Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Alleen in het weekend actief zijn is mogelijk voldoende om risico op mortaliteit te verlagen

O’Donovan G, JAMA Intern Med, 2017

Association of “Weekend Warrior” and Other Leisure Time Physical Activity Patterns With Risks for All-Cause, Cardiovascular Disease, and Cancer Mortality

 
O’Donovan G, I-Min Lee, Hamer M, et al.
JAMA Intern Med 2017; published online ahead of print
 

Achtergrond

Fysieke activiteit is geassocieerd met een reductie van risico op sterfte door alle oorzaken, door CVD of door kanker. De WHO adviseert voor personen tussen de 18 en 64 jaar een minimum van 150 min/week matig-intensieve aerobics, 75 min/wk stevige-intensieve aerobics of een vergelijkbare combinatie [1,2]. De manier waarop frequentie, intensiteit en duur van de activiteit bijdraagt aan voordeel voor de gezondheid, is echter nog onduidelijk [3]. In een kleine studie is bijvoorbeeld gezien dat personen die al hun beweging in het weekend hebben, de zogenoemde ‘weekendstrijders’, een lagere frequentie van sterfte door alle oorzaken hadden [4].
 
In deze analyse van 11 populatie-gebaseerde cohorten (respondenten ≥40 jaar van de ‘Health Survey for England and Scottish Health Survey) werden associaties tussen fysieke activiteitpatronen en sterfte door alle oorzaken, CVD sterfte en kanker sterfte geëvalueerd. Het secundaire doel was om te kijken op welke manier frequentie, intensiteit en duur van de fysieke activiteit mogelijk de mortaliteit beïnvloeden. Personen werden onderverdeeld in inactief (geen matige- of sterk-intensieve activiteit), onvoldoende actief (<150 min/wk matige en <75 min/wk sterk-intensieve activiteit), weekendstrijders (≥150 min/wk matige of ≥75 min/wk sterk-intensieve activiteit in 1 of 2 sessies) en regelmatig actief (≥150 min/wk matig en ≥75min/wk sterk-intensieve activiteit in ≥3 sessies).
 

Belangrijkste resultaten

  • Van de 63.591 respondenten was 62.8% fysiek inactief, 22.4% onvoldoende actief, 3.7% waren weekendstrijders en 11.1% was regelmatig actief.
  • In totaal waren er 8802 sterftegevallen door alle oorzaken, 2780 door CVD en 2526 door kanker, tijdens 561.159 persoonsjaren van follow-up (gemiddelde [SD], 8.8 [4.4] jaren).
  • Vergeleken met inactieve personen was de gecorrigeerde HR voor sterfte door alle oorzaken 0.69 (95% CI: 0.65-0.74) in onvoldoende actieve personen, 0.70 (95% CI: 0.60-0.82) in de weekendstrijders en 0.65 (95% CI: 0.58-0.73) in de regelmatig actieve deelnemers.
  • Vergeleken met inactieve personen was de gecorrigeerde HR voor CVD mortaliteit 0.63 (95% CI: 0.55-0.72) in de onvoldoende actieve personen, 0.60 (95% CI: 0.45-0.82) in de weekendstrijders en 0.59 (95% CI: 0.48-0.73) in de regelmatig actieve deelnemers.
  • Vergeleken met inactieve personen was de gecorrigeerde HR voor kanker mortaliteit 0.86 (95% CI: 0.77-0.96) in de onvoldoende actieve personen, 0.82 (95% CI: 0.63-1.06) in de weekendstrijders en 0.79 (95% CI: 0.66-0.94) in de regelmatig actieve deelnemers.
  • Vergeleken met inactieve personen was de HR voor sterfte door alle oorzaken 0.66 (95% CI: 0.62-0.72) in alle onvoldoende actieve personen die 1 of 2 sessies fysieke activiteit per week hadden en 0.82 (95% CI: 0.72-0.95) voor de onvoldoende actieve personen die meer dan 3 sessies fysieke activiteit per week hadden.
  • De HR’s voor CVD- en kanker mortaliteit was vergelijkbaar tussen de onvoldoende actieve personen die 1 of 2 sessies per week actief waren en deze van de hele onvoldoende actieve groep. De CVD- en kanker mortaliteit HR’s voor onvoldoende actieve personen die meer dan 3 sessies per week actief waren 0.79 voor CVD mortaliteit (95% CI: 0.60-1.01) en 0.99 voor kanker mortaliteit (95% CI: 0.798-1.24).
 

Conclusie

Verschillende patronen van fysieke activiteit zijn geassocieerd met de risicoreductie van sterfte door alle oorzaken, door CVD of door kanker. Zowel het patroon van de weekendstrijders, als minder dan 150/75 min/wk matige/sterk-intensieve fysieke activiteit is mogelijk al voldoende om het risico op deze soorten mortaliteit te verlagen.
 
Vind deze publicatie online op Jama Intern Med
 

 

Referenties

1. Arem H, Moore SC, Patel A, et al. Leisure time physical activity and mortality: a detailed pooled analysis of the dose-response relationship. JAMA Intern Med. 2015;175(6):959-967.
2. World Health Organization. Global recommendations on physical activity for health. http://www.who.int/dietphysicalactivity /publications/9789241599979/en/. Published 2010. Accessed September 12, 2016.
3. Haskell WL, Lee IM, Pate RR, et al; American College of Sports Medicine; American Heart Association. Physical activity and public health: updated recommendation for adults from the American College of Sports Medicine and the American Heart Association. Circulation. 2007;116 (9):1081-1093.
4. Lee IM, Sesso HD, Oguma Y, et al. The “weekend warrior” and risk of mortality. Am J Epidemiol. 2004;160(7):636-641.