Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Cardiaal troponine I is een onafhankelijke voorspeller voor coronaire hartziekte

Ford I, J Am Coll Cardiol, 2016

High-Sensitivity Cardiac Troponin, Statin Therapy, and Risk of Coronary Heart Disease

 
Ford I, Shah ASV, Zhang R, et al.
J Am Coll Cardiol 2016;68:271928
 

Achtergrond

Hoewel klinische studies hebben aangetoond dat asymptomatische patiënten met hoog cardiovasculair risico baat hebben bij statinetherapie [1,2], is er nog steeds een debat gaande over de baat/risico balans van het gebruik van medicatie in de bredere primaire preventie setting [3-5]. In dit kader zouden personen met het grootste risico mogelijk geïdentificeerd kunnen worden op basis van hun concentratie troponine, omdat deze concentraties mogelijk subklinische coronaire arterieziekte (CAD) reflecteren.
 
Om dit te onderzoeken was in deze studie bepaald of cardiale troponine I concentraties bij baseline en na 1 jaar behandeling, toekomstige coronaire events konden voorspellen, en of deze concentraties veranderden bij gebruik van statines. Hiervoor was data van de WOSCOPS studie gebruikt. WOSCOPS randomiseerde 6.595 mannen tussen de 45 en 64 jaar met middelmatige hypercholesterolemie en geen voorgeschiedenis met myocardinfarct (MI), voor placebo of pravastatine 40 mg/dag. Het primaire eindpunt was samengesteld uit niet-fataal MI, en sterfte als gevolg van coronaire hartziekte (CHD). Bovendien was er gekeken of concentraties troponine de respons op therapie in de WOSCOPS primaire preventie populatie konden weergeven.
 

Belangrijkste resultaten

  • De gemiddelde concentratie troponine bij baseline was 4.0 ng/L (IR 3.1-5.2 ng/L). Hogere baseline concentraties troponine waren geassocieerd met een hogere leeftijd, BMI, systolische bloeddruk (SBP) en LDL-c concentraties, alsmede met een hogere prevalentie van anginale symptomen en kleine ECG afwijkingen.
  • Hogere concentraties troponine bij baseline waren geassocieerd met een verhoogd risico op CHD bij zowel 5- als 15-jaar follow-up. Vergeleken met het laagste kwartiel troponine (≤3.1 ng/L), hadden patiënten in het hoogste kwartiel (≥5.2 ng/L) het hoogste risico op niet-fataal MI of cardiovasculaire sterfte op 5 en 15 jaar (respectievelijk HR 2.27, 95% CI: 1.42-3.65 en HR 1.54, 95% CI: 1.16-2.05, P<0.001 voor beiden).
  • De HR voor het algehele relatieve behandeleffect voor het primaire eindpunt op 5 jaar was 0.45 (95% CI: 0.32-0.65, P<0.001) en de uitkomst voor coronair overlijden of hospitalisatie voor MI na 15 jaar was 0.68 (95% CI: 0.56-0.83, P<0.001).
  • Na 15 jaar was de absolute risicoreductie op niet-fataal MI of cardiovasculaire sterfte hoger in het hoogste kwartiel (9.0%) dan in de drie lagere kwartielen van baseline troponine (2.6-3.0%).
  • Na 1 jaar was de afname van troponine bij personen die pravastatine kregen groter (19%, 95% CI: 71-20%) vergeleken met de personen die placebo kregen (6%, 95% CI: 4-8%, P<0.001).
  • Het absolute verschil in troponine vanaf baseline tot 1 jaar bij personen die pravastatine kregen was 2.0 ng/L (IR 1.2-2.8 ng/L, P<0.001). Dit verschil correleerde zwak met verandering in LDL-c (r=0.20, P<0.001).
  • Na correctie voor meerdere variabelen was in beide behandelarmen het verschil in concentratie troponine na 1 jaar een onafhankelijke voorspeller voor niet-fataal MI of cardiovasculaire sterfte na zowel 5 als 15 jaar.
  • Het risico op het primaire eindpunt in personen die pravastatine kregen was 5-voudig lager bij personen die de grootste afname in concentratie troponine behaalden (HR 0.23, 95% CI: 0.10-0.53) vergeleken met personen die de grootste stijging in troponine hadden (HR 1.08, 95% CI: 0.53-2.21, P<0.001), ondanks vergelijkbare reducties in LDL-c (22-28%).
  • Ten opzichte van placebo hadden personen die pravastatine kregen en na 1 jaar de grootste afname van troponine hadden (hoogste kwartiel ≤38% reductie versus laagste kwartiel >3% verhoging), de grootste afname van cardiovasculaire events (respectievelijk HR 0.21, 95% CI: 0.08-0.52 en HR 0.83, 95% CI: 0.51-1.32, P=0.002). De afname van events was vergelijkbaar tussen alle kwartielen van verandering in LDL-c niveaus (P=0.823).
 

