Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Real-world data bevestigen CV voordeel van SGLT2-remmers in diabetespatiënten

19 mrt. 2017 - nieuws

Lower Rates of Hospitalization for Heart Failure and All-Cause Death in New Users of SGLT-2 Inhibitors: The CVD-REAL Study

Gepresenteerd tijdens ACC.17 door Mikhail Kosiborod 
 

Achtergrond

De EMPA-REG OUTCOME studie liet een daling van hospitalisatie voor HF (HHF) en sterfte door alle oorzaken zien met behandeling met empagliflozine, een sodium-glucose co-transporter-2 remmer (SGLT-2i), in patiënten met T2DM en CVD, met een hoog risico voor CVD complicaties, inclusief HF.
Het is echter niet duidelijk of de geobserveerde voordelen stof-specifiek zijn, of dat ze een klasse-effect weerspiegelen. Bovendien is onbekend of de geobserveerde effecten ook van toepassing zijn op een T2DM populatie met een breder CV risicoprofiel in de dagelijkse klinische praktijk.
In deze studie, werd het risico op HF hospitalisatie (HHF) geëvalueerd in patiënten met T2DM die net starten met SGLT-2i vs. andere orale glucoseverlagende middelen (oGLDs). Bovendien werd het risico op sterfte door alle oorzaken, evenals het risico op sterfte door alle oorzaken plus HHF vergeleken tussen de twee behandelgroepen. Hiervoor werd gebruik gemaakt van gezondheidsdossiers uit 6 landen, met data van 1.299.915 patiënten. De bestudeerde SGLT2-remmers waren canagliflozine, dapagliflozine en empagliflozine. Een meta-analyse-benadering werd gebruikt, waarin hazard ratio’s van ieder land werden gepoold om samenvattende gewogen puntschattingen te verkrijgen, met 95%CI.
 

Belangrijkste resultaten

  • De frequentie van HHF was lager in patiënten op SGLT2i ten opzichte van oGLDs (HR: 0.61; 95% CI: 0.51-0.73; P<0.001).
  • In een sensitiviteits on-treatment analyse, na correctie voor geschiedenis met HF of MI of AF, leeftijd, sekse, frailty, hypertensie, obesitas/BMI, duur van DM, ACEi of ARB of bètablokker of alfa-blokker of Ca+-kanaalblokker of lisdiuretica of thiazidediuretica therapie, was de frequentie van HHF nog steeds lager in patiënten op SGLT-2i's ten opzichte van oGLDs (HR: 0.61; 95% CI: 0.53-0.69; P<0.001).
  • De ongecorrigeerde frequentie van sterfte door alle oorzaken pakte ook positief uit voor SGLT-2i therapie vs. oGLD (HR: 0.49; 95% CI: 0.41-0.57; P<0.001).
  • De ongecorrigeerde frequentie van sterfte door alle oorzaken plus HHF was lager in patiënten op SGLT-2i's ten opzichte van oGLDs (HR: 0.54; 95% CI: 0.48-0.60; P<0.001).
 

Conclusie

In een grote real-world studie in zes landen en in een brede populatie T2DM-patiënten was behandeling met SGLT2-remming in vergelijking met oGLDs geassocieerd met significante daling van ziekenhuisopname voor HF, sterfte door alle oorzaken, en de combinatie van beide eindpunten.
Het geobserveerde CV voordeel lijkt klassegerelateerd te zijn. Gezien de brede patiëntenpopulatie met T2DM in de eerste lijn, kan dit voordeel mogelijk geëxtrapoleerd worden naar de dagelijkse klinische praktijk. Aangezien de meerderheid (87%) van de patiënten niet bekend was met CV ziekte, gelden deze voordelen mogelijk ook voor diegenen aan de lagere kant van het risicospectrum.
Er werd geen significante heterogeniteit gezien tussen de landen, ondanks geografische verschillen in gebruik van specifieke SGTL2-remmers (met name canagliflozine in de VS en dapagliflozine in andere landen).  

- Onze berichtgeving is gebaseerd op de op het ACC-congres verstrekte informatie –
Het ACC journaal 2017 wordt mogelijk gemaakt door Amgen en Novartis.