Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Frequentie en duur van tanden poetsen geassocieerd met endotheelfunctie

Matsui S et al., Int J Cardiol 2017

Decreased frequency and duration of tooth brushing is a risk factor for endothelial dysfunction

 
Matsui S, Kajikawa M, Maruhashi T, et al.
Int J Cardiol 2017;241:30–34
 

Introductie en methoden

Parodontale ziekte is in verband gebracht met een verhoogd risico op CV en cerebrovasculaire ziekte, aangezien het lokale en systemische inflammatie en atherogenese kan stimuleren [1,2]. Het is aangetoond dat een lagere tandenpoetsfrequentie onafhankelijk geassocieerd is met endotheeldysfunctie [3]. Het is echter onduidelijk of de duur van het tandenpoetsen naast de frequentie ook een rol speelt in deze context.
In deze studie werd de relatie van methoden van tandenpoetsen met vasculaire functie geëvalueerd, in 896 individuen, die werden verdeeld in drie groepen op basis van hun poetsgedrag:
- lage frequentie en korte duur: < 2x/dag en <2 min/keer
- lage frequentie of korte duur: < 2x/dag of  <2 min/keer
- niet-lage frequentie en niet-korte duur: ≥ 2x/dag en ≥2 min/keer.
Mondgezondheid en poetsgedrag werden door de deelnemers zelf gerapporteerd middels een vragenlijst. Vasculaire functie werd gemeten met flow-gemedieerde vasodilatatie (FMD) en nitroglycerine-geïnduceerde vasodilatatie in de brachiale arterie met hoge resolutie echo [4,5].
 

Belangrijkste resultaten

  • Significante verschillen werden gezien tussen de groepen in baseline-eigenschappen, namelijk in leeftijd, geslacht, SBP, hs-CRP, en prevalentie van hypertensie, DM, hyperuricemie, en rookgeschiedenis. De groep die het vaakst en het langst poetst liet significant lagere hs-CRP zien dan de andere twee groepen.
  • FMD was significant lager in de lage frequentie en korte duur-groep ten opzichte van diegenen met lage frequentie of korte duur (3.1% ± 2.7% vs. 4.2% ± 3.1%; P = 0.001), en in vergelijking met de niet-lage frequentie en niet-korte duur groep (3.1% ± 2.7% vs. 4.7% ± 3.1%; P < 0.001).
  • Er was geen significant verschil in FMD tussen de lage frequentie of korte duur-groep en de niet-lage frequentie en niet-korte duur groep.
  • Nitroglycerine-geïnduceerde vasodilatatie was niet significant anders in de lage frequentie en korte duur-groep ten opzichte van de lage frequentie of korte duur-groep (11.9% ± 6.3% vs. 11.4% ± 6.5%), en in vergelijking met de niet-lage frequentie en niet-korte duur-groep (11.9% ± 6.3% vs. 12.3% ± 6.2%).
  • Met de niet-lage frequentie en niet-korte duur-groep als referentie, bleek de lage frequentie en korte duur-groep significant geassocieerd met een toegenomen OR voor een laag FMD tertiel na correctie voor leeftijd, geslacht, hypertensie, DM, hyperuricemie en rookgeschiedenis(OR: 2.25; 95% CI: 1.39–3.59; P < 0.001).
  • In leeftijd-gematchedte groepen bleef de associatie tussen lagere frequentie en duur van tandenpoetsen met FMD significant na correctie voor leeftijd, geslacht, hypertensie, DM, hyperuricemie en rookgeschiedenis[4.8 ± 3.0% vs. 3.8 ± 2.2% n 3.1 ± 2.7%, P=0.01 en P < 0.001). Weer was er geen significant verschil in nitroglyceride-geïnduceerde vasodilatatie tussen de groepen.
  • Multipele logistische regressieanalyse legde bloot dat lage frequentie van tandenpoetsen, korte duur, leeftijd en hypertensie onafhankelijk in verband stonden met een laag FMD tertiel.
  • Een verschil in de prevalentie van tandtrekken, een teken van ernst van parodontitis, werd gezien tussen de groepen (64.4% vs. 65.1% vs. 79.6%, in respectievelijk niet-lage frequentie en niet-korte duur, lage frequentie of korte duur en lage frequentie en korte duur, P=0.01).

Conclusie

Niet alleen hoe vaak, maar ook hoe lang iemand tandenpoetst, heeft verband met endotheelfunctie. Deze resultaten doen vermoeden dat tandenpoetsen gunstig zou kunnen zijn voor de preventie van CV events, hoewel verdere studies nodig zijn om te bepalen of hogere frequentie en langere duur van poetsen inderdaad endotheelfunctie verbetert.
 
Vind dit artikel online op Int J Cardiol
 

Referenties

1. K.J. Mattila, M.S. Nieminen, V.V. Valtonen, et al., Association between dental health and acute myocardial infarction, BMJ 298 (1989) 779–781.
2. F. DeStefano, R.F. Anda, H.S. Kahn, et al. Dental disease and risk of coronary heart disease and mortality, BMJ 306 (1993) 688–691.
3. M. Kajikawa, A. Nakashima, T. Maruhashi, et al. Poor oral health, that is, decreased frequency of tooth brushing, is associated with endothelial dysfunction, Circ. J. 78 (2014) 950–954.
4. D.S. Celermajer, K.E. Sorensen, V.M. Gooch, et al. Non-invasive detection of endothelial dysfunction in children and adults at risk of atherosclerosis, Lancet 340 (1992) 1111–1115.
5.  D.S. Celermajer, K.E. Sorensen, C. Bull, et al. Endothelium dependent dilation in the systemic arteries of asymptomatic subjects relates to coronary risk factors and their interaction, J. Am. Coll. Cardiol. 24 (1994) 1468–1474.