Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

De ACC/AHA richtlijnen zijn beter dan de ESC/EAS richtlijnen voor juiste toewijzing van statines

Mortensen MB, Eur Heart J, 2016

ACC/AHA guidelines superior to ESC/EAS guidelines for primary prevention with statins in non-diabetic Europeans: the Copenhagen General Population Study

 
Mortensen MB, Nordestgaard BG, Afzal S, et al.
European Heart Journal 2016; published online ahead of print
 

Achtergrond

Voor primaire preventie van atherosclerotisch cardiovasculaire ziektes (ASCVD) zijn niet alleen gezamenlijke initiatieven belangrijk, maar ook persoonlijk preventiebeleid bij personen met het hoogste risico. Deze personen met het hoogste risico en die dus baat zouden hebben bij statines, worden geïdentificeerd met behulp van risicovoorspellingsmodellen, voorgesteld door de Amerikaanse ACC/AHA richtlijnen en de Europese ESC/EAS richtlijnen voor primaire preventie van ASCVD. Beide richtlijnen zijn gebaseerd op het afwegen van de intensiviteit van preventie, tegen het absolute ASCVD risico.
Beide richtlijnen stellen echter verschillende risicovoorspellingsmodellen voor, met daarbij verschillende afkapwaarden die gebruikt worden voor het aanbevelen van statinetherapie (iedere ASCVD in de VS of fatale ASCVD in Europa) [1-4].
 
Om er achter te komen welk risicovoorspellingsmodel nu het beste kan worden gebruikt voor optimale preventie van ASCVD, is een head-to-head vergelijking van de klinische toepassing van de 2 richtlijnen uitgevoerd. Hierbij zijn de 2 verschillende risicovoorspellingsmodellen (US gepoolde cohortvergelijkingen [US-PCE] voor iedere ASCVD en het Europese systematische coronaire risico evaluatiesysteem [European-SCORE] voor fatale ASCVD) en de verschillende op de richtlijn-gebaseerde afkapvoorwaarden voor statinetherapie (klasse I en IIa aanbevelingen) gebruikt. Dit werd gedaan in een groot, populatie-gebaseerd Europees cohort (44.889 personen zonder ASCVD, diabetes of statinegebruik bij baseline).
 

Belangrijkste resultaten

  • Er kwamen 10 en 14 keer vaker ‘enig ASCVD event’ dan ‘fataal ASCVD event’ voor in respectievelijk mannen en vrouwen.
  • De nauwkeurigheid van voorspelde events versus geobserveerde events: de algehele voorspelde-tot-geobserveerde (P/O) event ratio was 1.2 met het US-PCE predictiemodel voor iedere ASCVD, en 5.0 met het European-SCORE predictiemodel voor fatale ASCVD.
  • Het US-PCE predictiemodel was goed gekalibreerd bij 5-7.5% ten aanzien van de statinetherapie afkapwaarden (P/O ratio 1.1 en 1.0), maar overschatte het risico lichtelijk wanneer het voorspelde risico hoog was (≥10%, P/O ratio 1.4).
  • Het European-SCORE predictiemodel overschatte het risico in alle categorieën van voorspeld risico aanzienlijk. P/O ratio in de hoog-risico statinegroep (5%) was 3.6 en was in de zeer hoog-risico statinegroep (10%) 5.4.  
  • Het US-PCE model kon goed of beter onderscheid maken tussen cases en non-cases dan het European-SCORE model, waarbij de c-statistiek varieerde van 0.71-0.85 voor het Amerikaanse model en van 0.69-0.84 voor het Europese model.
  • 42% van de personen kwalificeerden voor statines met een klasse I aanbeveling volgens de ACC/AHA richtlijnen, tegen maar 6% volgens de ESC/EAS richtlijnen. Alle personen die volgens de Europese richtlijnen kwalificeerden voor statinetherapie, kwalificeerden ook volgens Amerikaanse richtlijnen. Een vergelijkbaar verschil werd gevonden wanneer de richtlijnen werden vergeleken voor mannen en vrouwen apart en voor de klasse IIa aanbevelingen.
  • Vergeleken met de ESC/EAS richtlijnen steeg het aantal personen die toegewezen werden aan statinetherapie wanneer gebruik werd gemaakt van de ACC/AHA richtlijnen, voor zowel personen die later ‘iedere ASCVD’ ontwikkelden (sensitiviteitsverhoging van 10 naar 72%) als die dat niet ontwikkelden (specificiteitsverlaging van 95% naar 60%), wat resulteerde in een positieve NRI van 0.27.
  • Dit was ook zo voor personen die later een fataal ASCVD ervaarden (verhoging van specificiteit van 11% naar 87%) en die geen fataal ASCVD event ervaarden (verlaging in specificiteit van 94% naar 59%), wat resulteerde in een positieve NRI van 0.40.
  • De sensitiviteit en specificiteit van een US-PCE risico van 5% waren gelijk aan deze met een European-SCORE risico van 1.4%, terwijl een US-PCE risico van 7.5% gelijk stond aan een European-SCORE risico van 2.4%.
 

Conclusie

In een groot Europees cohort waren de ACC/AHA richtlijnen superieur aan de ESC/EAS richtlijnen voor de primaire preventie van ASCVD, wanneer gekeken werd naar het correct toewijzen van statinetherapie aan degene die er het meeste baat bij hebben. Deze data suggereren dat de richtlijnen van de VS tot gunstigere uitkomsten leiden ten aanzien van ASCVD preventie, dan de Europese richtlijnen.
 
Vind deze publicatie online op Eur Heart J
 

Referenties

1. Reiner Z, Catapano AL, De Backer G, et al. ESC/EAS Guidelines for the management of dyslipidaemias: The Task Force for the management of dyslipidaemias of the European Society of Cardiology (ESC) and the European Atherosclerosis Society (EAS). Eur Heart J 2011;32:1769–1818.
2. Piepoli MF, Hoes AW, Agewall S,et al. 2016 European Guidelines on cardiovascular disease prevention in clinical practice: The Sixth Joint Task Force of the European Society of Cardiology and Other Societies on Cardiovascular Disease Prevention in Clinical Practice (constituted by representatives of 10 societies and by invited experts): Developed with the special contribution of the European Association for Cardiovascular Prevention & Rehabilitation (EACPR). Eur Heart J 2016;37:2315–2381.
3. Stone NJ, Robinson JG, Lichtenstein AH, et al. 2013 ACC/AHA guideline on the treatment of blood cholesterol to reduce atherosclerotic cardiovascular risk in adults. Circulation 2014;129:S1–S45.
4. Goff DC, Lloyd-Jones DM, Bennett G, et al. 2013 ACC/AHA guideline on the assessment of cardiovascular risk. Circulation 2014;129:S49–S73.