Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Cardiopoïetische celtherapie veilig maar geen verbetering op klinische eindpunten

ESC - 2016 Rome

29 aug. 2016 - nieuws

CHART-1 - Phase 3 congestive heart failure cardiopoietic regenerative therapy

Gepresenteerd op het ESC congres 2016 door: Jozef Bartunek (Aalst, Belgium)
 

Achtergrond

Ischemisch hartfalen met uitgebreide cardiale vergroting geeft een slechte uitkomst, en betekent een klinische situatie waarvoor nog geen oplossing bestaat. Celtherapie is een paradigma-veranderende interventie gericht op orgaanherstel. Cardiopoïetische cellen afkomstig van cardiogene differentiatie van mesenchymale stamcellen van de patiënt zelf lijken klinisch veelbelovend als next generation therapie.
Het doel van de CHART-1 was om de effectiviteit en veiligheid van cardiopoïetische cellen, toegediend via een retention-enhanced injectiecatheter (C-Cathez), te valideren in vergevorderd ischemisch hartfalen (HF). CHART-1 was een prospectieve, multicenter, gerandomiseerde, sham-gecontroleerde, patiënt-evaluator-geblindeerde klinische studie in 39 ziekenhuizen (in Europa en Israël). Patiënten met ischemisch HF op standaardzorg, kregen in de actieve groep cardiopoïetische celtherapie (C3B3-CqR-1) en de controlegroep onderging een shamprocedure. Het primaire eindpunt was de Finkelstein Schoenfeld hiërarchische composiet; elke patiënt werd vergeleken met iedere andere patiënt ten aanzien van sterfte door alle oorzaken, aantal verslechterend HF-events, veranderingen in MLWHQ, 6MWD, LV ESV en LV EF. 120 patiënten werden geïncludeerd per groep om 87% power te geven voor de Mann-Whitney estimator van 0.61 (waarden boven 0.5 zijn ten faveure van behandeling).
 

Belangrijkste resultaten

  • Het primaire samengestelde eindpunt gaf een neutraal resultaat (na 39 weken), met een Mann-Whitney estimator g=0.54 (95%CI: 0.47-0.61, P=0.27).
  • Cardiopoïetische celbehandeling was veilig.
  • Er werd een lagere incidentie van plotse dood en afgewende plotse dood gezien in de actieve groep, ten opzichte van de controlegroep (HR: 0.16, 95%CI: 0.02-1.23, P=0.04).
  • In een exploratieve analyse naar markers van baseline HF-ernst, bleek dat in patiënten met baseline LV eind-diastolisch volume (EDV) van 200-370 mL (60% van de patiënten) dat met celtherapie een betere uitkomst waarschijnlijker was (g=0.61, 95%CI: 0.52-0.70, P=0.015).
  • Het voordeel relateerde aan consistente trends, namelijk ten aanzien van sterfte (4.5% vs. 6.2%) en events van verslechterend HF (12.2% vs. 17.7%) in de actieve vs. controlegroep. Significante verbetering van kwaliteit van leven werd gezien in 68% in de actieve groep ten opzichte van 49% in de controlegroep. Celtherapie gaf verbetering van de 6-minuten looptest voor 43% (vs. 25%). Ook werd meer verbetering van LV ESV of stabilisatie gezien in de actieve groep.  

Conclusie

Injectie van beenmergcellen gaf geen verbetering van het primaire klinische eindpunt in patiënten met congestief HF, ten opzichte van een nepprocedure. Wel identificeerde de CHART-1 een klinisch relevante patiëntpopulatie met verhoogde baseline eind-diastolische volume, die baat had bij cardiopoïetische celbehandeling. In toekomstige studies en eventuele toepassing van celtherapie zou een geoptimaliseerde behandelintensiteit gecombineerd moeten worden met ziekte-ernst-gebaseerde patiëntselectie.
 
- Onze berichtgeving is gebaseerd op de op het ESC congres verstrekte informatie -
 
 Het ESC Journaal 2016 is mede mogelijk gemaakt door een unrestricted educational grant van Amgen en Novartis.