Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Non-HDL-C betere voorspeller van mortaliteit dan LDL-C

Harari G, et al, Am J Cardiol 2017

Usefulness of Non-High Density Lipoprotein Cholesterol as a Predictor of Cardiovascular Disease Mortality in Men in 22 Year Follow Up

 
Harari G, Green MS, Magid A, et al.
Am J Cardiol 2017; published online ahead of print
 

Achtergrond

Er bestaan tegenstrijdige data over de superioriteit van non-HDL-C voor het voorspellen van risico op cardiovasculaire ziekte (CVD) ten opzichte van LDL-C [1-5]. Daarom is het noodzakelijk om in verschillende populaties de voorspellende waarde van non-HDL-C voor CVD en totale mortaliteit te bepalen en deze te vergelijken met de voorspellende waarde van LDL-C.
 
Daarom is de prospectieve CORDIS studie (Cardiovascular Occupational Risk Factor Determination in Israel Study) uitgevoerd, waarin verschillende lipidenniveaus werden gemeten in 4.832 jonge, ‘gezonde’ werkende mannen in 21 verschillende vakgebieden. Het werd onderzocht of non-HDL-C niveaus beter in staat waren om totale en CVD mortaliteit te voorspellen dan andere lipidenniveaus, na een follow-up van 22 jaar welke eindigde in 2007. De huidige analyse beperkt zich tot werkende Joodse mannen tussen de 20-70 jaar op baseline. Arabische mannen werden geëxcludeerd.
 

Belangrijkste resultaten

  • Non-HDL-C niveaus waren positief geassocieerd met meerdere CV-gerelateerde parameters: leeftijd bij screening, BMI, totaal cholesterol (TC), LDL-C, triglyceriden (TG), hypertensie, diabetes mellitus (DM), familiegeschiedenis met myocardinfarct (MI), alcohol- en koffieconsumptie en het volgen van een speciaal dieet. Non-HDL-C niveaus waren negatief geassocieerd met HDL-C en fysieke activiteit in de vrije tijd.
  • Kaplan-Meier analyse toonde significant lagere CVD overlevingscijfers voor mannen met hogere non-HDL-C niveaus (log rank P<0.0001). Het risico steeg naarmate non-HDL-C niveaus hoger waren, met een dosis-respons relatie (HR non-HDL-C 130-159, 160-189, ≥190 vergeleken met <130 mg/dl waren respectievelijk 1.98 [95% CI 1.15-3.41], 2.57 [95% CI 1.52-4.33], 4.71 [95% CI 2.90-7.64]). Na correctie voor CVD risicofactoren waren deze associaties echter afgezwakt en alleen non-HDL-C niveau ≥190 mg/dl bleef significant (HR 1.80, 95% CI 1.10-2.96, P=0.020).
  • LDL-C niveaus op baseline waren in een univariate analyse vergelijkbaar positief geassocieerd met CVD mortaliteit (HR LDL-C 100-129, 130-159, ≥160 vergeleken met <100 mg/dl waren respectievelijk 1.09 [95% CI 0.65-1.83], 1.82 [95% CI 1.15-2.89], 3.60 [95% CI 2.33-5.57]), maar deze significantie verdween na correctie voor CVD risicofactoren, hoewel de HR voor CVD mortaliteit een trend vertoonde bij mannen met LDL-C niveaus ≥160 mg/dl (HR: 1.53; 95% CI: 0.98-2.39, P=0.062 vergeleken met <100 mg/dl).
  • Ook toonden TC niveaus een positieve associatie met CVD mortaliteit in een univariate analyse, maar verdween deze na correctie voor CVD risicofactoren; alleen TC niveau ≥240 mg/dl bleef significant (HR: 1.54; 95% CI: 1.06-2.25; P=0.025 vergeleken met <200 mg/dl).
  • Zowel non-HDL-C, LDL-C als TC waren ook geassocieerd met totale mortaliteit in een univariaat model, maar dit verdween na correctie voor CVD risicofactoren in een multivariaat analyse.
  • Alleen TG niveaus ≥200 mg/dl voorspelden totale en CVD mortaliteit ten opzichte van <150 mg/dl, maar na correctie voor CVD risicofactoren waren alle associaties afgezwakt (HR 1.12, 95% CI 0.79-1.59, P=0.532).
  • Wanneer gecorrigeerd werd voor LDL-C niveaus neigden non-HDL-C niveaus naar associatie met hogere CVD mortaliteitscijfers, maar zonder significantie.
  • Het grootste risico op CVD mortaliteit werd gezien in de groep met zowel de hoogste LDL-C (≥160 mg/dl) als de hoogste non-HDL-C (≥190 mg/dl) niveaus, en in de groep met de laagste LDL-C niveaus (<100 mg/dl) en de hoogste non-HDL-C niveaus (≥190 mg/dl).

Conclusie

In een grote, gemengde populatie jonge mannen was na correctie voor veel belangrijke confounding factoren, non-HDL-C een potentere voorspeller van CVD mortaliteit na 22 jaar follow-up, dan LDL-C niveaus. Deze resultaten ondersteunen bestaande data die suggereren dat non-HDL-C niveaus beter gebruikt kunnen worden voor CV risicostratificatie dan LDL-C niveaus. Opmerkelijk is dat hogere non-HDL-C niveaus het ‘beschermende’ effect van lagere LDL-C niveaus lijkt af te zwakken, maar deze resultaten moeten bevestigd worden in grotere studies.
 
Vind deze publicatie online op Am J Cardiol
 

Referenties

1. Barter PJ, Kastelein JJ. Targeting cholesteryl ester transfer protein for the prevention and management of cardiovascular disease. J Am Coll Cardiol 2006;47:492-499.
2. Jacobson TA, Ito MK, Maki KC, et al. National Lipid Association recommendations for patient-centered management of dyslipidemia: part 1 – executive summary. Journal of clinical lipidology 2014;8:473-488.
3. National Cholesterol Education Program Expert Panel on Detection E, Treatment of High Blood Cholesterol in A. Third Report of the National Cholesterol Education Program (NCEP) Expert Panel on Detection, Evaluation, and Treatment of High Blood Cholesterol in Adults (Adult Treatment Panel III) final report. Circulation 2002;106:3143-3421.
4. Di Angelantonio E, Sarwar N, Perry P, et al. Major lipids, apolipoproteins, and risk of vascular disease. JAMA 2009;302:1993-2000.
5. Sniderman AD, Williams K, Contois JH, et al. A meta-analysis of low-density lipoprotein cholesterol, non-high-density lipoprotein cholesterol, and apolipoprotein B as markers of cardiovascular risk. Circulation Cardiovascular quality and outcomes 2011;4:337-345.