Conclusie

Baseline cardiaal troponine I is een onafhankelijk voorspeller voor CHD events en concentraties dalen met statine therapie. Ook reducties in concentratie troponine na 1 jaar zijn geassocieerd met een betere CHD uitkomst, wat onafhankelijk was van LDL-c niveaus. Deze resultaten suggereren dat hoog-sensitief cardiaal troponine wellicht een bruikbare marker is voor de identificatie van personen die het grootste risico hebben, alsmede voor het verifiëren van hun respons op interventie voor preventie van CHD.
 

Redactioneel commentaar [6]

Jaffe en Wright geven commentaar op de relatief onbekende potentie van het gebruik van hscTn assays voor de bepaling van het lange-termijn cardiovasculaire risico: “De hscTn bevindingen zijn analoog aan de situatie met natriuretische peptiden waarin hogere, maar nog steeds normale, waardes zijn gebruikt voor het identificeren van personen met een hoger risico op hartfalen. Van belang is dat interventies als reactie op deze kleine verhogingen uitkomsten verbeteren” … “Ford en collega’s verschaffen nu uitdagende nieuwe inzichten in dit vruchtbare milieu.” … “Noch LDL-c niveaus bij baseline, noch LDL-c verschillen na een jaar waren geassocieerd met ongunstige uitkomsten. Tegengesteld waren uitkomsten wel gecorreleerd met verandering van hscTn waardes.” ….”de waardes die Ford en collega’s rapporteren zijn op de rand van biologische variatie, wat doet suggereren dat biologische variatie de waardes gedurende 1 jaar niet verder zal verhogen. Daarom is herhaaldelijk testen noodzakelijk, zoals gesuggereerd door de auteurs, of een langere periode van observatie voor het tweede sample.” Jaffe en Wright benadrukken ook dat de data van Ford en collega’s suggereren dat ook andere potentiële mechanismen, naast lipide-gerelateerde mechanismen, mogelijk belangrijk zijn voor patiënten die statines krijgen voor de primaire preventie en zij concluderen: “Op de lange termijn moet het mogelijk kunnen zijn om te kijken hoe hscTn analyses op zo’n manier geïmplementeerd kunnen worden dat ze waardes opleveren die klinisch relevant zijn, inclusief hulpmiddelen bij het bepalen van wie er baat heeft bij statinetherapie en wie niet. Op dit moment opent deze data nieuwe platformen om een nieuw mechanismen te onderzoeken, die ons laten inzien hoe we deze belangrijke behandeling beter kunnen gebruiken. Verder heeft hscTn analyse de potentie om onze opties uit te breiden voor het bestuderen en onderzoeken van primaire preventie.”
 
Vind deze publicatie online op JACC
 

Referenties

1. Downs JR, Clearfield M, Weis S, et al. Primary prevention of acute coronary events with lovastatin in men and women with average cholesterol levels: results of AFCAPS/TexCAPS: Air Force/Texas Coronary Atherosclerosis Prevention Study. JAMA 1998;279:1615–22.
2. Ridker PM, Danielson E, Fonseca FA, et al. Rosuvastatin to prevent vascular events in men and women with elevated C-reactive protein. N Engl J Med 2008;359:2195–207.
3. Redberg RF, Katz MH. Healthy men should not take statins. JAMA 2012;307:1491–2.
4. Abramson JD, Rosenberg HD, Jewell N, et al. Should people at low risk of cardiovascular disease take a statin? BMJ 2013;347:f6123.
5. PencinaMJ, Navar-BogganAM, D’Agostino RB Sr., et al. Application of new cholesterol guidelines to a population-based sample. N Engl J Med 2014;370:1422–31.
6. Jaffe AS, Wright SR. High-Sensitivity Cardiac Troponin and Primary Prevention: An Important New Role. J Am Coll Cardiol 2016;68:2729-32.