Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Veiligheid van NOAC in plaats van aspirine in ACS-patiënten

18 mrt. 2017 - nieuws

Clinically significant bleeding with low-dose rivaroxaban versus aspirin, in addition to P2Y12 inhibition, in acute coronary syndromes (GEMINI-ACS-1): a double-blind, multicentre, randomised trial

Gepresenteerd tijdens ACC.17 door Magnus E Ohman
 

Achtergrond

Duale antiplaatjestherapie (DAPT) is de hoeksteen van de behandeling van ACS en wordt aanbevolen door richtlijnen voor post-ACS behandeling. Ondanks optimale DAPT krijgt ongeveer 10% van de ACS-patiënten te maken met recidief ischemische events. Toevoeging van bepaalde antistollingsmiddelen aan DAPT leidt tot verdere daling van ischemische events in deze setting, met 3 à 4 keer zo veel kans op ernstige bloedingen. Studies die patiënten includeerden met een indicatie voor volledige dosering orale antistolling die PCI moeten ondergaan, deden echter vermoeden dat het weglaten van aspirine niet geassocieerd was met een stijging van ischemische events, maar met een lager risico op ernstige bloedingen.
In deze EINSTEIN CHOICE studie, werd de veiligheid van een lage dosering van het orale anticoagulans rivaroxaban, een directe factor Xa remmer, vergeleken met aspirine, in aanvulling op een P2Y12 remmer, in 3037 post-ACS patiënten.
 

Belangrijkste resultaten

  • De gemiddelde duur van behandeling met geblindeerde studiedrug was 291 dagen (IQR: 239-354) en de mediane duur van follow-up was 326 dagen (IQR: 284-383).
  • Prematuur stoppen met behandeling werd gezien in 11% van patiënten op rivaroxaban vs. 13% op aspirine. Vroeg stoppen met P2Y12 remmende therapie was 4.4% in de algemene populatie.
  • 49% van de patiënten presenteerde met STEMI, 40% met NSTEMI, en 11% met instabiele angina. 87% van de patiënten werd behandeld met PCI voor index ACS voor randomisatie.
  • Het primaire eindpunt van TIMI non-CABG klinisch significante bloeding trad op in 5% van de patiënten op rivaroxaban en 5% op aspirine (HR: 1.09; 95% CI: 0.80–1.50; P=0.5840). Het meest voorkomende type bloeding was TIMI bloeding die medische aandacht behoeft (4% in de rivaroxabangroep en 4% in de aspirinegroep), met een lage frequentie ernstige of majeure bloeding events volgens TIMI bloedingdefinities.
  • Gebruikmakend van de ISTH definitie voor majeure bloedingen, werd een hogere frequentie van bloedingen opgemerkt met rivaroxaban ten opzichte van aspirine (2% vs. 1%, P=0.0420), maar er was geen verschil op basis van GUSTO of BARC bloedingdefinities, ongeacht ernst.
  • De frequentie van het samengestelde eindpunt van CV sterfte, MI, beroerte of definitieve stenttrombose was 5% in beide groepen (HR: 1.06; 95% CI: 0.77–1.46; P=0.7316).

Conclusie

Deze veiligheidsstudie naar rivaroxaban vs. aspirine, bovenop P2Y12 behandeling in ACS-patiënten, liet zien dat dit duale antitrombotische regime een vergelijkbaar risico gaf op klinisch significante bloeding. Deze bevindingen suggereren dat het vervangen van aspirine door lage dosering rivaroxaban een veilige optie is in deze post-ACS setting.
 
Dit artikel werd vandaag gepubliceerd in The Lancet
 
- Onze berichtgeving is gebaseerd op de op het ACC-congres verstrekte informatie –
Het ACC journaal 2017 wordt mogelijk gemaakt door Amgen en Novartis.