Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Klinische relevantie van monitoren bloedplaatjesfunctie in patiënten met stent

ESC - 2016 Rome

28 aug. 2016 - nieuws

ANTARCTIC trial antiplatelet monitoring: No benefit in elderly patients

Gepresenteerd op het ESC congres 2016 door: Gilles Montalescot (Paris, France)
 

Achtergrond

Er een verband tussen bloedplaatjesreactiviteit en overleving na het plaatsen van een stent; een hogere ‘platelet reaction unit’ (PRU) is gerelateerd aan een hogere kans op een myocard infarct (MI) en minder ernstige bloedingen. De eerdere ARCTIC studie toonde aan dat het meten van de functie van bloedplaatjes na het plaatsen van een stent, geen effect heeft op de overleving van patiënten. Het meten van bloedplaatjesfunctie wordt in veel centra vaak gedaan om het effect van antiplaatjestherapie te monitoren of mogelijk de keuze van therapie aan te passen.
 
De ANTARCTIC studie is een vervolgstudie op ARCTIC waarbij het design van de studie is aangepast, op punten die eerder voor discussie zorgden:
- in plaats van laag-risico en stabiele oudere patiënten werden nu alleen oudere patiënten met acuut coronair syndroom (ASC) geïncludeerd, die een hoog risico hebben op ischemie en bloedingscomplicaties.
- er werden nu alleen patiënten geïncludeerd waarbij urgente percutane coronaire interventie (PCI) noodzakelijk was.
- er werd nu voornamelijk prasugrel gebruikt in plaats van clopidogrel.
- er werden nieuwe PRU drempelwaarden gehanteerd.
 
De studie bestond uit een conventionele arm met prasugrel (5 mg) waarbij geen monitoring werd gebruikt (n=442) en een monitoring arm waarin dit wel gedaan werd (n=435). In de laatst genoemde arm werd de behandeling aangepast op basis van PRU (dag 14) naar prasugrel 10 mg/dag (PRU ≥208), prasugrel 5 mg (PRU 85-208) of clopidogrel 75 mg/dag (PRU ≤85).
 

Belangrijkste resultaten

  • Op dag 14 zat 41.8% van de patiënten uit de monitoring groep op het bloedplaatjes inhibitietarget (PRU 85-208).
  • In deze groep bleef 55.2% van de patiënten op prasugrel 5 mg, 3.7% stapte over op 10 mg en 39.3% op het minder potente clopidogrel, in tegenstelling tot respectievelijk 92.8%, 1.1% en 4.1% in de conventionele groep. Het aantal patiënten dat 5 mg prasugrel kreeg was significant verschillend tussen beide groepen (P<0.001).
  • Na 1 jaar was er geen verschil tussen beide groepen met betrekking tot de primaire eindpunten: het samengestelde eindpunt MACE, type 2, 3 of 5 BARC bloedingen had een HR van 1.003 (95% CI: 0.78-1.29, P=0.98) en ischemie en bloedingen hadden een HR van respectievelijk 1.06 (95% CI: 0.69-1.62, P=0.80) en 1.04 (95% CI: 0.78-1.40, P=0.77).   
 

Conclusie

De ANTARTCTIC studie is de grootste gerandomiseerde PCI studie in ouderen. Deze laat zien dat het aanpassen van therapie op basis van het meten van de functie van bloedplaatjes geen effect had op de overleving, noch op de frequentie van bloedingen. ANTARCTIC bevestigt hiermee de uitkomsten van de ARCTIC studie.
Tijdens de persconferentie werd gespeculeerd over wat dit betekent: kijken we wel naar de goede marker? Plaatjesreactiviteit lijkt een logische factor om te meten, maar de beïnvloeding ervan werkt niet. Mogelijk is dit reactiviteit toch geen risicofactor. Of het is mogelijk dat de mate waarin het wordt beïnvloed bij verandering van medicatie, niet voldoende groot is om een klinisch effect te sorteren. Ook kan het zijn dat de vooruitgang in stent design en stent coating een lager trombotisch risico met zich mee brengt, wat de kans op een neutrale uitkomst van een dergelijke studie groter maakt. Dit achtte Gilles Montalescot niet waarschijnlijk, gezien de hoogrisico populatie en de hoge event rate in deze studie.
 
- Onze berichtgeving is gebaseerd op de op het ESC congres verstrekte informatie -
 
Op 28 augustus werd het bijbehorende artikel gepubliceerd in The Lancet
 
Het ESC Journaal 2016 is mede mogelijk gemaakt door een unrestricted educational grant van Amgen en Novartis.