Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Lagere CV morbiditeit in vrouwen met een geschiedenis van frequente volbloeddonatie

Cardiovascular risk in 159 934 frequent blood donors while addressing the healthy donor effect

Literatuur - Peffer K, den Heijer M, de Kort WLAM, et al - Heart Published Online First: 14 March 2019. doi: 10.1136/heartjnl-2018-314138

Introductie en methoden

De ijzer-hart-hypothese, die stamt uit 1981, is gebaseerd op de sekseverschillen in CV ziekte die stand houden totdat vrouwen de menopause bereiken. De schijnbare bescherming in vrouwen werd gelinkt aan lagere ijzervoorraden als gevolg van bloedverlies door menstruatie. Bovendien werd gehypothetiseerd dat volbloed-donatie gunstig zou kunnen zijn voor CV risico, aangezien meer dan 70% van het ijzer in een menselijk lichaam in de erytrocyten zit [1].

Aanwijzingen voor een beschermend effect van bloeddonatie zijn aangetoond in twee studies [2,3], terwijl een andere studie geen voordeel aantoonde op myocardinfarct in hoog-frequente donoren, ten opzichte van niet-doneren [4]. Dit kan verklaard worden uit het feit dat het in de eerste twee studies niet lukte om de vertekening door het gezonde donor-effect (HDE) uit te sluiten. Daarom vergeleken volgende studies hoog-frequente met laag-frequente donoren, of probeerden ze op een andere manier rekening te houden met het HDE.

Deze studie beoogde het HDE te verminderen door een ‘kwalificerende periode’ toe te passen [5]: een periode waarin mensen pas in aanmerking komen voor deelname als ze aan alle inclusiecriteria voldoen, in dit geval 10 jaar actief donorschap. De studie bepaalde de relatie tussen bloeddonatie en incident CVD door het hele cohort van alle Nederlandse volbloed-donoren te beschouwen. Het aantal donaties in de eerste 10 jaar van het donorschap werden gebruikt om blootstellingsstatus te bepalen: hoog-, medium- of laagfrequente donatie. Merk op dat mannen vijf keer per jaar mogen doneren, en vrouwen drie keer, dus seksespecifieke tertielen van aantallen donaties werden geconstrueerd (grenzen voor mannen: 15 en 22, 12 en 16 in vrouwen).

Follow-up begon na de kwalificatieperiode, waardoor de periode waarin de blootstelling werd bepaald werd gescheiden van de periode waarin de uitkomst werd geobserveerd. Hierdoor werd in theorie de HDE geminimaliseerd. De donatiedata werden gelinkt aan de gemeentelijke basisregistratie personen en de Dutch Hospital Data (DHD) voor mortaliteit- en morbiditeitsdata. Morbiditeit werd beschouwd als een eerste optreden van ofwel een CV belangrijkste ontslagdiagnose of een primaire CV sterfte en in de mortaliteitsanalyse werd CV sterfte onderzocht.

Belangrijkste resultaten

Lagere CV morbiditeit in vrouwen met een geschiedenis van frequente volbloeddonatie

Conclusie

Deze data van Nederlandse volbloed-donoren laten een beschermend effect zien van frequente donatie op lange termijn, op CV morbiditeit in vrouwen, maar niet in mannen, ten opzichte van diegenen die niet vaak doneren. Er werd geen effect gezien op CV sterfte, mogelijk als gevolg van een laag aantal events. Door alleen individuen te includeren die al 10 jaar donor waren, en diegenen die vaak doneerden te vergelijken met mensen die het minder vaak deden, hoopten de onderzoekers rekening te houden met het gezonde donor-effect.

Referenties

Toon referenties

Download de slide Vind dit artikel online op Heart

Deel deze pagina met collega's en vrienden: