Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Eerste real-world veiligheidsanalyse tussen antistollingsbehandelingen in AF patiënten

Lip GYH et al., Thromb Haemost 2016

Real-world comparison of major bleeding risk among non-valvular atrial fibrillation patients initiated on apixaban, dabigatran, rivaroxaban, or warfarin
A propensity score matched analysis

 
Lip GYH, Keshishian A, Kamble S, et al.
Thromb Haemost 2016; 116: published online ahead of print
 

Achtergrond

Vitamine K antagonisten (VKAs) verminderen beroerte en systemische embolie met 64% en sterfte door alle oorzaken met 26%, ten opzichte van placebo in patiënten met atriumfibrilleren (AF)[1]. VKAs hebben echter veel medicijn- en voedselinteracties en regelmatige INR monitoring is nodig. Deze beperkingen leiden tot onderbehandeling in 30-50% in AF patiënten [2,3]. Non-VKA orale anticoagulantia (NOACs) hebben vergelijkbare of superieure effectiviteit ten opzichte van VKAs, ze hebben geen routinematige INR monitoring nodig en hebben minder voedsel- en medicijninteracties [4]. Er zijn echter beperkte vergelijkende real-world data beschikbaar voor de NOACs dabigatran, rivaroxaban, apixaban en edoxaban.
In deze studie werd het risico op ernstige bloeding geëvalueerd in 45361 nieuw-ontstolde niet-valvulaire AF (NVAF) patiënten die warfarine starten (n=15461, 34.08 %), of rivaroxaban (17801, 39.24 %), dabigatran (4661, 10.28 %), of apixaban (n=7438, 16.40 %) gebruikmakend van propensity score matching (PSM).
 

Belangrijkste resultaten

  • Voor het matchen lieten de data zien dat patiënten op warfarine over het algemeen ouder, waren, meer comorbiditeiten hadden en een hoger risicoprofiel dan NOAC-gebruikers.
  • De laagste incidentie van ernstige bloeding werd gezien bij apixaban-starters (2.38 per 100 persoonsjaren) in het apixaban-warfarine-gematchedte cohort en de hoogste werd gezien bij warfarinestarters in het warfarine-rivaroxaban gematchedte cohort.
  • Cox proportionele hazardmodellen om het risico op ernstige bloeding te vergelijken tussen warfarine en NOACs gaf een lager risico met apixaban vs. warfarine (HR: 0.53; 95%CI: 0.39–0.71), dabigatran vs. warfarine (HR: 0.69; 95%CI:0.50–0.96), maar geen verschil tussen rivaroxaban en warfarine (HR: 0.98; 95%CI: 0.83–1.17).
  • Vergelijking van incidenties van ernstige bloedingen (variërend van 2.42 tot 4.24) in NOAC-to-NOAC gematchedte cohorten, gaf de volgende hazard ratio’s: rivaroxaban vs. apixaban HR: 1.82; 95%CI: 1.36–2.43, dabigatran vs. apixaban HR: 1.41; 95%CI: 0.93–2.14, rivaroxaban vs. dabigatran HR: 1.05; 95%CI: 0.74–1.49.

Conclusie

In een real-world observationele studie die gebruik maakt van propensity score matching cohorten, was starten met apixaban of dabigatran geassocieerd met een significant lager risico op ernstige bloeding ten opzichte van warfarine initiëren in nieuw ontstolde NVAF patiënten. In vergelijkingen tussen NOACs, was starten met rivaroxaban geassocieerd met een significant hoger risico op ernstige bloedingen ten opzichte van apixaban initiatie. Deze data weerspiegelen de eerste real-world PSM vergelijkende veiligheidsanalyse die het risico op ernstige bloedingen tussen NOACs inschat.
 
Vind dit artikel online op Thromb Haemost
 

References

1. Hart RG, Pearce LA, Aguilar MM. Adjusted-dose warfarin versus aspirin for preventing stroke in patients with atrial fibrillation. Ann Intern Med 2007; 147:590–592.
2. De Caterina R, Husted S, Wallentin L, et al. Vitamin K antagonists in heart disease:Current status and perspectives (Section III). Thromb Haemost 2013; 110:1087–1107.
3. Ogilvie IM, Newton N, Welner SA, et al. Underuse of oral anticoagulants in atrial fibrillation: a systematic review. Am J Med 2010;123: 638–645.
4. Ruff CT, Giugliano RP, Braunwald E, et al. Comparison of the efficacy and safety of new oral anticoagulants with warfarin in patients with atrial fibrillation: a meta-analysis of randomised trials. Lancet 2014; 383: 955–962.