Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Real-world data PCSK9 remmers tonen LDL-c reducties vergelijkbaar met in RCTs, maar meer bijwerkingen

Galema-Boers JMH, et al, J Clin Lipidol 2017

Proprotein convertase subtilisin / Kexin 9 inhibition in patients with Familial Hypercholesterolemia: initial clinical experience


Galema-Boers JMH, Lenzen MJ, Sijbrands EJ and Roeters van Lennep JE
J Clin Lipidol 2017; 11(3):674-681
 

Achtergrond

Op tijd beginnen met lipidenverlagende therapie, gecombineerd met het aanpassen van leefstijl, is zeer effectief voor preventie van cardiovasculaire ziekte (CVD) bij patiënten met familiare hypercholesterolemie (FH) [1-3]. Naast statines en ezetimibe kunnen nu ook PCSK9 remmers gebruikt worden bij patiënten met hoog-risico die hun LDL-c target niet halen ondanks maximale therapie. PCSK9 remmers evolocumab en alirocumab bereikten beiden een LDL-c reductie tot 60% en werden over het algemeen goed getolereerd [4-7].
 
Deze studie werd uitgevoerd om de effectiviteit en bijwerkingen van PCSK9 remmers bij FH-patiënten te bestuderen in een real-world setting, in tegenstelling tot in klinische studies, en werd gebaseerd op initiële klinische ervaringen. 52 Patiënten ontvingen iedere 2 weken subcutaan 140 mg evolocumab (heFH) of iedere 2 weken subcutaan 420 mg (hoFH), en 31 patiënten ontvingen iedere 2 weken 75 of 150 mg alirocumab (heFH).
 

Belangrijkste resultaten

  • 5% van de patiënten was homozygoot voor FH en 60% had voorgeschiedenis met CVD. Andere cardiovasculaire risicofactoren kwamen frequent voor (66% overgewicht, 40% hypertensie, 15% diabetes mellitus), maar slechts 5% rookte. 71% gebruikte statines in combinatie met ezetimibe en 49% van de statinegebruikers kreeg hoge-intensiteit statines. Op baseline was het gemiddelde LDL-c 6.9±2.3 mmol/L.
  • PCSK9 remming resulteerde in een gemiddelde LDL-c verlaging van 55%±21%; bij heFH 56%±20% en bij hoFH 38%±32%. Er was geen verschil in LDL-c reductie tussen evolocumab en alirocumab. Genetische heFH-patiënten hadden minder LDL-c afname dan degenen met klinische heFH (53% vs. 67%, P<0.001).
  • Drie hoFH-patiënten hadden minimaal 1 verstorende LDLR-mutatie en hadden 50% LDL-c reductie, terwijl 1 hoFH-patiënt met een mutatie waarvan het effect op LDLR-activiteit onbekend was, geen LDL-c afname had.
  • Statine-intolerante patiënten hadden minder LDL-c afname dan patiënten die PCSK9 remmers bovenop statinetherapie gebruikten (47% vs 58%, P=0.03).
  • Het behandeldoel van ≤2.5 mmol/L werd bereikt bij 55% van de patiënten zonder CVD en het behandeldoel van ≤1.8 mmol/L werd bereikt bij 60% van de patiënten die bekend waren met CVD. In totaal waren 58% van de patiënten on-target na PCSK9 therapie.
  • Veertien patiënten (17%) bereikten zeer lage LDL-c niveaus (<1.0 mmol/L). Aan de andere kant was 11% hypo- of non-responder.
  • Geen van de patiënten had problemen met de auto-injector. Alle patiënten waren therapietrouw en 2 patiënten rapporteerden technische problemen.
  • Na gemiddeld 6 weken rapporteerde 39% van de patiënten 1 of meer bijwerkingen. De meeste waren griepachtige verschijnselen in de eerste dagen na toediening en abdominale symptomen. 10% rapporteerde neurologische symptomen.
  • Statine-intolerante patiënten hadden significant minder bijwerkingen (21 vs 46%, P=0.05) dan patiënten die statines gebruikten.
  • 13% had 1 of meer reactie op de plaats van injectie en 8% stopte met de behandeling.
 

Conclusie

PCSK9 remmers toonden in real-world setting LDL-c reducties die vergelijkbaar waren met gerandomiseerde klinische studies. Bijwerkingen, met name griepachtige verschijnselen, kwamen echter vaker voor, alsmede reacties op de plaats van injectie. Deze resultaten benadrukken het belang van het opzetten van klinische registers om lange termijn effectiviteit en bijwerkingen van PCSK9 remmers buiten gerandomiseerde klinische studies te monitoren.
 
Vind deze publicatie online op J Clin Lipidol
 

Referenties

2. Smilde TJ, van Wissen S, Wollersheim H, Trip MD, Kastelein JJ, Stalenhoef AF. Effect of aggressive versus conventional lipid lowering on atherosclerosis progression in familial hypercholesterolaemia (ASAP): a prospective, randomised, double-blind trial. Lancet. 2001;357:577-581.
3. Versmissen J, Oosterveer DM, Yazdanpanah M, et al. Efficacy of statins in familial hypercholesterolaemia: a long term cohort study. Brit Med J. 2008;337:a2423.
4. Kastelein JJ, Robinson JG, Farnier M, et al. Efficacy and safety of alirocumab in patients with heterozygous familial hypercholesterolemia not adequately controlled with current lipid-lowering therapy: design and rationale of the ODYSSEY FH studies. Cardiovasc. Drugs Ther. 2014;28:281-289.
5. Ginsberg HN, Rader DJ, Raal FJ, et al. Efficacy and Safety of Alirocumab in Patients with Heterozygous Familial Hypercholesterolemia and LDL-C of 160 mg/dL or Higher. Cardiovasc. Drugs Ther. 2016;30:473-483.
6. Sabatine MS, Giugliano RP, Wiviott SD, et al. Efficacy and safety of evolocumab in reducing lipids and cardiovascular events. N. Engl. J. Med. 2015;372:1500-1509.
7. Stein EA, Giugliano RP, Koren MJ, et al. Efficacy and safety of evolocumab (AMG 145), a fully human monoclonal antibody to PCSK9, in hyperlipidaemic patients on various background lipid therapies: pooled analysis of 1359 patients in four phase 2 trials. Eur. Heart J. 2014;35:2249-2259.