Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Hoe zoeken op Google gelinkt is aan statine-intolerantie

16 mei 2018 - nieuws

De hoeveelheid websites over statine-bijwerkingen is sterk gecorreleerd aan de prevalentie van statine-intoleratie, schrijven Khan et al. in een artikel getiteld ‘Does Googling lead to statin intolerance?’[1].

Ze bepaalden het aantal websites over bijwerkingen van statines, door gebruik te maken van de Google zoekmachine voor dertien landen in 5 continenten, en standaardiseerden dit aantal naar het aantal websites die algemeen over statines berichten. Alleen pagina’s in de officiële taal van het land werden meegenomen. Prevalentie van statine-intolerantie werd vastgesteld via een webgebaseerde survey onder huisartsen en specialisten.

Observationele studies hebben grotere aantallen patiënten die statine-geassocieerde klachten ervaren gerapporteerd dan gerandomiseerde gecontroleerde trials (RCTs). Er wordt gedacht dat dit verklaard kan worden door een psychologisch fenomeen dat nocebo wordt genoemd. Dit is het tegenovergestelde van het placebo-effect, en verwijst naar wanneer individuen met een vooropgezette negatieve verwachting van bijwerkingen een grotere kans hebben dat zij ze ook zullen ervaren. Individuen die gelezen hebben over spierklachten als bijwerking van statinebehandeling, zijn misschien meer geneigd ze op te merken en elke spierpijn toe te schrijven aan de voorgeschreven medicatie, dan mensen die er niet over lazen. Spierpijn is subjectief en daarom met name gevoelig voor het nocebo-effect. Daarom kan informatie op Internet het nocebo-effect in de hand werken, met name in geval van de onzorgvuldige informatie over statine-bijwerkingen die veelvuldig op het Internet te vinden is. Deze studie doet inderdaad vermoeden dat dit effect niet te onderschatten is.

Het grootste aantal websites over statine-bijwerkingen werd gezien in Engelstalige landen (Canada, VK, VS en Australië). Na normalisatie naar het algehele aantal websites over statines in elk van de landen, hadden ze ongeveer vijf keer zoveel websites over bijwerkingen dan Polen en vier keer zoveel als Brazilië. De Engelstalige landen lieten ook de hoogste prevalentie van statine-intolerantie zien, met ongeveer 8% in Australië, en 10-12% in de andere drie Engelstalige landen. De Pearson’s r tussen de twee variabelen was 0.868 (P=0.0001).

Deze directe relatie suggereert dat het nocebo-effect, gedreven door zoekacties op Internet, bijdraagt aan statine-intolerantie. Eerder onderzoek had al aangetoond dat Internet-zoekresultaten de nadruk leggen op negatieve aspecten van verder veilige interventies, waaronder vaccinaties en ook statines, maar hierbij werden alleen Engelse websites bestudeerd. Deze studie laat nu zien dat statine-geassocieerde bijwerkingen werden minder benadrukt in talen anders dan Engels. Aangezien patiënten in deze landen minder kans hadden om erover te lezen, neigden ze ook minder naar het ontwikkelen van statine-intolerantie.

In een gelijktijdig gepubliceerde editorial [2], voegt Tobert toe dat patiënten tegenwoordig gemakkelijk zelf gezondheidszaken kunnen onderzoeken, maar dat ze moeilijk feiten van fictie kunnen scheiden. Veel van de beschikbare desinformatie komt voort uit het niet beseffen dat associatie geen causatie betekent. Dubbel-blinde RCTs, waarin de verwachting van nadelige effecten gelijk is in alle gerandomiseerde behandelgroepen, hebben aangetoond dat nadelige effecten die optreden tijdens statinetherapie doorgaans niet veroorzaakt werden door de behandeling.

Khan et al. concluderen door te stellen dat artsen een verantwoordelijkheid blijven houden om patiënten eraan te herinneren dat de voordelen van statines in CV risicoreductie zwaarder wegen dan potentiële risico’s. Spiersymptomen komen veel voor in volwassenen van middelbare en oudere leeftijd, ongeacht of zij statines nemen.

Referenties

Toon referenties

Vind dit artikel online op Int J Cardiol