Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

NOAC’s mogen voortaan ook door huisartsen worden voorgeschreven

NHG-standpunt anticoagulantia

25 okt. 2016 - nieuws


Het NHG heeft op basis van literatuuronderzoek geconcludeerd dat niet-vitamine K orale anticoagulantia (NOAC’s) bij de meeste patiënten met niet-valvulair atriumfibrilleren (AF) of diep veneuze trombose (DVT) even effectief en veilig zijn als cumarinederivaten. Dit is dusdanig, dat het veilig door huisartsen kan worden voorgeschreven.
 
Tot dusver mochten NOAC’s alleen door artsen in de tweede of derde lijn worden voorgeschreven aan patiënten met niet-valvulair AF of veneuze trombo-embolie (VTE). Dit omdat er weinig kennis was over het gebruik van NOAC’s op de lange termijn en bij grote patiëntgroepen. Dit was met name het geval voor de algemene huisartsen-patiëntenpopulatie, zoals oudere patiënten met meerdere comorbiditeiten. Dit kwam door ondervertegenwoordiging van deze patiëntenpopulatie in klinische NOAC trials.
 
De huidige NHG-standaard gaf, bij niet-valvulair AF- of VTE-patiënten met indicatie voor antistolling, de voorkeur aan respectievelijk cumarinederivaten of cumarinederivaten/laag moleculair gewicht heparine (LMWH). Het NHG heeft nu literatuuronderzoek verricht naar de effectiviteit en veiligheid van NOAC’s onder niet-valvulair AF- en DVT-patiënten en haar standpunt op dit gebied gewijzigd; NOAC’s mogen voortaan als gelijkwaardig alternatief voor cumarinederivaten worden beschouwd voor de meeste patiënten met niet-valvulair AF of DVT. Volgens het NHG is er voldoende bewijs is dat de effectiviteit van NOAC’s gelijk is aan deze van cumarinederivaten. Bovendien zijn er geen aanwijzingen voor meer bloedingen bij NOAC’s, hoewel dit met name bij DVT-patiënten niet geheel kan worden uitgesloten.
 
Terughoudendheid blijft gepast bij patiënten met een verminderde nierfunctie en oudere patiënten vanwege de kans op gastro-intestinale bloedingen, alsmede bij patiënten met veel comorbiditeiten en patiënten die veel andere medicatie gebruiken. Tevens moet de patiënt het belang kennen van goede therapietrouw en voldoende gemotiveerd en cognitief vermogend zijn om de therapie op een juiste manier in te nemen. De huisarts zal deze factoren samen met de patiënt moeten doornemen en besluiten voor NOAC’s versus een cumarinederivaat. In een vervolgconsult dient, indien nodig, de nierfunctie gecontroleerd te worden en de therapietrouw van de patiënt te worden geëvalueerd.
 
De voorkeuren voor gebruik van NOAC’s worden binnenkort in de NHG standaarden herzien. De ZN formulieren zijn hier echter al op aangepast.


Rectificatie:

In een vorige versie van dit nieuwsbericht schreven we dat NOAC’s nog niet vergoed worden wanneer deze worden voorgeschreven door de huisarts. Deze informatie (uit het NHG Standpunt) bleek achterhaald, aangezien ze vergoed worden bij correct invullen van het ZN-formulier door medisch specialist of huisarts.

 

 

Bron

NHG-Standpunt Anticoagulantia, Cumarinederivaten en DOAC’s voortaan gelijkwaardig

Van den Donk M, De Jong J, Geersing G.J en Wiersma T
Gepubliceerd in Huisarts & Wetenschap, september 2016