Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Risicostratificatie van diabetespatiënten beter door SBP variabiliteit

Ohkuma T et al., Hypertension 2017

Prognostic Value of Variability in Systolic Blood Pressure Related to Vascular Events and Premature Death in Type 2 Diabetes Mellitus: The ADVANCE-ON Study

 
Ohkuma T, Woodward M, Jun M, et al.
Hypertension. 2017;70: published online ahead of print
 

Achtergrond

Alle CVD risicoscores bevatten een bloeddrukcomponent die gevoelig is voor variabiliteit tussen de bezoeken (visit-to-visit variabiliteit: VVV) [1,2]. Bovendien is verhoogde BP variabiliteit op zichzelf al een risicofactor voor macrovasculaire en microvasculaire events en sterfte, onafhankelijk van andere risicofactoren [3].
In deze analyse van de ADVANCE studie werden de impact van SBP variabiliteit en het voorspellend vermogen ervan voor vasculaire complicaties en sterfte bepaald in T2DM patiënten. Het primaire eindpunt was de samenstelling van myocardinfarct, beroerte, CV sterfte, sterfte door nierziekte of sterfte door alle oorzaken.
 

Belangrijkste resultaten

  • Tijdens een mediane duur van 7.6 jaar follow-up, ontwikkelden 1476 patiënten een majeur macrovasculair event, 122 maakten een ernstig nier-event door en er waren 1550  sterfgevallen.
  • Het risico op het primaire eindpunt nam log-lineair toe met stijgende SBP SD na correctie voor gemiddelde SBP en andere CV risicofactoren (P-trend: <0.001). Het hoogste tiende deel was geassocieerd met 39% hoger risico op het eindpunt, vergeleken met het laagste tiende deel (HR: 1.39; 95% CI: 1.15–1.69).
  • Vergelijkbare statistisch significante gecorrigeerde trends werden gezien voor sterfte door alle oorzaken (P-trend: <0.001) en majeure macrovasculaire events (P-trend=0.007). De corresponderende HRs voor hoogste vs. laagste tiende deel waren respectievelijk 1.67 (95% CI: 1.31–2.14) en 1.17 (95% CI: 0.92–1.49).
  • Na correctie voor gemiddelde SBP en andere CV risicofactoren, was er geen statistisch significante tendens in het risico op ofwel CV sterfte of ernstige nierevents (P: 0.07 en P=0.11). In beide gevallen werd een significant verschil gezien tussen de extreme tiende delen: de HRs waren respectievelijk 1.53 (95% CI: 1.001–2.33) en 2.97 (95% CI: 1.10–8.01).
  • Voor MI en beroerte was er geen bewijs voor een trend (P 0.13 en P=0.33), noch een verschil in het risico tussen de bovenste en de onderste 10% van SDs respectievelijk (HR: 1.08; 95% CI: 0.72–1.63, en 1.08; 95% CI: 0.77–1.53).
  • Voor het primaire eindpunt verbeterde toevoeging van de SBP SD aan het model met traditionele CV risicofactoren, inclusief SBP, de C-statistiek significant (van 0.6459 tot 0.6499; P=0.003).
  • Voor macrovasculaire ziekte en sterfte was het onderscheidend vermogen van events significant beter na toevoeging van SBP SD aan het model.
  • Voor ernstige nierziekte veranderde de C-staties niet significant door toevoeging van SBP SD.

Conclusie

In diabetespatiënten bleek SBP visit-to-visit-variabiliteit een onafhankelijke voorspeller van vasculaire complicaties en sterfte, hetgeen het voorspellend vermogen van traditionele risicofactoren verbetert, ook als gemiddelde SBP daar al bij zit. Deze resultaten ondersteunen het gebruik van SBP variabiliteit voor individuele risicostratificatie, en ze doen vermoeden dat vermindering van SBP variabiliteit een belangrijk therapeutisch doelwit kan zijn in deze patiënten.
 
Find this article online at Hypertension
 

References

1. Kannel WB, McGee D, Gordon T. A general cardiovascular risk profile: the Framingham Study. Am J Cardiol. 1976;38:46–51.
2. Ueda P, Woodward M, Lu Y, et al. Laboratory-based and office-based risk scores and charts to predict 10-year risk of cardiovascular disease in 182 countries: a pooled analysis of prospective cohorts and health surveys. Lancet Diabetes Endocrinol. 2017;5:196–213.
3. Hata J, Arima H, Rothwell PM, et al; ADVANCE Collaborative Group. Effects of visit-to-visit variability in systolic blood pressure on macrovascular and microvascular complications in patients with type 2 diabetes mellitus: the ADVANCE trial. Circulation. 2013;128:1325–1334.