Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Het meten van biomarkers verbetert risicostratificatie van volwassenen met aangeboren hartafwijking

Baggen VJM, et al, Circulation, 2016

Prognostic Value of N-Terminal Pro-B-Type Natriuretic Peptide, Troponin-T, and Growth-Differentiation Factor 15 in Adult Congenital Heart Disease


Baggen VJM, van den Bosch AE, Eindhoven JA, et al.
Circulation 2016; published online ahead of print
 

Achtergrond

De laatste 50 jaar is de chirurgie bij kinderen met een aangeboren hartafwijking enorm verbeterd, waardoor ongeveer 90% van deze kinderen volwassen kan worden [1]. Als gevolg stijgt het aantal volwassenen patiënten met een aangeboren hartafwijking (ACHD) en de meeste van deze patiënten hebben residuele cardiale afwijkingen alsmede een verhoogd risico op hartfalen (HF) en aritmie [2]. Er zijn weinig middelen voor een indicatie van ziekteprogressie in deze patiënten [3]. Aan de andere kant is er wel data die ondersteunen dat niveaus van natriuretische peptiden, hoog-sensitief troponine-T (hs-TnT) en groei-differentiatiefactore-15 (GDF-15) gerelateerd zijn aan middelmatige prognostische markers zoals ventriculaire functie of bewegingscapaciteit van ACHD-patiënten [4-6].
 
In deze prospectieve studie is bij een groot cohort van 593 stabiele patiënten met ACHD, de associatie bepaald tussen circulerende concentraties N-terminaal pro-B-type natriuretisch peptide (NT-proBNP), hs-TnT en GDF-15 en het samengestelde eindpunt van cardiovasculaire (CV) events.
 

Belangrijkste resultaten

Tijdens een mediane follow-up van 41.8 (IQR: 36.6-46.1) maanden:
  • Vond het primaire eindpunt van CV events plaats bij 165 patiënten (28%).
  • Vond het secundaire eindpunt sterfte of HF plaats bij 50 patiënten (8%).
  • Was de Kaplan-Meier event-vrije overleving 87% na 1 jaar, 79% na 2 jaar en 74% na 3 jaar.
  • Was de HF-vrije overleving 96% na 1 jaar, 94% na 2 jaar en 92% na 3 jaar.

Biomarkers en klinische uitkomsten:
  • Voor patiënten waarbij het NT-proBNP niveau beneden de mediaan lag (<15.2 pmol/L) was de cumulatieve proportie van sterfte en HF 1%. Ongecorrigeerde HR van het 4e NT-proBNP kwartiel was voor het primaire eindpunt 7.31 (95% CI: 4.35-12.3) tov. het 1ste kwartiel en was voor het secundaire eindpunt 44.7 (95% CI: 6.14-326). P trend was voor beide eindpunten < 0.001 en bleef gelijk na correctie.
  • Het risico op het primaire en secundaire eindpunt voor patiënten in het 4e hs-TnT kwartiel (>7.7 ng/L) was significant hoger dan voor patiënten in het 1e kwartiel (<3 ng/L): primaire eindpunt 4e kwartiel ongecorrigeerde HR was 3.27 (95% CI: 2.15-4.97) tov. 1ste kwartiel, secundaire eindpunt 4e kwartiel ongecorrigeerde HR was 25.3 (95% CI: 6.05-106). P trend voor alle kwartielen en beide eindpunten was < 0.001. Dit was voor het primaire eindpunt niet significant meer na correctie (P trend = 0.191), maar bleef significant voor het secundaire eindpunt (P trend < 0.001).
  • Het risico op het primaire en secundaire eindpunt voor patiënten in het 4e GDF-15 kwartiel (>867 ng/L) was significant hoger dan voor patiënten in het 1ste kwartiel (<487 ng/L): primaire eindpunt 4e kwartiel ongecorrigeerde HR was 3.63 (95% CI: 2.26-5.84) tov. 1ste kwartiel, secundaire eindpunt 4e kwartiel ongecorrigeerde HR was 33.7 (95% CI: 4.60-247), P trend voor alle kwartielen voor beide eindpunten < 0.001. Deze bleven significant na correctie (P trend = resp. 0.007 en 0.001).
  • Patiënten met verhoogde niveaus van alle drie de biomarkers hadden het hoogste risico (CV event-vrije overleving aan het einde van de follow-up was 27%, HF-vrije overleving 51%) en hs-TnT en GDF-15 niveaus konden een verder onderscheid maken in hoog of laag risico.
  • Wanneer alle drie de biomarkers werden geanalyseerd als logaritmisch getransformeerde continue variabelen in een multivariabel model, waren 1 standaard deviatie verhoging van NT-proBNP (gecorrigeerde  HR 1.85, 95% CI: 1.51-2.25, P<0.001) en GDF-15 (gecorrigeerde HR 1.20, 95% CI: 1.04-1.40, P=0.014) onafhankelijk geassocieerd met het primaire eindpunt, terwijl dit niet zo was voor hs-TnT (gecorrigeerde HR 1.09, 95% CI: 0.93-1.29, P=0.286).
 
C-indices van de risicomarker modellen van het primaire eindpunt:
  • Alleen klinische variabelen: C-index van 0.69, 95% CI: 0.64-0.73.
  • Klinische plus ECG plus echocardiografie: C-index van 0.74, 95% CI: 0.70-0.79.
  • Klinische plus biomarker variabelen: C-index van 0.74, 95% CI: 0.66-0.82.
  • Algehele model inclusief alle variabelen: C-index 0.80, 95% CI: 0.74-0.87.
 

Conclusie

NT-proBNP was sterk geassocieerd met CV events in ACHD-patiënten. Met name patiënten met een laag risico op overlijden of HF konden nauwkeurig worden geïdentificeerd; deze hadden de laagste NT-proBNP niveaus (<15.2 pmol/L). In patiënten met hoge NT-proBNP niveaus konden hs-TnT en GDF-15 verder onderscheid maken in hoog risico op CV events, waarbij patiënten met hoge niveaus van alle biomarkers het hoogste risico hadden. Deze data ondersteunen het gebruik van deze biomarkers voor de optimalisatie van de follow-up en behandelstrategie bij patiënten met ACHD.
 
Vind deze publicatie online op Circulation
 

Referenties

1. Tennant PW, Pearce MS, Bythell M, et al. 20-year survival of children born with congenital anomalies: a population-based study. Lancet. 2010;375:649-56.
2. Kantor PF and Redington AN. Pathophysiology and management of heart failure in repaired congenital heart disease. Heart Fail Clin. 2010;6:497-506.
3. Moons P, Engelfriet P, Kaemmerer H, et al, and Expert Committee of Euro Heart Survey on Adult Congenital Heart D. Delivery of care for adult patients with congenital heart disease in Europe: results from the Euro Heart Survey. Eur Heart J. 2006;27:1324-30.
4. Eindhoven JA, van den Bosch AE, Ruys TP, et al. N-terminal pro-B-type natriuretic peptide and its relationship with cardiac function in adults with congenital heart disease. J Am Coll Cardiol. 2013;62:1203-12.
5. Eindhoven JA, Roos-Hesselink JW, van den Bosch AE, et al. High-sensitive troponin-T in adult congenital heart disease. Int J Cardiol. 2015;184:405-11.
6. Eindhoven JA, van den Bosch AE, Oemrawsingh RM, et al. Release of growth differentiation factor 15 and associations with cardiac function in adult patients with congenital heart disease. Int J Cardiol. 2016;202:246-51.