriale fibrillatie (AF). Het gebruik wordt bepaald aan de hand van risicoscores [1]. De huidige CH2DS2-VASc risicoscore die aanbevolen wordt, is gebaseerd op leeftijd, geslacht, en de aanwezigheid van symptomatisch hartfalen, hypertensie, diabetes, stroke/tijdelijke ischemische aanval (TIA) of vaatziekte [2]. Echter bevelen verschillende richtlijnen op basis van de CHA2DS2-VASc risicoscore, verschillende behandelprotocollen aan [3-5]:
  • De AHA/ACC richtlijnen bevelen OAC’s aan, aan hoog-risico AF patiënten met minimaal 2 niet-gender gerelateerde (NGR) stroke risicofactoren (CHA2DS2-VASc >2 in mannen en >3 in vrouwen).
  • De ESC en NICE richtlijnen bevelen aan om eerst de laag-risico AF patiënten die geen antitrombotische therapie nodig hebben te identificeren, waarna effectieve stroke preventie kan worden geboden aan degene met minimaal 1 NGR stroke risicofactor.
In deze studie zijn de negatieve klinische consequenties en het netto klinisch effect met vitamine K antagonisten geëvalueerd in een regionaal-gebaseerd cohort van AF patiënten met geen versus 1 NGR stroke risicofactor. Van de 8962 AF patiënten hadden er 2208 (25%) geen of 1 NGR stroke risicofactor, waarvan 45% geen OAC kreeg voorgeschreven.
 

Belangrijkste resultaten

  • De jaarlijkse frequentie van het samengestelde eindpunt SSE in AF patiënten zonder OAC met 1 NGR stroke risicofactor relatief aan de groep met geen NGR stroke risicofactor was: 3.09%, 95% CI: 1.37-3.18, wat correspondeerde met een gecorrigeerd HR van 2.82%, 95% CI: 1.32-6.04.
  • De jaarlijkse snelheid van overlijden en het samengestelde eindpunt overlijden/SSE in patiënten zonder OAC waren respectievelijk 3.78% en 5.59% in patiënten met 1 NGR risicofactor en respectievelijk 0.87% en 1.42% in patiënten zonder NGR risicofactor.
  • De jaarlijkse snelheid van ernstige bloedingen was 0.65% en intracraniale hemorragie was 0.43% voor AF patiënten zonder of met 1 CHA2DS2-VASc factor. Er werd geen significant verschil gezien tussen niet-ontstolde patiënten zonder NGR of met 1 NGR risicofactor.
  • Het netto klinisch resultaat (ischemische stroke reductie vs. verhoging van het risico op intracraniële bloedingen) was positief wanneer OACs werden gegeven ten opzichte van geen antitrombose- of antiplaatjestherapie. Dit was negatief voor antiplaatjestherapie ten opzichte van antitrombotische therapie.

Conclusie

Het gebruik van OACs was geassocieerd met een positief netto klinisch effect voor preventie van stroke en trombo-embolische events, voor AF patiënten met 1 NGR stroke risicofactor. Deze data ondersteunen een behandelprotocol dat niet gefocust is op de aanbeveling van OACs aan alleen hoog-risico patiënten, maar ook aan laag-risico patiënten met 1 NGR stroke risicofactor.
 
Vind dit artikel online op Stroke
 

Referenties

1. Hart RG, Pearce LA, Aguilar MI. Meta-analysis: antithrombotic therapy to prevent stroke in patients who have nonvalvular atrial fibrillation. Ann Intern Med. 2007;146:857–867.
2. Lip GY, Nieuwlaat R, Pisters R, et al. Refining clinical risk stratification for predicting stroke and thromboembolism in atrial fibrillation using a novel risk factor-based approach: the euro heart survey on atrial fibrillation. Chest. 2010;137:263–272.
3. Camm AJ, Lip GY, De Caterina R, et al; ESC Committee for Practice Guidelines (CPG). 2012 focused update of the ESC Guidelines for the management of atrial fibrillation: an update of the 2010 ESC Guidelines for the management of atrial fibrillation. Developed with the special contribution of the European Heart Rhythm Association. Eur Heart J. 2012;33:2719–2747.
4. January CT, Wann LS, Alpert JS, et al; American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines. 2014 AHA/ACC/HRS guideline for the management of patients with atrial fibrillation: a report of the American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines and the Heart Rhythm Society. J Am Coll Cardiol. 2014;64:e1–76.
5. National Clinical Guideline Centre (UK). Atrial Fibrillation: The Management of Atrial Fibrillation [Internet]. London, United Kingdom: National Institute for Health and Care Excellence (UK); 2014.