Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Traditionele CVD risicofactoren kunnen niet gebruikt worden om VTE risico te bepalen

Mahmoodi BK, et al, Circulation, 2017

Association of Traditional Cardiovascular Risk Factors with Venous Thromboembolism: An Individual Participant Data Meta-analysis of Prospective Studies

 
Mahmoodi BK, Cushman M, Næss IA, et al.
Circulation 2017; 135: 7-13

 

Achtergrond

Veneuze trombo-embolie (VTE) heeft betrekking op diepe veneuze trombose (DVT) en pulmonaire embolie (PE) en is klinisch gedefinieerd als uitgelokt en niet-uitgelokt. Uitgelokte VTE kan veroorzaakt worden door risicofactoren zoals immobilisatie, chirurgie, ernstige trauma of kanker en komen vaker voor in mensen van hogere leeftijd, met voorgeschiedenis van VTE, met bepaalde genetische varianten, bij orale anticonceptie gebruik en bij obesitas [1]. Niet-uitgelokte VTE komt voor in de afwezigheid van risicofactoren en beslaat ongeveer 50% van de VTE’s [2]. Aan de andere kant is arteriële trombo-embolie het gevolg van atherosclerose en voorbeelden van CVD risicofactoren zijn hypertensie, hyperlipidemie, diabetes en roken [3].
 
Traditionele CVD risicofactoren en VTE risicofactoren worden als verschillend beschouwd, hoewel sommige veel voorkomende risicofactoren zoals fysiek inactief zijn en obesitas, overlappen [4]. Om te valideren of traditionele CVD risicofactoren ook VTE risicofactoren zijn, werden in een meta-analyse van prospectieve studies met data op individueel niveau, traditionele risicofactoren en VTE events gevalideerd.
 
Belangrijkste resultaten
  • 244.865 deelnemers waren geïncludeerd in 9 studies, met een gemiddelde follow-up tijd per studie van 4.7 tot 19.7 jaar.
  • Van alle studies waren 44% van de VTE events niet-uitgelokt en 44% uitgelokt.
  • Met uitzondering van roken toonden alle variabelen (hypertensie, hyperlipidemie, diabetes, huidige- en ex-roker) in ongecorrigeerde modellen een positieve associatie met VTE.
  • Correctie van leeftijd, geslacht en BMI resulteerde in het verdwijnen van de associatie van VTE risico met hypertensie (HR: 0.98; 95% CI: 0.89-1.07), hyperlipidemie (HR: 0.97; 95% CI: 0.88-1.08), diabetes (HR: 1.01; 95% CI: 0.89-1.15) en ex-roker (HR: 0.99; 95% CI: 0.93-1.06).
  • Huidig roken (HR: 1.19; 95% CI: 1.08-1.32) was positief geassocieerd met VTE in modellen gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht en BMI.
  • Resultaten waren over het algemeen vergelijkbaar voor uitgelokte en niet-uitgelokte VTE, en voor PE versus DVT. Associatie met uitgelokte VTE maar niet met niet-uitgelokte VTE waren in gecorrigeerde modellen huidige roker (uitgelokt HR 1.36; 95% CI: 1.22-1.52; I2=0%, niet uitgelokt HR 1.08, 95% CI: 0.90-1.29; I2=42) en ex-roker (uitgelokt HR 1.11, 95% CI: 1.00-1.23; I2=0%, niet-uitgelokt HR 1.01, 95% CI: 0.89-1.16; I2=21%).
  • Ten opzichte van de referentiewaarde van 110 mmHg was de HR voor VTE bij een SBP van 160 mmHg 0.79 (95% CI 0.68-0.92). Voor een DBP van 100 mmHg was de HR voor VTE ten opzicht van de referentiewaarde van 75 mmHg 1.02 (95% CI 0.85-1.22). De omgekeerde associatie met SBP was iets meer aanwezig voor niet-uitgelokte VTE dan voor uitgelokte VTE.
  • Er waren geen lipidenmetingen geassocieerd met VTE.
  • Er was een zwakke omgekeerde relatie met normale glucoseniveaus maar niet met verhoogde glucoseniveaus.
 

Conclusie

In een meta-analyse van prospectieve studies met data op individueel niveau waren beïnvloedbare traditionele CVD risicofactoren niet geassocieerd met een verhoogd risico op VTE, met uitzondering van het roken van sigaretten voor uitgelokte VTE. Deze associatie is misschien het gevolg van comorbiditeiten zoals kanker. Deze resultaten ondersteunen een verschillende pathogenese van veneuze en arteriële trombotische events.
 

Redactioneel commentaar [5]

S. Anand geeft commentaar op het roken van sigaretten als algemene risicofactor voor zowel VTE als CVD en op de sterke punten van de publicatie van Mahmoodi zoals de op meta-analyse op individueel niveau, statistische power, de overeenstemmende definities van risicofactoren tussen de studies, alsmede de aandachtige metingen van uitkomsten van interesse. Ze merkt ook op dat er enige correctie van covariabelen mistten, zoals oestrogeen/progesteron-gebruik in de ‘Women’s Health initiative study’ en ze concludeert: ‘Samenvattend leren we veel van de meta-analyse van Mahmoodi en collega’s, bijvoorbeeld, dat rokers een hoger risico op VTE hebben terwijl er geen sterke aanwijzingen zijn voor hypertensie, diabetes mellitus en verhoogd cholesterol. Hoewel de effectgroottes laag zijn, is het aannemelijk dat veel gevallen van VTE veroorzaakt worden door de aanwezigheid van meerdere risicofactoren, allen met kleine effecten (bijv. risico ratio’s <2.0) die het risico boven een bepaalde threshold brengen waardoor klinische trombose ontstaat. Het toont ook aan dat er voorzichtigheid moet worden geboden bij de interpretatie van kleine studies en meta-analyses met kleine studies, waarbij error ’s vergroot of niet opgemerkt kunnen worden. De beste manier om risicofactoren voor relatief weinig voorkomende condities te identificeren is door het ontwerpen en uitvoeren van grote studies of door meta-analyses uit te voeren met data op individueel niveau waarbij aandachtig moet worden gekozen voor confounders die gebruikt worden voor correctie.’
 
Vind deze publicatie online op Circulation
 

Referenties

1. Rosendaal FR. Risk factors for venous thrombotic disease. Thromb Haemost. 1999;82:610-9.
2. White RH. The epidemiology of venous thromboembolism. Circulation. 2003;107:I4-8.
3. Goff DC, Jr., Lloyd-Jones DM, Bennett G, et al. 2013 ACC/AHA Guideline on the Assessment of Cardiovascular Risk: A Report of the American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines. Circulation. 2013;129:S49-73.
4. Prandoni P. Venous thromboembolism and atherosclerosis: is there a link? J Thromb Haemost. 2007;5 Suppl 1:270-5.
5. Anand SS. Smoking: A Dual Pathogen for Arterial and Venous Thrombosis. Circulation 2017; 135:17–20