Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Geen voordeel van wekelijks op afstand data uitlezen van CIED bij HF-patiënten

ESC - 2016 Rome

28 aug. 2016 - nieuws

REM-HF - Remote monitoring: an evaluation of implantable devices for management of heart failure patients

Gepresenteerd op het ESC congres 2016 door: Martin R. Cowie (London, United Kingdom)
 

Achtergrond

Ondanks vooruitgang in de hartfalenzorg blijft het risico op sterfte en ziekenhuisopname hoog. Veel patiënten met hartfalen (HF) hebben een cardiaal implanteerbaar elektronisch device (CIED: CRT-D of CRT-P). Tot op heden hebben gerandomiseerde gecontroleerde studies naar het nut van op afstand monitoring gemengde resultaten opgeleverd, mogelijk afhankelijk van patiënteigenschappen, het type gebruikte technologie voor het monitoren, en hoe omgegaan wordt met de verzamelde gegevens.
De REM-HF studie is opgezet als pragmatische studie van een zorgtraject dat wordt geïnformeerd door wekelijkse monitoring op afstand met typische CIEDs, om het effect hiervan op sterfte en hospitalisatie te bepalen. Hiertoe werd een multicenter, prospectieve, gerandomiseerde, niet-geblindeerde, gecontroleerde studie opgezet die standaardzorg plus wekelijkse op afstand-monitoring vergelijkt met standaardzorg alleen. 1650 patiënten werden geïncludeerd tussen september 2011 en maart 2014. Mediane follow-up was 2.8 jaar (range: 0-4.3 jaar).
 

Belangrijkste resultaten

  • Er werd geen significant verschil gezien tussen de twee behandelgroepen ten aanzien van het primaire eindpunt sterfte door alle oorzaken of CV hospitalisatie (HR: 1.01, 95%CI: 0.87-1.18, P=0.87).
  • In geen van de secundaire eindpunten werd een significant verschil gezien tussen de behandelgroepen.
  • Geen van de baseline-eigenschappen (leeftijd, geslacht, NYHA klasse, type device, geschiedenis met coronair arterielijden, of geschiedenis met atriumfibrilleren) identificeerde een groep die meer baat had bij toevoeging van op afstand-monitoren aan standaardzorg.
  • Voor 72.5% van de deelnemers (599) werd enige vorm van actie ondernomen door de persoon die de data op afstand monitorde (3534 incidenties).

Conclusie

Deze studie suggereert dat in goed ontwikkelde gezondheidszorgsystemen met hartfalenzorg van hoge kwaliteit, het gebruik van data van wekelijks op afstand gemonitorde CIEDs waarschijnlijk niet de uitkomst verbetert voor patiënten. “Resultaten van deze studie, in een setting die was bedoeld om het voordeel van op afstand monitoring te maximaliseren, onderschrijven routinematig gebruik in het management van patiënten met CIEDs niet,” zegt Martin Cowie in een persbericht. “De aanname dat ‘meer data de uitkomsten verbetert’, is niet waar. Als patiënten al goed behandeld worden, en hun symptomen goed onder controle zijn, is het bekijken van wekelijks op afstand verzamelde data niet beter dan standaardzorg.”
Verdere technologische innovatie in het op afstand monitoren van patiënten vergt robuuste evaluatie voorafgaand aan brede klinische adoptie. Tijdens de persconferentie voegde hij toe dat artsen niet te veel moeten beloven op het vlak van digitale technologie. Het op afstand monitoren op zich gaat waarschijnlijk niet de mortaliteit verlagen; er moet een ander mechanisme zijn. Tot nog toe heeft nog geen enkele studie in een gerandomiseerde setting voordeel aangetoond van het dwingen tot kijken naar meer data. Het gaat om intelligent gebruik van data.
 
- Onze berichtgeving is gebaseerd op de op het ESC congres verstrekte informatie -
 
Het ESC Journaal 2016 is mede mogelijk gemaakt door een unrestricted educational grant van Amgen en Novartis.