Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Depressie en uitputting risicofactor CVD mortaliteit

Ladwig KH, et al, Atherosclerosis, 2017

Room for depressed and exhausted mood as a risk predictor for all cause and cardiovascular mortality beyond the contribution of the classical somatic risk factors in men

 
Ladwig KH, Baumert J, Marten-Mittag B, et al.
Atherosclerosis 2017; published online ahead of print
 

Achtergrond

Er is ruimte voor verbetering bij het voorspellen van risico op cardiovasculaire ziekte (CVD), naast het gebruik van klassieke risicofactoren. Dit omdat de risicovoorspelling bij personen met een laag of gemiddeld risico nog matig is [1,2]. Volgens relevante studies en meta-analyses zijn bedrukte stemming (depressie), overmatige vermoeidheid en vitale uitputting nieuwe potentiёle risicofactoren. Er zijn bijvoorbeeld data die een algeheel relatief CVD risico van 1.60-1.90 laten zien bij personen met een depressie [3-5].
 
In deze studie zijn de nauwkeurigheid van voorspelling van sterfte door alle oorzaken of als gevolg van CVD aan de hand van zowel traditionele CVD risicofactoren als depressie bepaald. In deze prospectieve populatie-gebaseerde studie, welke is uitgevoerd met behulp van drie onafhankelijke WHO MONICA/KORA (Augsburg, Duitsland) enquêtes (1984-1995) met een follow-up van 10 jaar, werd het absolute, relatieve en populatie-bijdragende risico (PAR) van depressie en uitputting (DEEX) geschat, gecorrigeerd voor hypertensie, hypercholesterolemie, roken, obesitas en diabetes mellitus (DM).
 

Belangrijkste resultaten

  • Van de 3.428 deelnemers hadden 34% DEEX op baseline. De prevalentie van de klassieke risicofactoren varieerde van 6.9% voor DM tot 55.6% voor hypertensie.
  • Het absolute mortaliteitsrisico voor DEEX was ongeveer 23/1000, 11/1000 en 8/1000 persoonsjaren voor respectievelijk sterfte door alle oorzaken, CVD mortaliteit en CV hartziekte (CHD) mortaliteit. Alle andere CVD risicofactoren hadden een vergelijkbare range voor alle drie de mortaliteiteindpunten, met uitzondering van DM (17.5 voor sterfte door alle oorzaken, 8,5 door CVD en 5.6 door CHD).
  • DEEX was een significante voorspeller voor sterfte door alle oorzaken (P<0.001), door CVD (P≤0.001) en door CHD (P=0.005). Hierbij was het risico met DEEX vergelijkbaar als met hypercholesterolemie en obesitas voor CVD- en CHD mortaliteit (HR 1.36-1.55).
  • Voor sterfte door alle oorzaken was DEEX een aanzienlijk grotere voorspeller dan hypercholesterolemie (HR 1.53 vs. 1.03), maar roken en DM bleven de grootste voorspellers met HR’s dichtbij of hoger dan 2.
  • De gecorrigeerde PAR’s waren vergelijkbaar of hoger dan PAR’s voor hypercholesterolemie, obesitas en roken wat betreft CVD- en CHD mortaliteit (range 8.4-21.4%), waren hoger dan PAR’s voor DM voor alle mortaliteiteindpunten (range 5.5-7.8%) en lager dan PAR’s voor hypertensie wat betreft CVD- en CHD mortaliteit (range 29.5-34%).
  • Wanneer de observatieperiode voor mortaliteit tot 5 jaar was gelimiteerd, waren de HR’s voor DEEX voor sterfte door alle oorzaken 1.72, door CVD 2.41 en door CHD 2.92. Voor hypertensie en DM waren de effecten lager voor alle drie de mortaliteiteindpunten. Hypercholesterolemie en roken hadden vergelijkbare HR’s voor sterfte door alle oorzaken of door CVD.
  • Wanneer DEEX was toegevoegd aan het model met traditionele risicofactoren werd de AUC (area under the curve) met 0.004 groter voor CVD mortaliteit. De meeste AUC toename was bij personen met een gemiddeld somatisch risico en 2 risicofactoren (sterfte door alle oorzaken 0.713 vs. 0.727, door CVD 0.738 vs. 0.752, door CHD 0.731 vs. 0.751).

Conclusie

DEEX voorspelt een lagere levensverwachting en hogere CVD mortaliteit met een effectgrootte die vergelijkbaar is met belangrijke traditionele risicofactoren. Deze resultaten onderstrepen het gebruik van depressie en uitputting bij een uitvoerige screening en behandelstrategie om CVD te voorkomen, met name in personen met een gemiddelde status van klassieke risicofactoren.
 
Vind deze publicatie online op Atherosclerosis
 

Referenties

1 M.S. Lauer, Primary prevention of atherosclerotic cardiovascular disease: the high public burden of low individual risk, JAMA 297 (12) (2007) 1376e1378.
2 H. Gohlke, M. Winter, M. Karoff, et al. CARRISMA: a new tool to improve risk stratification and guidance of patients in cardiovascular risk management in primary prevention, Eur. J. Cardiovasc Prev. Rehabil. 14 (1) (2007) 141e148.
3 R. Rugulies, Depression as a predictor for coronary heart disease. A review and meta-analysis, Am. J. Prev. Med. 23 (1) (2002) 51e61.
4 L.R. Wulsin, B.M. Singal, Do depressive symptoms increase the risk for the onset of coronary disease? A systematic quantitative review, Psychosom. Med. 65 (2) (2003) 201e210.
5 A. Nicholson, H. Kuper, H. Hemingway, Depression as an aetiologic and prognostic factor in coronary heart disease: a meta-analysis of 6362 events among 146 538 participants in 54 observational studies, Eur. Heart J. 27 (23) (2006) 2763e2774.