Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Starten met SLGT2i therapie geassocieerd met verlaagde CV uitkomsten buiten de VS en Europa

Lower Cardiovascular Risk Associated with SGLT-2i in >400,000 Patients: The CVDREAL 2 Study

Kosiborod M, Lam CSP, Kohsaka S, et al. - J Am Coll Cardiol 2018; published online ahead of print

Introductie en Methoden

Sodium-glucose cotransporter2 remmers (SGLT2i) zijn geassocieerd met eens significante verlaging in grote nadelige cardiovasculaire events (MACE), sterfte en ziekenhuisopnames voor hartfalen (HHF) in patiënten met type 2 diabetes (T2DM) met hoog CV risico in de VS en Europa [1-4]. Het is echter niet bekend of deze effecten reproduceerbaar zijn in de real-world klinische praktijk in andere werelddelen met patiënten die verschillende karakteristieken hebben, en over een groter bereik van CV uitkomsten.

In deze analyse van de Comparative Effectiveness of Cardiovascular Outcomes in New Users of Sodium-Glucose Cotransporter-2 Inhibitors 2 (CVD-REAL 2) werd de relatie tussen het starten met SGLT2i therapie vs. starten met andere glucose-verlagende middelen (oGLD) met een breed bereik van CV uitkomsten bestudeerd in meer dan 400,000 patiënten van drie grote werelddelen: Azië-Pacific (Zuid-Korea, Japan, Singapore, Australië), Midden-Oosten (Israël) en Noord-Amerika (Canada).

Geanonimiseerde gezondheidsdossiers werden geanalyseerd tussen 2016 en 2017 in ieder land, en T2DM patiënten met een leeftijd ≥18 jaar en met >1 jaar datageschiedenis in de database, die een nieuwe SLGT2i of oGLD recept ontvingen werden geïdentificeerd. De twee groepen werden gematched met behulp van propensity scores. SGLT2i recepten omvatten canagliflozine, dapagliflozine, empagliflozine in alle landen, als ook ipragliflozine in Zuid Korea en Japan, en tofogliflozine en luseogliflozine in Japan. De uitkomsten omvatten sterfte door alle oorzaken, ziekenhuisopname voor hartfalen (HHF) en de samenstelling van sterfte door alle oorzaken of HHF, myocardinfarct (MI) en beroerte.

Belangrijkste resultaten

Conclusie

De auteurs concluderen dat het starten met SGLT2i therapie in vergelijking met oGLD geassocieerd was met significante lagere risico’s op CV uitkomsten, inclusief sterfte, hartfalen, beroerte en MI in T2DM patiënten uit Azië-Pacific, Midden-Oosten en Noord-Amerika.

Redactioneel commentaar

In zijn editoriaal artikel benadrukte Mc Murray [5] dat alleen willekeurige toewijzing van therapie leidt tot geloofwaardige evaluatie van behandeleffecten. Hij bekritiseerde de studie van Kosiborod et al. voor het gebruik van propensity scores om te corrigeren voor de verschillen tussen de twee groepen door confounders te gebruiken die niet gemeten waren. Hij merkte op dat een 50% vermindering in mortaliteit binnen een jaar niet realistisch is voor een chronische therapie in real-world condities met twijfelachtige therapietrouw. Hij concludeerde dan ook: ‘We hebben dit eerder gezien. In een andere grote en voorzichtig uitgevoerde observationele analyse die gebruikt maakte van propensity matching en andere correctiemethoden, lieten Go et al. zien dat statinegebruik geassocieerd was met een 30% tot 40% lagere sterfte in patiënten met hartfalen. Twee opvolgende gerandomiseerde gecontroleerde trials lieten geen effect van deze behandeling zien op sterfte in hartfalen. Deze en andere voorbeelden bevestigen de ongeloofwaardigheid van observationele bepalingen van behandel’effecten’…….. Samengevat, ieder van de observationele studies en klinische trials zijn informatief en waardevol, en ze zijn complementair, maar allen trials laten de waarheid zien van behandeleffecten.’

Referenties

Toon referenties

Vind dit artikel online op J Am Coll Cardiol