Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Vaak coronaire plaque in gezonde familieleden van CAD-patiënten

Christiansen MK, et al, JACC Cardiovasc Imaging, 2017

Coronary Plaque Burden and Adverse Plaque Characteristics Are Increased in Healthy Relatives of Patients With Early Onset Coronary Artery Disease

 
Christiansen MK, Jensen JM, Nørgaard BL, et al.
JACC Cardiol Img 2017; published online ahead of print
 

Achtergrond

In eerstegraads familieleden van patiënten met een coronaire arterieziekte (CAD) voorgeschiedenis met een event voor het 45ste levensjaar, is het risico op slechte klinische uitkomsten meer dan 10 keer verhoogd [1]. Plaque die myocardiale ischemie of acuut coronair syndroom (ACS) kan veroorzaken, wordt gekarakteriseerd door de aanwezigheid van een lipide-rijke necrotische kern, weinig verkalking en extrinsieke plaque hermodellering [2]. Deze kenmerking kan worden gekwantificeerd met behulp van CT angiografie (CTA), wat klinische uitkomsten kan voorspellen. Er worden echter, naast het meten van coronair arterie calcium (CAC), weinig andere bepalingen gedaan om subklinisch CAD te bepalen [3,4].
 
Om te bepalen of een voorgeschiedenis van CAD geassocieerd is met specifieke kenmerken van coronaire atherosclerose, werd in deze studie bij 88 familieleden met geschiedenis van vroege CAD (voor 40e jaar) de hoeveelheid en compositie van plaque bepaald met behulp van CTA. Dit werd vergeleken met die van 88 symptomatische controlepersonen die klaagden over atypische angina of niet-anginale pijn op de borst.
 

Belangrijkste resultaten

  • Achtentwintig familieleden (32%) hadden meerdere aangedane eerstegraads familieleden met vroeg ontstaan van CAD. Personen met familiaire hypercholesterolemie werden geëxcludeerd. Alle andere patiënteigenschappen waren vergelijkbaar tussen de groepen.
  • Gebaseerd op de systematische coronaire risico-evaluatie (SCORE) hadden 42 (48%) personen een laag risico (<1% 10-jarig risico op een fataal CV event), 42 (48%) een gemiddeld risico (1-4% 10-jaars risico), terwijl 1 (1%) en 3 (3%) respectievelijk een hoog risico (5-9% 10-jaars risico) en zeer hoog risico (≥10% 10-jaars risico) hadden.
  • Bij controlepersonen was de mediane pre-test waarschijnlijkheid voor obstructief CAD 25% (IQR 14-38%).
  • De prevalentie CAD was hoger bij familieleden dan bij controlepersonen; respectievelijk 62 (70%) versus 45 (51%, P=0.016).
  • Bij familieleden was de Agatston score hoger en was CAD vaker geassocieerd met de aanwezigheid van obstructieve laesies en proximale locaties dan bij controlepersonen.
  • Het totale plaquevolume, totale plaquelengte en volume van verkalkte plaque (CP), totaal niet-verkalkte plaque (NCP) en totaal lage-dichtheid NCP (LD-NCP) waren significant hoger bij familieleden.
  • Familieleden hadden meer kans op 1 of meer plaquevormingen met positieve hermodellering (ruwe OR 2.4, 95% CI 1.3-4.5, P=0.004), gecorrigeerde OR 4.2, 95% CI 1.2-14.0, P=0.021) alsmede 1 of meer plaques met LD-NCP (ruwe OR 2.5, 95% CI 1.3-5.0, P=0.008, gecorrigeerde OR 4.2, 95% CI 1.9-9.5, P=0.001).

Conclusie

Gezonde familieleden van patiënten met CAD voor het 40ste levensjaar hebben vaker coronaire plaque en vertonen meer ongunstige kenmerken van plaque dan symptomatische patiënten zonder familievoorgeschiedenis. Deze resultaten kunnen er voor zorgen dat de erfelijkheid van CAD beter begrepen wordt.
 

Redactioneel commentaar [5]

In dit redactioneel commentaar merken Khera en Joshi op dat: ‘Een belangrijke toevoeging van deze studie was dat er verder gekeken werd dan het kwantificeren van verkalkte en niet-verkalkte plaque, maar ook om additionele hoog-risico parameters van plaquecompositie en vaateigenschappen te onderzoeken.’ Ze wijzen ook op enkele limiterende punten in de studie:
  • Bias van de studieresultaten door de selectie van een symptomatische controlegroep.
  • De afkapwaarde van 40 jaar is aanzienlijk laag en niet de standaard grensleeftijd.
  • De diagnostische criteria gebruikt voor het excluderen van familiaire hypercholesterolemie worden niet gegeven.
  • Een derde van de familieleden hadden meer dan 1 familielid met zeer vroege CAD.
De auteurs concluderen: ‘Of het toevoegen van coronaire CTA informatie, inclusief markers van kwetsbare plaque zoals LD-NCP of positieve hermodellering, nu iets bijdragen aan de prognostische waarde van CHD risicobepaling in personen met een familiegeschiedenis met CHD, blijft onbeantwoord in deze studie. Maar, de studie draagt zeker bij aan het beeld dat onderliggend is aan familiegeschiedenis met CHD.’
 
Vind deze publicatie online op JACC Cardiovasc Imaging
 

Referenties

1. Rissanen AM. Familial occurrence of coronary heart disease: effect of age at diagnosis. Am J Cardiol 1979;44:60–6.
2. Dey D, Achenbach S, Schuhbaeck A, et al. Comparison of quantitative atherosclerotic plaque burden from coronary CT angiography in patients with first acute coronary syndrome and stable coronary artery disease. J Cardiovasc Comput Tomogr 2014;8:368–74.
3. Motoyama S, Ito H, Sarai M, et al. Plaque characterization by coronary computed tomography angiography and the likelihood of acute coronary events in mid-term follow-up. J Am Coll Cardiol 2015;66:337–46.
4. Park H-B, Heo R, ó Hartaigh B, et al. Atherosclerotic plaque characteristics by CT angiography identify coronary lesions that cause ischemia: a direct comparison to fractional flow reserve. J Am Col Cardiol Img 2015;8:1–10.
5. Khera A, Joshi P. What’s a Malignant Family History? You’ll Know It When You See It. J Am Coll Cardiol Img 2017; published online ahead of print