Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Baat van vroege invasieve behandeling bij niet-STE-ACS patiënten gedurende 15-jaar follow-up

Wallentin L, et al, Lancet, 2016

Early invasive versus non-invasive treatment in patients with non-ST-elevation acute coronary syndrome (FRISC-II): 15 years follow-up of a prospective, randomised, multicentre study


Wallentin L, Lindhagen L, Ärnström E, et al.
Lancet 2016;388:1903–1911.
 

Achtergrond

Vroege invasieve behandeling (coronaire angiografie en, indien geschikt, revascularisatie binnen 7 dagen) van niet-STE patiënten met acuut coronair syndroom (ACS) resulteert in een significante reductie van overlijden en terugkerend myocardinfarct (MI), vergeleken met niet-invasieve behandeling, in het bijzonder bij mannen of patiënten met verhoogde concentraties troponine of groeidifferentiatiefactor-15 (GDF-15) [1-3]. Een aanhoudend gunstig effect van vroege invasieve behandeling bij deze patiënten wordt ondersteund door data met 5-jaar follow-up en de ESC richtlijnen bevelen deze therapeutische behandelstrategie ook aan [4,5].
 
De FRISC-II studie (1996-1998, n=2457) was de eerste studie die de baat van vroege invasieve therapie na 5 jaar follow-up aantoonde. Die analyses zijn nu uitgebreid naar 15-17 jaar follow-up. In deze analyse is de follow-up van alle cardiovasculaire uitkomsten geëvalueerd in niet-STE-ACS patiënten alsmede in subgroepen. Daarnaast werden de data gerelateerd aan de concentraties van de biomarkers troponine, NTproBNP en de anti-ontstekingsmarker GDF-15.
 

Belangrijkste resultaten

  • Vroege invasieve behandeling was geassocieerd met een significant uitstel van overlijden of MI van ongeveer 18 maanden (95% CI: 6.8-29.6, P=0.002). Dit uitstel werd voornamelijk gedreven door een significant lager aantal nieuwe events tijdens de eerste 3-4 jaar na randomisatie, waarbij het aantal nieuwe events tijdens de opvolgende jaren vergelijkbaar was.
  • Uitstel van overlijden of MI was langer in niet-rokers en in patiënten met verhoogde troponine T concentraties. De grootste baat werd gezien voor patiënten met verhoogde GDF-15 concentraties (>1800 ng/L), wie een gemiddelde uitstelling van overlijden of MI van 45 maanden hadden (95% CI: 16.9-55.0, P-interactie = 0.021).
  • Totale mortaliteit was tijdens de eerste 3-4 jaar significant verschillend tussen de invasieve en niet-invasieve behandelgroep, wat voornamelijk gedreven werd door een verschil in cardiaal overlijden en ongeveer vergelijkbaar was tijdens de gehele follow-up periode. Deze verschillen kwamen overeen met gemiddeld 24 dagen uitstel van overlijden (95% CI: -99 tot 147) en gemiddeld 53 dagen uitstel van cardiaal overlijden tijdens 15 jaar (95% CI: -45 tot 150) en waren niet statistisch significant.
  • De frequentie van heropname voor ischemische hartziekte was tijdens de eerste 3-4 jaar lager in de invasieve groep dan in de niet-invasieve groep, wat daarna gelijk bleef tijdens de follow-up. Dit resulteerde in een blijvend gunstig effect van vroeg invasief behandelen, wat overeenkwam met een gemiddelde van 37 maanden uitstelling van overlijden of volgende heropname voor ischemische hartziekte (95% CI: 27.7-45.5, P<0.0001). Dit gunstig effect was vergelijkbaar voor alle subgroepen.

Conclusie

15-jaar follow-up data van de FRISC-II studie toonde dat vroege invasieve behandeling, vergeleken met niet-invasieve behandeling, resulteerde in een blijvende uitstelling van overlijden of MI van gemiddeld 18 maanden bij patiënten met niet-STE-ACS. Ook overlijden en heropname in het ziekenhuis voor ischemische hartziekte was met 37 maanden uitgesteld. Deze bevindingen ondersteunen de keuze voor vroege invasieve behandeling in de meeste patiënten met niet-STE-ACS sterk, met name in patiënten met verhoogde troponine-T en GDF-15 concentraties.
 
Vind deze publicatie online op The Lancet
 

Referenties

1. Morrow DA, Cannon CP, Rifai N, et al. Ability of minor elevations of troponins I and T to predict benefit from an early invasive strategy in patients with unstable angina and non-ST elevation myocardial infarction: results from a randomized trial. JAMA 2001;286: 2405–12.
2. Lagerqvist B, Safstrom K, Stahle E, et al; Investigators FISG. Is early invasive treatment of unstable coronary artery disease equally effective for both women and men? FRISC II Study Group Investigators. J Am Coll Cardiol 2001;38: 41–48.
3. Wollert KC, Kempf T, Lagerqvist B, et al. Growth differentiation factor 15 for risk stratification and selection of an invasive treatment strategy in non ST-elevation acute coronary syndrome. Circulation 2007; 116: 1540–48.
4. Fox KA, Clayton TC, Damman P, et al. Long-term outcome of a routine versus selective invasive strategy in patients with non-ST-segment elevation acute coronary syndrome a meta-analysis of individual patient data. J Am Coll Cardiol 2010; 55: 2435–45.
5. Roffi M, Patrono C, Collet JP, et al. 2015 ESC guidelines for the management of acute coronary syndromes in patients presenting without persistent ST-segment elevation: task force for the management of acute coronary syndromes in patients presenting without persistent st-segment elevation of the European Society of Cardiology (ESC). Eur Heart J 2016; 37: 267–315.