Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Factor Xa remmer effectiever dan aspirine voor lange termijn preventie van recidief VTE

19 mrt. 2017 - nieuws

Rivaroxaban or Aspirin for Extended Treatment of Venous Thromboembolism

Gepresenteerd tijdens ACC.17 door Philip S. Wells
 

Achtergrond

In patiënten zonder reversibele risicofactoren kan het risico op recidief veneuze trombo-embolie (VTE) oplopen tot 10% in het eerste jaar wanneer antistolling wordt gestopt. Richtlijnen bevelen het gebruik van directe orale anticoagulantia, zoals rivaroxaban, aan voor ten minste 3 maanden voor preventie van VTE in hoog-risico patiënten. In de klinische praktijk leiden zorgen over bloedingen echter vaak tot aarzeling om antistollingstherapie voort te zetten na 6-12 maanden.
Lagere dosering antistollingstherapie, of aspirine in plaats van een anticoagulans, zou dit bloedingsrisico kunnen verminderen. Head-to-head vergelijking is nodig om de relatieve effectiviteit en veiligheid van deze benaderingen vast te stellen.
In deze EINSTEIN CHOICE studie werden de effectiviteit en veiligheid van twee doseringen rivaroxaban (10 mg of 20 mg eenmaal daags) en van aspirine bepaald in 3365 patiënten met VTE, die 6-12 maanden antistollingstherapie hadden voltooid en voor wie de noodzaak van voortzetting van antistolling onduidelijk was. Het primaire effectiviteitseindpunt was symptomatische recidief VTE (niet-fatale DVT of PE, fatale PE, of onverklaarde dood waarbij PE niet uitgesloten kan worden).
 

Belangrijkste resultaten

  • Een primaire eindpunt event trad op in 1.5% van de patiënten op 20 mg rivaroxaban en in 1.2% van de patiënten die 10 mg kregen, ten opzichte van 4.4% van de patiënten op aspirine.
  • Fatale VTE trad op in 0.2% van patiënten in de 20 mg groep, in geen van de patiënten in de 10 mg rivaroxaban groep, en in 0.2% van de patiënten in de aspirinegroep.
  • Beide doseringen rivaroxaban waren superieur aan aspirine ten aanzien van het primaire effectiviteitseindpunt (HR voor 20 mg rivaroxaban vs. aspirine: 0.34; 95% CI: 0.20 - 0.59; HR voor 10 mg rivaroxaban vs. aspirine: 0.26; 95% CI: 0.14 - 0.47; P<0.001 voor beide).
  • De HR voor de vergelijking tussen de 20 mg en 10 mg rivaroxaban regimes was 1.34 (95% CI: 0.65 - 2.75; P = 0.42).
  • Frequenties van recidieven in patiënten van wie het index event was uitgelokt of niet uitgelokt waren lager in zowel de 20 mg groep (respectievelijk 1.4% en 1.8%) als de 10 mg groep (respectievelijk 0.9% en 1.5%) ten opzichte van de aspirinegroep.
  • Majeure bloeding trad op in 0.5% van de patiënten in de 20 mg groep en in 0.4% van de patiënten in de 10 mg groep, ten opzichte van 0.3% in de aspirinegroep.
  • MI, beroerte of systemische embolie kwam voor in 0.3% in de 20 mg rivaroxabangroep, in 0.4% in de 10 mg groep en in 0.6% van de patiënten op aspirine.
  • De frequentie van sterfte door alle oorzaken was 0.7% en 0.2% in respectievelijk de 20 mg en 10 mg groepen, ten opzichte van 0.6% in de aspirinegroep.
 

Conclusie

Rivaroxaban, in zowel een therapeutische (20 mg) als een tromboprofylactische (10 mg) dosering, was effectiever dan aspirine in de preventie van recidief VTE in patiënten voor wie onduidelijkheid bestond over het voordeel van voortzetting van antistolling. Bloedingsfrequenties waren vergelijkbaar tussen alle behandelgroepen.
Tijdens de persconferentie concludeerde dr. Wells dat deze data aantonen dat er geen rol is voor aspirine in de verlengde fase van preventie van recidief VTE.
 
 
Dit artikel werd gisteren gepubliceerd in NEJM

- Onze berichtgeving is gebaseerd op de op het ACC-congres verstrekte informatie –
Het ACC journaal 2017 wordt mogelijk gemaakt door Amgen en Novartis.