Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Dosisresponsrelatie tussen lichaamsbeweging, BMI en risico op hartfalen

Pandey A et al., J Am Coll Cardiol 2017

Relationship Between Physical Activity, Body Mass Index, and Risk of Heart Failure


Pandey A, LaMonte M, Klein L, et al.
J Am Coll Cardiol 2017;69:1129–42
 

Achtergrond

Grote gerandomiseerde studies die uiteenlopende behandelingen evalueerden is het niet gelukt om klinische uitkomsten te verbeteren voor patiënten met HFpEF, wat het belang van primaire preventie van deze conditie onderstreept [1,2]. Lichaamsbeweging in de vrije tijd (leisure-time physical activity, LTPA) en obesitas zijn belangrijke risicofactoren voor het ontwikkelen van HF [3,4]. De bijdrage van verschillende doseringen LTPA en niveaus van BMI aan verschillende HF subtypes is echter onduidelijk en optimale doelstellingen zijn onbekend.
In deze studie werden de dosisresponsrelaties tussen TLPA niveaus, BMI en risico op HFpEF en HFrEF bepaald, door gebruik te maken van data op individueel niveau van drie prospectieve cohortstudies (WHI [Women’s Health Initiative], MESA [Multi-Ethnic Study of Atherosclerosis], en CHS [Cardiovascular Health Study]), met data van 51451 deelnemers.
 

Belangrijkste resultaten

  • Na 645.515 persoonsjaren follow-up, werden 3180 incidente HF events gezien, waarvan 39.4% HFpEF betrof, 28.7% HFrEF, en 31.9% ongeklassificeerd waren.
  • Een consistente, dosisafhankelijke, omgekeerde associatie werd gezien tussen hogere LTPA niveaus en het risico op HF in het algemeen. De associatie was sterker bij hogere niveaus van LTPA, met 11% lager HF risico bij in richtlijnen aanbevolen activiteit (500 to 1,000 MET-min/week) en 22% lager bij hogere dan aanbevolen activiteit (>1,000 MET-min/week).  
  • LTPA bij niveaus >1,000 MET-min/week was geassocieerd met 19% lager risico op HFpEF in het meest gecorrigeerde model.
  • Een dosisafhankelijke omgekeerde associatie werd gezien tussen LTPA niveaus en HFpEF risico (adjusted HR: 0.91; 95% CI: 0.85-0.97).
  • Het verband tussen LTPA en HFrEF risico was niet statistisch significant (adj HR: 0.95; 95% CI: 0.89 - 1.02).
  • De cumulatieve incidentie van HFpEF was significant hoger in hogere BMI categorieën boven de normale range (p log-rank < 0.0001), terwijl de cumulatieve incidentie van HFrEF in hogere BMI categorieën niet significant verschilde (Plog-rank = 0.154).  
  • Er was een significante, dosisafhankelijke associatie tussen BMI en HFpEF risico. Vergeleken met deelnemers met een normaal gewicht, hadden deelnemers met overgewicht en obesitas klasse I respectievelijk significant 38% en 56% hogere risico’s op HFpEF.
  • Extreem obese deelnemers met BMI ≥ 35 kg/m2 hadden het hoogste risico op zowel HFpEF als HFrEF.
  • Er werd een significante associatie tussen de taille-heupomtrek-ratio en risico op HF in het algemeen, HFpEF en HFrEF gezien, onafhankelijk van andere risicofactoren.

Conclusie

In een gepoolde analyse van drie prospectieve cohortstudies, werd een dosisresponsrelatie gezien tussen LTPA, BMI en het risico op HF, met name in HFpEF patiënten. Deze bevindingen suggereren dat adequate LTPA en gepaste BMI controle belangrijk zijn voor preventie van HFpEF.
 

Redactioneel commentaar [5]

In zijn redactioneel commentaar, vat Shah de sterkste punten en beperkingen van de studie van Pandey en collega’s samen. De sterke punten omvatten de grote groepsgrootte en het aantal events, de gebruikte meta-analyse methodologie en categorieën van fysieke activiteit, en exclusie van patiënten die HF ontwikkelden binnen twee jaar na start van de studie. Onder de beperkingen vallen een gebrek aan een causale verklaring voor de bevindingen, het feit dat intensiteit van fysieke activiteit zelfgerapporteerd was, en ontbrekende confounders.
De auteur eindigt met: “Concluderend, Pandey et al., hebben sterk bewijs geleverd dat een gebrek aan fysieke activiteit geassocieerd is met incidente HFpEF. Gezien de kritische noodzaak om te focussen op primaire preventie om HFpEF te beheersen op populatieniveau, het opstapelende bewijs over de schade die een zittende leefstijl toebrengt aan het hart en niet-cardiale organen betrokken bij HFpEF, en het feit dat fysieke inactiviteit een te beïnvloeden risicofactor is met een goedkope behandeling, is de tijd rijp om patiëntgerichte preventieprogramma’s (“huff puff health clubs”) te overwegen als strategie om de HFpEF epidemie in toom te houden.”

 
Vind dit artikel online op J Am Coll Cardiol
 

References

1. Pitt B, Pfeffer MA, Assmann SF, et al. TOPCAT Investigators. Spironolactone for heart failure with preserved ejection fraction. N Engl J Med 2014;370:1383–92.
2. Massie BM, Carson PE, McMurray JJ, et al. I-Preserve Investigators. Irbesartan in patients with heart failure and preserved ejection fraction. N Engl J Med 2008;359:2456–67.
3. Kenchaiah S, Sesso HD, Gaziano JM. Body mass index and vigorous physical activity and the risk of heart failure among men. Circulation 2009;119:44–52.
4. Kenchaiah S, Evans JC, Levy D, et al. Obesity and the risk of heart failure. N Engl J Med 2002;347:305–13.
5. Shah SJ. Sedentary Lifestyle and the Risk for HFpEF Are “Huff-Puff Health Clubs” the Answer? J Am Coll Cardiol 2017;69:1143-6.