Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Klinisch genetisch testen geeft betere diagnose FH

13 aug. 2018 - nieuws

De Familial Hyperolcholesterolemia Foundation bracht een internationaal expert panel samen, bestaande uit cardiologen, lipidologen, endocrinologen, genetische epidemiologen, moleculaire pathologen, patiëntvertegenwoordigers, verpleegkundigen, genetisch consulenten en experts in genetisch testen, om consensus te bereiken over het diagnosticeren van familiaire hypercholesterolemie (FH) met genetisch testen.

In dit document bevelen zij aan dat genetisch testen standaardzorg wordt voor patiënten met vastgesteld of waarschijnlijk FH, en ook voor hun familieleden at risk, om CV-last te verlagen in families met FH. Er zou getest moeten worden op de genen LDLR, APOB, PCSK9 en andere genen gebaseerd op het fenotype van de patiënt. Verder gaat het panel in op het stellen van de diagnose FH, pathogene varianten en hoger CV risico, dat vraagt om agressievere lipidenverlagende therapie, starten en volhouden van therapie, en screenen van familieleden at risk.

Recente onderzoeken suggereren dat klinisch genetisch testen kan bijdragen aan een betere diagnose van FH en opsporing van familieleden at risk, waardoor lipidenverlagende therapie al op jonge leeftijd geïnitieerd zou kunnen worden en klinische uitkomsten mogelijk verbeteren.

Huidige diagnostische tools voor FH berusten op lipidenwaarden, fysieke kenmerken, premature CAD en familiegeschiedenis met FH en/of CVD. De diagnostische effectiviteit van deze testen is echter beperkt door een lage sensitiviteit, waardoor de diagnose van FH vaak uitblijft en hoge CV-last worden gezien.

FH is de meest voorkomende genetische oorzaak van CVD en daarom wordt verwacht dat genetisch testen kan helpen bij de diagnose van FH. De Dutch Lipid Clinic Network Diagnostic Criteria, de Simon Broome Register Diagnostic Criteria en de criteria gepresenteerd in het 2015 American Heart Association scientific statement on FH beschouwen allemaal genetisch testen al als vast onderdeel van het stellen van de diagnose FH.

FH wordt vaak veroorzaakt door pathogene varianten van LDLR, APOB en/of PCSK9, die zijn geassocieerd met een hoger CVD risico. Als deze varianten ten grondslag liggen aan FH, zijn er agressievere LDL-verlagende therapieën nodig in FH. De identificatie van pathogene varianten in LDLR, APOB or PCSK9 wijzen op een definitieve diagnose en dit is ook al beschreven als de gouden standaard voor diagnose van FH.

Van genetisch testen is aangetoond dat het positieve effecten heeft op het starten en volhouden van lipidenverlagende therapie. Er zijn geen psychologische bijwerkingen gevonden bij genetisch testen.

Meer onderzoek is nodig om de waarde van genetisch testen te achterhalen in specifieke subgroepen FH patiënten, waaronder diegenen bij wie polygene risicofactoren een rol lijken te spelen en bij wie andere verstoorde metabolische pathways de oorzaak zijn van verhoogde LDL- waarden/ CV risk.

Bron: Sturm AC et al., J Am Coll Cardiol 2018