Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Ruimte voor verbetering in behandeling Nederlandse hoog-risico CV en/of T2DM patiënten

Heintjes E, et al, Curr Res Med Opin, 2016

Characterisation and cholesterol management in patients with cardiovascular events and/or type 2 diabetes in the Netherlands

 
Heintjes E, Kuiper J, Lucius B, et al.
Curr Med Res Opin. 2016 Sep 20:1-31. [Epub ahead of print]
 

Achtergrond

Reductie van LDL-c in patiënten met cardiovasculaire (CV) ziekte of andere hoog-risico patiënten (zoals met type 2 diabetes mellitus [T2DM]) is effectief voor risicoreductie van CV mortaliteit [1]. Daarom worden in de richtlijnen voor CV risicomanagement LDL-c targetwaardes aanbevolen; hoewel de ‘European Society of Cardiology’ (ESC) in 2012 het target naar <1.8 mmol/L verlaagde [2], bleef de Nederlandse targetwaarde (Nederlandse interdisciplinaire richtlijnen 2011 en Huisartsenrichtlijnen 2012) op <2.5 mmol/L, maar werd er wel ruimte geboden om LDL-c verder te verlagen in patiënten met terugkerende CV events of met een familiegeschiedenis van vroegtijdige CV ziekten [3]. Deze richtlijnen veranderden niet tijdens de update van de richtlijnen in 2016 [4,5].
 
Hoewel de meeste Nederlandse cardiologen de ESC richtlijnen aanhouden, kan het verschil tussen de Nederlandse of ESC richtlijnen grote invloed hebben op het CV risicomanagement, met name voor de hoog-risico populatie die het meeste baat heeft bij striktere richtlijnen met lagere LDL-c targetwaarden.
 
Deze studie onderzocht de eigenschappen en de behandelprocedure van hoog-risico patiënten met eerdere CV events (CVE) en/of T2DM met een LDL-c waarde van >1.8 mmol/L.
 
Hierbij werd gebruik gemaakt van het PHARMO database netwerk. Geïncludeerde patiënten (10.864) werden in 2009 (dus vlak voor de omzetting naar striktere richtlijnen) behandeld met een lipidenverlagende therapie (LMT), hadden in 2010 (indexdatum) een LDL-c waarde >1.8 mmol/L, waren minimaal 1 jaar voor deze datum geregistreerd in de database en hadden een hoog CV risico. LMT omvatte alle medicatie met een anatomisch therapeutisch chemisch (ACT) code die begint met C10. Naast de hoofdgroepen werden er ook subgroepen gemaakt met extra hoog risico: T2DM + CVE en patiënten met ‘meerdere CVE’s’.
 

Resultaten

  • 66% van de patiënten had T2DM: 37% daarvan had ook een CV event (CVE) doorgemaakt (T2DM+CVE subgroep). 34% van de patiënten had een CVE zonder T2DM; 18% daarvan had meerdere CVE events doorgemaakt (meerdere CVE subgroep).
  • LMT: 95% en 80% van de patiënten gebruikten statines resp. >3 maanden en <3 maanden voor de indexdatum.
  • LDL-c target <2.5 mmol/L: minder vaak behaald in de CVE groep (48% vs 56% in de T2DM groep), ondanks vergelijkbare LMT behandeling en een iets hoger percentage patiënten in de CVE groep die met hoge of matige dosering statine werden behandeld (9% vs 6% in de T2DM groep). In de extra hoog-risico subgroepen T2DM+CVE en 'meerdere CVE', behaalde respectievelijk 57% en 53% van de patiënten het LDL-c target van <2.5 mmol/L, terwijl ook hier meer patiënten van de 'meerdere CVE subgroep' op hoge dosering statines waren (14% vs 9% van de T2DM+CVE groep).
  • LDL-c waardes: 25% van alle patiënten behaalden tussen de 2.6 en 3 mmol/L, >20% van de patiënten >3 mmol/L en 4-5% van de patiënten >4 mmol/L.
  • Triglyceriden niveaus: waren hoger in de T2DM cohort dan in het CVE cohort (35% van de patiënten vs. 24% had ≥2.0 mmol/L).
  • Bloeddruk (BP): uit alle 4 de cohorten behaalden 51-55% het systolische BP (SBP) target (140 mmHg) en 84-89% het diastolische BP (90 mmHg). Onder patiënten die behandeld werden met BP-verlagende middelen was het percentage patiënten die het BP target behaalden iets hoger (55%) in de CVE groep dan in de T2DM groep (62%).
  • HbA1c: 25% van de T2DM patiënten gebruikten geen antidiabetica. Twee-derde van beide T2DM cohorten behaalde het behandeltarget van <53 mmol/mol HbA1c. Dit was 85% in patiënten die geen antidiabetica gebruikten.
 

Conclusie

Ondanks behandeling met LMT behaalden veel CVE en T2DM patiënten die al boven het ESC LDL-c target waarde voor hoog-risico patiënten (1.8 mmol/L) zaten, ook het minder stringente Nederlandse target van 2.5 mmol/L niet. Dit was ook zo voor patiënten die intensere LMT behandeling kregen. Ook HbA1c en BP targetwaarden werden in veel patiënten niet gehaald. Deze hoog-risico groep zou baat hebben bij striktere begeleiding, het beter naleven van richtlijnen of nieuwe therapieën om op deze manier het aantal CV events te verminderen.
 
Vind deze publicatie online op Curr Med Res Opin
 

Referenties

1. Baigent C, Blackwell L, Emberson J, et al. Efficacy and safety of more intensive lowering of LDL cholesterol: a meta-analysis of data from 170,000 participants in 26 randomised trials. Lancet. 2010;376(9753):1670-81.
2. Perk J, De Backer G, Gohlke H, et al. European Guidelines on cardiovascular disease prevention in clinical practice (version 2012). The Fifth Joint Task Force of the European Society of Cardiology and Other Societies on Cardiovascular Disease Prevention in Clinical Practice (constituted by representatives of nine societies and by invited experts). Eur Heart J. 2012;33(13):1635-701.
3. NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement (eerste herziening) [NHG guideline Cardiovascular risk management (1st revision)]. Huisarts en Wetenschap. 2012;55(1):14-28.
4. LJ B, PP VdV, JMG L, et al. Landelijke Transmurale Afspraak Cardiovasculair Risicomanagement [National multidisciplinary agreement cardiovascular risk management]. Nederlands Huisarts Genootschap, 2016.
5. Piepoli MF, Hoes AW, Agewall S, et al. 2016 European Guidelines on cardiovascular disease prevention in clinical practice: The Sixth Joint Task Force of the European Society of Cardiology and Other Societies on Cardiovascular Disease Prevention in Clinical Practice (constituted by representatives of 10 societies and by invited experts): Developed with the special contribution of the European Association for Cardiovascular Prevention & Rehabilitation (EACPR). Eur Heart J. 2016;10.1093/eurheartj/ehw106.