Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

PCSK9: toekomstig antitrombotisch target voor acuut coronair syndroom?

Navarese EP, et al, Int J Cardiol, 2016

Association of PCSK9 with platelet reactivity in patients with acute coronary syndrome treated with prasugrel or ticagrelor: The PCSK9-REACT study

 
Navarese EP, Kolodziejczak M, Winter MP, et al.
Int J Cardiol 2016; published online ahead of print
 

Achtergrond

Terugkerende ischemische events na een acuut coronair syndroom (ACS) zijn het gevolg van residuele trombotische activiteit veroorzaakt door verstoorde bloedplaatjesactiviteit, ondanks het gebruik van potente antiplaatjestherapie [1,2].
Er zijn data die een belangrijke rol voor PCSK9 suggereren voor de activatie van trombotische signaalpaden, een hypothese die de moeite waard is om te onderzoeken in de context van ACS [3].
 
In deze studie was de mogelijke associatie bestudeerd van het PCSK9 enzym met de ‘on-treatment’ bloedplaatjesactiviteit en ischemische cardiovasculaire (CV) events in 333 ACS-patiënten die behandeld werden met prasugrel of ticagrelor.
 

Belangrijkste resultaten

PCSK9 concentraties en bloedplaatjesactivatie:
  • Er was een directe correlatie tussen verhoogde PCSK9 serumconcentraties en bloedplaatjesactiviteit (r=0.30, P=0.004).
  • Er was een significante 50% verhoging in bloedplaatjesactiviteit in het hoogste PCSK9 tertiel ten opzichte van het laagste PCSK9 tertiel (resp. 18 [SD 10-24] U en 12 [SD 7-18] U, P=0.02).
  • In een sensitiviteitsanalyse hadden patiënten met PCSK9 concentraties boven de mediaan (394.80 ng/mL) een significant hogere bloedplaatjesactiviteit (P=0.02).
  • Hogere PCSK9 concentraties (hoogste tertiel) waren een significante voorspeller voor hoge bloedplaatjesactiviteit na prasugrel en ticagrelor in zowel univariaat (OR 1.58, 95% CI: 1.17-2.12, P=0.002) als multivariaat logistische regressieanalyse (OR 1.56, 95% CI: 1.1-2.20, P=0.01).
 

Klinische uitkomsten:

  • Er was een significante associatie tussen PCSK9 tertielen (laagste versus hoogste) en MACE na 1 jaar.
  • Patiënten met MACE hadden significant hogere concentraties PCSK9 vergeleken met patiënten zonder MACE (resp. 578.70 ng/mL en 391.00 ng/mL, P=0.008).
  • 22.03% van de patiënten in het hoogste PCSK9 tertiel ervaarden MACE, vergeleken met 3.39% van de patiënten in het laagste PCSK9 tertiel.
  • Het vergelijken van de hoogste met het laagste PCSK9 tertiel in een regressieanalyse resulteerde in een ongecorrigeerde HR van 2.61 (95% CI: 1.24-5.52, P=0.01) en gecorrigeerde HR van 2.62 (95% CI: 1.18-5.83, P=0.01).
  • “Receiver operating characteristic” (ROC) curves voor PCSK9, c-reactief proteïne, fibrogeen, bloedplaatjes en troponine T als voorspellers van MACE na 1 jaar toonden aan dat PCSK9 de nauwkeurigste voorspelling kon geven met een duidelijk onderscheid (oppervlakte onder de curve 0.77, 95% CI: 0.68-0.83, P<0.001).
 

Conclusie

In ACS-patiënten behandeld met prasugrel of ticagrelor waren PCSK9 concentraties geassocieerd met, en voorspellend voor plaatjesactiviteit en terugkerende MACE. Deze data ondersteunen de hypothese dat PCSK9 een rol heeft in bloedplaatjesactivatie in deze patiënten en benadrukken de toekomstige mogelijkheid voor antitrombotisch target in ACS.
 
Vind dit artikel online op Int J Cardiol
 

Referenties

1. Navarese EP, et al. Optimal duration of dual antiplatelet therapy after percutaneous coronary intervention with drug eluting stents: meta-analysis of randomised controlled trials, Br. Med. J. (Clin. Res. Ed.) 350 (2015)
2. Siller-Matula JM, et al. Distribution of clinical events across platelet aggregation values in all-comers treated with prasugrel and ticagrelor, Vasc. Pharmacol. 79 (2016) 6–10
3. Navarese EP, et al. Proprotein Convertase Subtilisin/Kexin Type 9 Monoclonal Antibodies for Acute Coronary Syndrome: A Narrative Review. Annals of Internal Medicine, 2016