Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Geen overtuigende aanwijzing voor meetbare verbale of nonverbale geheugenproblemen met statine

22 mrt. 2017 - nieuws

The Effect of High-Dose Atorvastatin on Neural Activity and Cognitive Function

Gepresenteerd tijdens ACC.17 door Beth Taylor
 

Achtergrond

Milde klachten over het centraal zenuwstelsel (CZS) zijn de tweede meest gerapporteerde bijwerkingen van statines. In 2012 voegde de FDA het risico op nadelige cognitieve effecten toe aan het label van alle statines. Studiebevindingen waren echter niet overtuigend, mogelijk omdat observationele studies vatbaar zijn voor voorschrijf-bias of omdat traditionele cognitieve testen kleine effecten opleveren.
Deze studie beoogde het effect van een statine op cognitie te onderzoeken in een gerandomiseerde klinische trial, gebruikmakend van een batterij aan van standaard papier-gebaseerde neuropsychologische testen en een zelf-gerapporteerde cognitieve failures vragenlijst (CFQ). Bovendien werd neurale activatie met fMRI tijdens twee taken geanalyseerd (visuele figuur-geheugentaak en de verbale Sternberg werkgeheugentaak).
Patiënten van 20 jaar en ouder werden gerecruteerd in een lopende RCT. De Statins On Skeletal Muscle Performance (STOMP) was opgezet om de incidentie van spierbijwerkingen te bepalen in 420 gezonde, statine-naïeve volwassenen, die gedurende 6 maanden werden behandeld met dagelijks 80 mg atorvastatine of placebo. Cognitieve testen werden uitgevoerd na 6 maanden behandeling. De testen werden herhaald nadat deelnemers twee maanden met de behandeling waren gestopt.
 

Belangrijkste resultaten

  • Minimale effecten van behandeling werden gezien op neuropsychologische testscores: in een test naar auditief geheugen, waren scores voor totale en vertraagde herinnering in beide groepen verbeterd na stoppen met medicatie. In de placebogroep was de prestatie in de Stroop kleur-woord score (meet aandacht, redenatie en executive functioning) hoger en de score voor de 18-pounts kloktest (evalueert milde cognitieve stoornis) nam af met stoppen met medicatie.
  • Er werden geen verschillen gezien in de CFQ scores op basis van totale score, frequentie van score, of domein (geheugen, afleidbaarheid, blunders en namen).
  • 42 Deelnemers op placebo en 35 op atorvastatine werden geïncludeerd in de fMRI analyse. In de figuur-geheugentaak werd een groep x tijd interactie gezien in bilaterale paracentrale lobule/precuneus tijdens de encoderende fase. Deelnemers op atorvastatine hadden meer blood oxygen level dependent (BOLD) respons dan deelnemers op placebo tijdens behandeling, maar na het stoppen was hun BOLD respons lager. Geen van de groepen liet een significante verandering in BOLD respons zien tussen de scans.
  • In de Sternberg taak werd een groep x tijd interactie gezien in het rechter putamen, doorlopend tot in de rechter globus pallidus, tijdens de vasthoud-fase. Deelnemers op atorvastatine lieten minder BOLD respons zien tijdens behandeling, maar meer na washout van de behandeling. De atorvastatinegroep liet een tendens zien richting een toename van BOLD respons tussen de scans, hetgeen niet werd gezien in de placebogroep. Geen groep x tijd effecten werden gezien tijdens de encoderende en de terughaal-fase.
  • Geen significante verschillen werden gezien in neuropsychologische testen die visueel geheugen, algemene cognitieve functie en neuronale stoornissen, manuele dexteriteit of werkgeheugen evalueerden.

Conclusie

Deze studie laat weinig verschillen tussen behandelgroepen in gestandaardiseerde neuropsychologische testen zien, hetgeen overeenkomt met grote klinische studies.
Casusbesprekingen van achteruitgang van het geheugen met statinetherapie worden nog steeds gepubliceerd, en patiënten rapporteren cognitieve bijwerkingen als de belangrijkste oorzaak van statine-intolerantie. Het is tot nog toe onduidelijk of dit een gevolg is van een nocebo-effect. Methodologische problemen (kleine effectgrootte, leer-/oefeneffect) kunnen ook een rol spelen.
Deze studie was de eerste die effecten van statines op het ZNS met fMRI onderzocht. Er werd geen overtuigend bewijs gevonden van meetbare verbale of nonverbale geheugenstoornissen als gevolg van statinebehandeling. De meeste regionale netwerken werden op vergelijkbare wijze geactiveerd in beide groepen. Deelnemers op atorvastatine lieten kleine maar significant veranderde patronen van neurale activatie zien tijdens vs. na statine, ten opzichte van deelnemers op placebo. De klinische betekenis van deze bevindingen zijn onbekend en vragen om verdere klinische studie.
 
- Onze berichtgeving is gebaseerd op de op het ACC-congres verstrekte informatie –
Het ACC journaal 2017 wordt mogelijk gemaakt door Amgen en Novartis.