Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Revascularisatie van niet-infarctgerelateerde laesies tijdens primaire PCI in STEMI-patiënten

18 mrt. 2017 - nieuws

Fractional Flow Reserve–Guided Multivessel Angioplasty in Myocardial Infarction

Gepresenteerd tijdens ACC.17 door Pieter C Smits
 

Achtergrond

In STEMI-patiënten met meervatslijden wordt de infarctgerelateerde coronaire arterie acuut behandeld met PCI en stentimplantatie, maar de niet-infarctgerelateerde coronaire arterielaesies (non-IRA) niet. Tijdens coronaire angiografie kan de inschatting van de functionele ernst van een laesie leiden tot overbehandeling, met extra kosten en risico’s tot gevolg. De fractionele flow reserve (FFR) wordt gebruikt voor evaluatie van de functionele ernst van coronaire laesies in patiënten met stabiele coronaire arterieziekte. Het kan helpen bij de besluitvorming of een PCI voordeel kan bieden of niet.
In deze COMPARE-ACUTE studie werd FFR gebruikt om behandelbesluiten te begeleiden ten aanzien van de niet-infarctgerelateerde coronaire arterielaesie, in 885 patiënten die presenteerden met STEMI en meervatslijden. In een ratio van 1:2 werden patiënten gerandomiseerd naar acute FFR-geleide complete revascularisatie van non-IRA laesies, of naar IRA-only behandeling plus geblindeerde FFR van non-IRA laesies. Het primaire eindpunt was MACCE, een composiet van cardiale sterfte, myocardinfarct, revascularisatie, beroerte en majeure bloeding.
 

Belangrijkste resultaten

  • Volgens FFR metingen was de verspreiding van significante flow-beperkende laesies in non-IRA vergelijkbaar in de twee groepen.
  • In de complete revascularisatie groep, had 54.1% één of meer laesies in de non-IRA, met een FFR ≤0.80, en ondergingen zij PCI voor deze laesies.
  • In de IRA-only groep had 47.8% één of meer laesies in non-IRA met een FFR ≤0.80.
  • FFR was geassocieerd met twee ernstige complicaties, korte episodes van AV geleidingsvertraging en milde daling van de bloeddruk.
  • Na 1 jaar was het primaire eindpunt opgetreden in 7.8% van de patiënten in de complete revascularisatiegroep en in 20.5% van de patiënten in de IRA-only groep (HR: 0.35; 95% CI: 0.22 - 0.55; P<0.001).
  • De HRs voor de vergelijking van de individuele componenten van het composiet eindpunt in de twee groepen waren als volgt: sterfte door alle oorzaken: 0.80; 95% CI: 0.25 - 2.56; P = 0.70; niet-fatale re-infarct: 0.50; 95% CI: 0.22 - 1.13; P = 0.10; revascularisatie: 0.32; 95% CI: 0.20 - 0.54; P<0.001.
  • Vooraf gespecificeerde subgroup vergelijkingen lieten een significant lagere MACCE frequentie onder patiënten met behandelde laesies zien ten opzichte van patiënten met onbehandelde laesies met FFR ≤0.80 (8.9% vs. 30.7%; P<0.001).

Conclusie

In STEMI-patiënten met meervatslijden verminderde FFR-geleide complete revascularisatie van niet-infarctgerelateerde laesies in de acute fase van primaire PCI het risico op een samengesteld CV eindpunt, ten opzichte van behandeling van alleen het infarctgerelateerde vat. Deze bevindingen suggereren dat FFR nuttig kan zijn om te besluiten of non-IRA heropend moeten worden in de acute STEMI setting, of niet.
 
 
Deze studie werd vandaag in NEJM gepubliceerd

- Onze berichtgeving is gebaseerd op de op het ACC-congres verstrekte informatie –
Het ACC journaal 2017 wordt mogelijk gemaakt door Amgen en Novartis.